2-114

2-114

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 17 MAI 2001 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Wim Verreycken au ministre de la Justice sur «la violence à Fourons» (n° 2-581)

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - De verkoop van enkele gemeente-eigendommen in Voeren op 12 mei leidde tot geweldplegingen. Leden en sympathisanten van de politieke partij Retour à Liège bestormden de verkoopzaal, richtten heel wat stoffelijke schade aan en verwondden drie politieagenten. Ook bedreigingen dat "de kopers het zullen bekopen" werden gehoord.

Werd een onderzoek gestart, niet enkel naar de daders, maar ook naar de aanstokers van het geweld? Welke wetsartikelen beteugelen de pogingen tot het verhinderen van een openbare verkoop, een taak die een notaris als openbaar ambtenaar moet vervullen? Welke sancties kunnen hier worden uitgesproken?

De vorige burgemeester van Voeren zette er op 12 mei toe aan om het strenge politiereglement tegen Vlaamse betogingen, nog opgesteld door José Happart, te overtreden. Zijn uitroep "forcez" was het beginsignaal voor het geweld. Welke sancties kunnen hiervoor worden uitgesproken? Kan bij het vaststellen van aanzetten tot geweld het intrekken van politieke rechten als sanctie worden opgelegd?

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Over het aangehaalde incident werden twee processen-verbaal opgesteld, het ene betreft twee administratieve aanhoudingen, het andere slagen en verwondingen aan een agent. Beide processen-verbaal moeten momenteel nog toekomen op het parket van de procureur des Konings van Tongeren, die deze aangelegenheid verder zal opvolgen in het kader van het opsporingsonderzoek.

De geschetste handelingen kunnen inbreuken zijn op artikel 269 van het Strafwetboek betreffende weerspannigheid en op de artikelen 280 en 281 van datzelfde Wetboek betreffende slagen aan een agent.

Wat de inbreuk op artikel 269 en volgende betreft, kan overeenkomstig artikel 80 van het Strafwetboek, naargelang er eventueel verzwarende omstandigheden zijn zoals bendevorming en het hanteren van wapens, de bestraffing oplopen tot opsluiting van 5 tot 10 jaar, weliswaar met mogelijkheid tot correctionalisering. Voor het toebrengen van slagen aan een agent kan, indien de slagen kwetsuren hebben veroorzaakt, een gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar en een geldboete worden opgelegd.

De persoon die door een uitroep bepaalde feiten in gang zet, kan overeenkomstig artikel 66 van het Strafwetboek tot mededader van de gepleegde feiten worden verklaard. Voor feiten van weerspannigheid bepaalt artikel 274 van het Strafwetboek uitdrukkelijk dat voor aanstokers en uitlokkers van de feiten, artikel 31 en volgende van het Strafwetboek worden toegepast, namelijk ontzetting uit bepaalde rechten.

Dit zijn de mogelijke sancties die evenwel door het openbaar ministerie slechts kunnen worden gevraagd op het ogenblik dat het strafrechtelijk onderzoek is beëindigd en wanneer aan de procedure gevolg wordt gegeven, al dan niet door middel van een dagvaarding.