2-98

2-98

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 22 FEBRUARI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Iris Van Riet aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu over «de aanwezigheid van dioxines en PCB's in het voedsel» (nr. 2-513)

Mevrouw Iris Van Riet (VLD). - In januari 1999 kwam ongeveer 500 ton met PCB's en dioxines gecontamineerd vet in veevoeder terecht. Dit voorval was de directe aanleiding tot de dioxinecrisis. Om de evolutie op de voet te kunnen volgen, werden in opdracht van de federale overheid ruim 20.000 monsters genomen van dierlijke voeding, vlees, kip, eieren en melk. De resultaten van het onderzoek gaven overduidelijk verhoogde gehaltes aan van dioxines, vooral van PCB's.

Een interuniversitaire werkgroep met onderzoekers van de universiteiten van Gent, Brussel, Antwerpen en Leuven, bestudeerde alle tijdens de dioxinecrisis verzamelde data en meer bepaald de potentiėle impact op de volksgezondheid. De werkgroep kwam tot de vaststelling dat de 500 ton met PCB's en dioxines gecontamineerd vet dat in januari 1999 in het veevoeder terechtkwam, wel degelijk gevolgen heeft voor de volksgezondheid, maar lang niet de enige oorzaak is van verhoogde dioxine- en PCB-concentraties in ons voedsel.

Kan de minister bevestigen dat er naast de gecontamineerde olie, nog andere bronnen zijn die verhoogde dioxine- en PCB-concentraties in ons voedsel veroorzaken? Wat zijn deze bronnen? Welke initiatieven werden genomen of zullen worden genomen om die bronnen aan te pakken?

Kan de minister bevestigen dat de dioxine- en PCB-crisis in ons land 40 tot 8.000 extra kankergevallen zal veroorzaken, zoals blijkt uit het rapport van de interuniversitaire werkgroep?

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - We hebben de vraag van mevrouw Van Riet gisteren ontvangen. De administratie heeft erop gereageerd, maar beschikte toen over weinig gegevens. Vandaag is inmiddels al wat meer bekend geworden.

Uit het eerste antwoord dat ik heb gekregen blijkt dat er op het ogenblik niet onmiddellijk bewijzen zijn die staven dat andere vaste bronnen een hogere concentratie van PCB's en dioxines in de dierenvoeding verklaren.

Einde 1999, zodra Europa de maatregelen ten opzichte van ons land heeft opgeheven, hebben we het CONSUM-programma opgestart waarbij per jaar ongeveer 16.000 stalen worden genomen van dierenvoeding, van dierlijke producten en eetwaren. Dankzij het intensief monitoring-programma zijn we nu in staat om telkens wanneer er een probleem rijst, dit tijdig vast te stellen en op te treden.

Vandaag heb ik een korte samenvatting gekregen van de studie die onderzoekers van de Universiteit van Brussel samen met collega's van Antwerpen en Gent en de heer De Poorter van het ministerie van Landbouw, hebben gemaakt. Uiteraard ben ik nu niet in staat om op grond daarvan een antwoord te geven.

Ik zal deze studie meteen bezorgen aan de specialisten van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid, zodat ik hierover een gefundeerde second opinion kan krijgen. Ik zal ook mijn vakantieweek gebruiken om zelf de studie te lezen. Veertig dan wel achtduizend extra gevallen van kanker is inderdaad een groot verschil, mevrouw Van Riet.

In september 1999 heb ik het WIV de opdracht gegeven een body burden-studie te doen. Daar wordt nog steeds aan gewerkt. Ik zal nogmaals aandringen om de resultaten zo spoedig mogelijk mede te delen zodat we van twee wetenschappelijke studies kunnen uitgaan om de zaak verder te onderzoeken en na te gaan welke specifieke opvolging we daaraan moeten gegeven.

Mevrouw Iris Van Riet (VLD). - Het stemt me tevreden dat de minister de studie ernstig neemt. De onderzoekers die eraan hebben meegewerkt zijn niet de eersten de besten zodat ontegensprekelijk degelijk werk werd geleverd. In het belang van de volksgezondheid is dus zeker de moeite er ernstig op in te gaan.