2-137

2-137

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 12 JULI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling over źde dotatie voor het Studiecentrum voor kernenergie en het MYRRHA-project╗ (nr. 2-694)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Eind mei heeft de staatssecretaris bekendgemaakt dat hij de dotatie voor het SCK komend jaar met een 100 miljoen wil verminderen. Vorig jaar daalde de dotatie al met 35,7 miljoen. Daarnaast zouden er volgens de staatssecretaris absoluut geen middelen meer naar het MYRRHA-project mogen gaan. Dat internationaal onderzoeksproject heeft vooral tot doel de studie en de aanmaak van verschillende isotopen. IBA, een spin-offbedrijf van de UCL participeert daar trouwens in. Als de Belgische overheid haar medewerking aan het project volledig stopzet, zal het internationale aanzien van het SCK dalen en zou het project wel eens verloren kunnen gaan.

Daarom heb ik de volgende vragen. Kan de staatssecretaris voor de voorbije drie jaar een overzicht geven van de subsidies voor het SCK en de planning voor 2002 meedelen, en ook voor het IRE? Denkt de staatssecretaris niet dat hij het MYRRHA-project schade toebrengt door het als overheid af te wijzen? Wat is de reden van die houding?

Vindt hij het niet nuttig dat kennis omtrent isotopen, in al haar aspecten, zowel voor medische toepassingen als voor het onderzoek naar transmutatietechnieken, in ons land blijft, zeker wanneer we weten dat ons land op dit vlak internationaal een hoog aanzien geniet?

Acht hij het ook niet nuttig omwille van veiligheidsredenen de nucleaire knowhow op peil te houden? Door de vermindering van de subsidies dreigt het SCK de kritische massa te verliezen om de bovenstaande taken te vervullen. Dat is een verlies op het vlak van kennis van isotopen en een gevaar voor de veiligheid, gezien de hoge graad van nucleaire industrie in ons land. Is de staatssecretaris bereid alsnog de nodige middelen te verschaffen om dit euvel te voorkomen?

De heer Olivier Deleuze, staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling. - Ik zal de begrotingscijfers van het SCK en het IRE voor 1998, 1999, 2000 en 2001 zo dadelijk schriftelijk aan de heer Vankrunkelsven doorgeven, zodat ik ze niet hoef voor te lezen.

De begroting voor 2002 is in bespreking. Het is niet mijn bedoeling de werkingsmiddelen van het SCK terug te schroeven. Indien nodig, ben ik wel bereid de provisiemogelijkheden te beperken, maar dat heeft geen enkele invloed op de werking van het SCK. Het SCK is zelf van mening dat de toekomst van het centrum niet staat of valt met de verwezenlijking van MYRRHA. De kwestie is nu of de overheid de voorbereiding van de ontwikkeling van MYRRHA financieel moet steunen. De werking van MYRRHA is enkel mogelijk in een scenario van opwerking van nucleair afval, zoals bevestigd door het rapport-AMPERE. Zoals bekend, bepaalt het regeerakkoord dat alle beslissingen rond het opnieuw starten met het opwerken van nucleair afval zijn opgeschort. Uiteraard moet ons land blijven beschikken over een belangrijk kenniscentrum inzake nucleaire activiteiten, wat het SCK is. Ik ben van mening dat het SCK op dit vlak nog decennialang een belangrijke rol zal moeten vervullen. Het MYRRHA-project op zich is echter niet nodig voor het behoud van de expertise inzake nucleaire veiligheid.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Ik dank de staatssecretaris voor zijn bondig, maar vooral duidelijk antwoord. Ik ben het niet helemaal met hem eens dat de verre toekomst van het SCK verzekerd blijft als het MYRRHA-project niet doorgaat. Ik wil erop wijzen dat het project veel meer is dan onderzoek naar de behandeling van radioactief afval. MYRRHA opent ook de mogelijkheid om rond isotopen en de medische toepassingen ervan nieuw onderzoek te verrichten. Ik dring er dan ook op aan het MYRRHA-project genuanceerd te bekijken en het in overleg met het SCK misschien te verfijnen.