2-657/6

2-657/6

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

22 MAART 2001


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 184 van de Grondwet

(Verklaring van de wetgevende macht,
zie « Belgisch Staatsblad » nr. 88
van 5 mei 1999)


AMENDEMENT ingediend na de goedkeuring van het verslag


Nr. 14 DE HEER VANDENBERGHE C.S.

Enig artikel

In de overgangsbepaling de woorden « vaststellen en uitvoeren, voor zover het besluit, met betrekking tot die elementen, » vervangen door de woorden « vaststellen en tevens de bevoegdheid van de wetgever bedoeld in de tweede volzin van artikel 184 uitoefenen, voor zover het besluit, waarbij Hij deze elementen vaststelt en deze bevoegdheid uitoefent, ».

Verantwoording

Het woord « uitoefenen » dat in de tekst aangenomen door de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden wordt gebruikt, zal tot verwarring leiden.

De Koning heeft steeds de bevoegdheid om de wet uit te voeren.

Het is niet de bedoeling van de grondwetgever de normale bevoegdheid van de Koning te beperken.

Deze overgangsbepaling moet de Koning wel toestaan, bij wijze van uitzondering, twee juridische operaties uit te voeren die normalerwijze tot de uitzonderlijke bevoegdheid van de wetgever behoren.

Hij moet enerzijds bepalen welke de essentiële elementen van het statuut zijn én de bevoegdheid van de wetgever om deze essentiële elementen te regelen, in de plaats van de wetgever uitvoeren.

De overgangsbepaling dient derhalve expressis verbis te bepalen dat de Koning de bevoegdheid van de wetgever, tijdelijk, kan uitvoeren.

Hugo VANDENBERGHE.
Clotilde NYSSENS.
Ludwig CALUWÉ.