2-119

2-119

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 31 MAI 2001 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Wim Verreycken à la ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement sur «la brochure d'information relative à la loi sur la drogue» (n° 2-623)

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Niet via de parlementaire kanalen, zoals de commissie, maar via de media vernamen we dat de minister van Volksgezondheid een infobrochure klaar heeft over de drugswet. Volgens de krant zal de brochure op 600 000 exemplaren verschijnen en zullen de politiediensten geen proces-verbaal meer opstellen wanneer ze cannabis aantreffen die voor eigen gebruik bestemd is. Op bladzijde 17 van de brochure staat dat er geen proces-verbaal wordt opgesteld wanneer volwassenen een hoeveelheid cannabis in hun bezit hebben. Ze zullen dus ook niet meer worden vervolgd. Deze maatregel is in strijd met het wetboek van Strafvordering. Wanneer een misdrijf wordt vastgesteld, moet er altijd een proces-verbaal worden opgesteld. Niet de regering, maar het parket moet beslissen of er al dan niet wordt vervolgd. In de brochure wordt het principe van de scheiding der machten meer dan eens geweld aangedaan.

Meent de minister niet dat zij met haar opmerkingen tijdens de persconferentie de indruk heeft gewekt dat de parlementaire werking niets meer is dan een goedbetaalde bezigheidstherapie? In de brochure staat immers: "De regering zal de wet van 1921 aanpassen". Sedert wanneer houdt de regering zich daarmee bezig? Dat is de taak van het parlement. Waartoe dient het parlement dan? De regering kan een wetsontwerp indienen, maar de aanpassing van de wet behoort tot de bevoegdheid van de wetgevende macht.

Er is nog geen nieuwe drugswet en het is helemaal niet zeker dat die er zal komen. Het behoort tot de prerogatieven van het parlement om een wetsontwerp van de regering te aanvaarden of te verwerpen. Toch geeft de minister nu reeds een infobrochure uit alsof de nieuwe regeling al van toepassing is. De ministers van Volksgezondheid en van Justitie hebben in het verleden onduidelijkheid gecreëerd, die door deze brochure nog wordt vergroot.

Graag had ik vernomen wat de kostprijs is van deze brochure. Is er afgesproken dat de meerderheid het regeringsontwerp hoe dan ook moet goedkeuren ten einde geen crisis uit te lokken? Er rijzen een heleboel vragen, die dringend moeten worden opgehelderd omdat ze strijdig zijn met het principe van de scheiding der machten.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - Tijdens het parlementair debat over de drugsnota en het daarin voor de volgende jaren uitgestippelde beleid is vanuit vele fracties de vraag gekomen daaromtrent de nodige informatie te verspreiden. Toen al hebben wij een informatiebrochure over het beleidsplan aangekondigd. Die weerspiegelt wat in de beleidsnota die reeds in de Kamer werd bediscussieerd en goedgekeurd, staat.

In de brochure wordt uiteengezet wat er moet gebeuren inzake preventie, zorgverlening en de organisatie van de samenwerking tussen de verschillende diensten. Het is normaal dat de bevolking wordt geïnformeerd. Het Vlaams Blok weet blijkbaar niet wat het wil. In maart van dit jaar vraagt de heer De Man waar die brochure blijft. Als die er dan is, protesteert het Blok dat we met een brochure durven komen vooraleer er een wetswijziging is.

De te verwachten veranderingen in het strafrecht zijn in de brochure duidelijk aangegeven onder het hoofdpunt Wat zal in de toekomst nog strafbaar zijn en wat niet? Het is dus duidelijk dat wat wordt voorgesteld niet onmiddellijk van toepassing is. Uiteraard zal het Parlement beslissen. We zullen dan zien of dat bepaald onderdeel van het beleidsplan dat, zoals werd opgemerkt, veel meer inhoudt dan een kleine wijziging van de Strafwet, de steun krijgt van het Parlement. Ik twijfel daar niet aan, maar wens niet vooruit te lopen op de gebeurtenissen. Wordt een wijziging goedgekeurd, dan is er nog de tijd om het nodige te doen. In de meeste landen van Europa worden beleidsnota's naar het publiek verspreid, ook over zaken die gespreid in de tijd worden gerealiseerd, juist omdat dit gevoelig ligt bij de bevolking.

In de beleidsnota werd duidelijk aangekondigd dat er heel wat aandacht zou gaan naar informatie. Die moet ook een ontradend karakter hebben. Daarvoor moet een deel van de vrijgemaakte middelen worden gebruikt. Ik ken momenteel niet de juiste kostprijs, maar de eindafrekening voor de brochure wordt geraamd op 7 miljoen. De budgettaire middelen zijn er in elk geval. Ik zie dus geen probleem. In het verleden hebben we 1,7 miljoen uitgegeven voor een reeks krantenadvertenties om een aantal groteske vertekeningen over de inhoud van ons beleid bij te stellen.

De brochure beantwoordt aan een reële informatienood. Er is een grote bereidheid van de gemeenschappen en de gewesten om mee te helpen aan de verspreiding ervan. Ik heb dus niet geraakt aan de prerogatieven van het Parlement. In de beleidsnota staan de intenties van de regering en wij hebben de verantwoordelijkheid om de publieke opinie correct te informeren.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Er vallen mij enkele eigenaardigheden op. Mevrouw de minister verwijst geregeld naar de drugsnota van de heer De Ruyver. Ze verwart de brochure die de drugnota-De Ruyver moest verduidelijken met wat ze nu schrijft: "De regering zal de drugswet aanpassen.". Er staat niet dat de regering aan het Parlement zal voorstellen de drugswet aan te passen, wel dat de regering de wet zal aanpassen. Er wordt hier geen rekening gehouden met de scheiding van de bevoegdheden.

De minister verwijst naar de titel van een bepaald hoofdstuk waaruit moet blijken dat het over de toekomst gaat. De brochure gebruikt nochtans de tegenwoordige tijd. De titel op bladzijde 19 luidt: Is de nieuwe regeling van cannabisgebruik al van toepassing? Daarop volgt dan het antwoord: "De nieuwe regeling is alleen van toepassing op meerderjarigen" en niet "zal misschien van toepassing zijn als de wet wordt gewijzigd". In de brochure staan dus fouten en tegenstrijdigheden die de onduidelijkheid voor de burgers groter maakt.

In verband met het antwoord over de kostprijs wil ik doen opmerken dat voor een dergelijke grote uitgave een offerte moet worden gevraagd. Het antwoord van de minister dat ze niet weet hoeveel het zal kosten en de uitgaven op zo'n 7 miljoen raamt, lijkt me dus geen uiting van goed bestuur. Ik vraag dan ook zo vlug mogelijk de correcte prijs te krijgen.

Ik heb de indruk dat de partijpolitieke gedrevenheid de uitvoerende macht voorbij steekt. De partijpolitieke gedrevenheid naar de legalisering van drugs en de uitvoering van de nota van "minister" De Ruyver gaat voorbij aan de parlementaire prerogatieven. Een uitvoerder die geen wetgevende macht aanvaardt, wordt een dictator genoemd. Ik heb daarmee een problemen.