2-128

2-128

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 21 JUNI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Vincent Van Quickenborne aan de vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid, aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen en aan de minister van FinanciŽn over ęhet statuut van de onthaalmoederĽ (nr. 2-660)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn, antwoordt.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Onlangs werd in Brussel betoogd voor een beter statuut van de onthaalouders. Onthaalouders werken tien tot twaalf uur per dag gedurende vijf dagen per week en ontvangen daarvoor een vergoeding van 545 frank per dag per kind. De helft van dat bedrag wordt besteed aan voeding, verwarming en speelgoed. Als er vier kinderen in het gezin worden opgevangen, verdient een onthaalouder maximaal 21.800 frank per maand.

Deze vergoeding wordt officieel als een onkostenvergoeding beschouwd. Er wordt volgens de diensten voor onthaal en de bevoegde ministers geen loon uitbetaald. Aangezien er geen sprake is van een loon, is er ook geen arbeidsovereenkomst. De onthaalouder is een onbezoldigde vrijwilliger en kan zich niet beroepen op het arbeidsrecht of gebruik maken van de sociale zekerheid.

Het reglement en de individuele overeenkomst met betrekking tot de taak van de onthaalouder, de opvangduur, de plicht tot vorming en de voorwaarden van de opvang, zoals de voeding, opvangomgeving, verantwoorde lichamelijke verzorging, rookverbod en het verbod op het houden van huisdieren, wekken nochtans de indruk dat we te maken hebben met een werknemersstatuut.

Mevrouw Van de Casteele heeft de bevoegde minister daaromtrent in de Kamercommissie ondervraagd. Ze had het hierbij over het karakter sui generis van een nieuw statuut dat in de pijplijn zou zitten.

De individuele overeenkomst is in feite een loepzuiver werknemerscontract. Graag had ik daarom van de minister vernomen of zijn diensten of de RSZ reeds hebben onderzocht of onthaalouders werknemers zijn. Zo ja, wat was het resultaat van het onderzoek? Zo neen, is hij bereid een dergelijk onderzoek te vragen?

Denkt de minister niet dat een analyse prima facie van de verhouding tussen de diensten voor onthaal en de onthaalouder duidelijk aantoont dat de onthaalouder een werknemer is? De drie elementen van het arbeidsstatuut, namelijk arbeid, loon en een ondergeschikt verband, zijn immers aanwezig. Is de minister bereid de onthaalouders het statuut van werknemer toe te kennen?

Zullen de onthaalouders zich niet tot het gerecht wenden indien hij weigert te erkennen dat de onthaalouders in feite werknemers zijn?

De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn. - Volgens de arbeidsreglementering heeft een persoon pas het statuut van werknemer wanneer hij arbeid verricht in uitvoering van een arbeidsovereenkomst die hem met een werkgever verbindt. Daartoe moeten drie voorwaarden worden vervuld: er moet arbeid worden verricht tegen betaling van een loon en onder het gezag van een werkgever.

Wat de onthaalouders betreft die zijn aangesloten bij een erkende dienst, kan worden vastgesteld dat zij arbeid verrichten tegen een vergoeding die desgevallend als loon kan worden beschouwd. Hoewel de elementen die in de vraag van de heer Van Quickenborne zijn opgenomen, een belangrijke indicatie kunnen zijn voor het verrichten van arbeid onder gezag, moet de bevoegde rechtbank uitmaken of er inderdaad sprake is van een arbeidsverhouding in ondergeschikt verband. De rechtbank moet ook nagaan of de andere voorwaarden van een arbeidsovereenkomst vervuld zijn. Zo moet ze onder meer nagaan of de onkostenvergoeding die momenteel wordt toegekend, als loon moet worden beschouwd. Er bestaat op het ogenblik geen vaste rechtspraak dienaangaande.

Ondertussen zijn we samen met de gemeenschappen reeds enige tijd bezig om het statuut van de onthaalmoeders te verbeteren. We streven ernaar een aangepast werknemersstatuut toe te kennen. De diensten voor onthaal zullen dan fungeren als werkgever. We schieten goed op. Ik hoop dus dat de nieuwe regeling door alle betrokken partijen zal worden goedgekeurd, zodat ze in 2002 van start kan gaan.

Op het fiscale vlak wordt de huidige vergoeding die per plaatsingsdag en per kind via de erkende diensten aan de opvanggezinnen wordt toegekend, momenteel als een belastbaar beroepsinkomen beschouwd. Deze vergoeding wordt namelijk geacht uitsluitend uitgaven voor onderhoud, voeding en behandeling van de kinderen te dekken.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - De minister heeft mijn tweede en derde vraag beantwoord, maar op de eerste vraag, namelijk of er werd onderzocht of de onthaalouders al dan niet werknemers zijn, heeft hij niet geantwoord.

De rechtbanken hebben uiteraard een rol te spelen, maar het is overduidelijk dat de diensten voor onthaal de functie van werkgever vervullen. Ze geven immers leiding aan en oefenen gezag uit over de onthaalouder. Ik vermoed dat er andere redenen zijn waarom het werknemersstatuut wordt geweigerd.

Wanneer er een manifeste ontwijking van de arbeidswetgeving wordt vastgesteld, moet de bevoegde minister ingrijpen in plaats van zich te verschuilen achter de uitspraak van de rechter. Op die manier moedigt hij de betrokkenen aan een klacht bij de rechtbank in te dienen om hun rechten te doen gelden.

Is de minister bereid het werknemersstatuut toe te passen op de onthaalouders?

De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn. - Wat het onderzoek betreft, zal ik informatie inwinnen bij de minister van Sociale Zaken en de minister van Werkgelegenheid.

Voorts moet er een duidelijke rechtspraak komen om een algemene en ondubbelzinnige beslissing te kunnen nemen.