2-74

2-74

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 26 OCTOBRE 2000 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Wim Verreycken au vice-premier ministre et ministre du Budget, de l'Intégration sociale et de l'Économie sociale et au ministre de l'Intérieur sur «les camps prévus par le gouvernement pour les demandeurs d'asile» (n° 2-358)

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Het Vlaams Blok heeft er zowel in de commissie als in de plenaire vergadering op gewezen dat de massale regularisatie voor een aanzuigeffect zou zorgen in de landen van herkomst van de asielzoekers. De regering heeft dit aanzuigeffect altijd ontkend, maar volgens de media zouden maandelijks vijfduizend asielzoekers naar België komen.

Wij hebben er ook reeds op gewezen dat het zogenaamde bevel tot het verlaten van het grondgebied zonder effectieve terugvoering van de afgewezene naar zijn land van herkomst, is verworden tot een bevel tot onderduiken in de illegaliteit. De geplandeVerhofstadt-kampen zullen het probleem evenmin oplossen. Daarvoor zullen onze voorstellen moeten worden uitgevoerd. Die voorstellen worden overigens gesteund door de heer Coveliers die erop gewezen heeft dat maandelijks 2.500 afgewezen asielzoekers naar hun land van herkomst zouden moeten worden teruggevoerd.

Kan de minister mij meedelen hoeveel asielzoekers er vandaag in België aanwezig zijn? Hoeveel afgewezen asielzoekers werden er dit jaar reeds teruggevoerd? In welke vorm van inspraak wordt er voorzien voor de gemeenteraden en de burgers van de gemeenten waar de containerdorpen, die ik Verhofstadt-kampen heb genoemd, zijn gepland?

We stellen vast dat het aantal asielzoekers dat naar ons land komt voortdurend toeneemt. Waar zal de regering de grens leggen? Of moeten we onbeperkt asielzoekers blijven toelaten?

Graag vernam ik van de minister hoe het aantal opvangplaatsen van de Verhofstadt-kampen per regio zullen worden verdeeld.

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie. - Blijkbaar kan de heer Verreycken het niet laten over kampen te spreken.

Zodra wordt besloten dat er in een bepaalde gemeente een centrum komt, wordt het gemeentebestuur op de hoogte gebracht. Indien het betrokken gemeentebestuur het niet eens is met de beslissing en medewerking weigert, zullen we rechtstreeks contact opnemen met de bevolking. Het gemeentebestuur wordt dan niet verder ingelicht en het wordt ook niet meer betrokken bij het verloop van de gebeurtenissen.

Indien de gemeente positief reageert, zullen we samen een communicatieplan opstellen en de praktische problemen samen oplossen. Ik verwijs in dit verband naar het voorbeeld van de gemeente Wingene. Zodra de aanvankelijke bezwaren met betrekking tot de opening van een centrum daar waren overwonnen, hebben we afspraken gemaakt over het verloop van de communicatie en het oplossen van de problemen.

De regering wil dat elke asielzoeker van wie het dossier ontvankelijk wordt verklaard, opgevangen wordt. Die opvang zal in de komende maanden geregeld worden.

De overige vragen over de asielproblematiek kan ik niet beantwoorden omdat zij betrekking hebben op een materie die niet tot mijn bevoegdheid behoort.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Mijn vraag, die tot de minister van Binnenlandse Zaken was gericht, werd door de diensten van de Senaat naar een andere minister doorverwezen, die ze niet kan beantwoorden omdat hij zegt niet bevoegd te zijn. Dat is hallucinant, een hoogst eigenaardige manier van werken. Ik ben bereid aan te nemen dat minister Vande Lanotte niet bevoegd is, maar dat men mij dan de kans geeft mijn vraag te stellen aan de minister van Binnenlandse Zaken, die volgens mij wel bevoegd is. Voortaan stel ik mijn vragen wellicht beter aan de regering in haar geheel, in de hoop dat ze aan de bevoegde minister worden toegewezen.

Uit het antwoord van de minister heb ik begrepen dat hij van plan is zich rechtstreeks tot de bevolking te richten indien het gemeentebestuur - toch de democratische vertegenwoordiging - het voorstel om asielzoekers op te vangen, afwijst. Ofwel respecteert de minister op basis van het subsidiariteitsprincipe de beslissingen van de democratische vertegenwoordigers in de gemeenten, ofwel negeert hij de rol van het gemeentebestuur en richt hij zich rechtstreeks tot de bevolking in de hoop ze te kunnen overtuigen. Het is het een of het ander. Met andere woorden, ik heb een probleem met de gevolgde procedure.

Wat mijn andere vragen betreft, dring ik erop aan dat de bevoegde minister, tot wie ik mijn vraag had gericht, mij een antwoord bezorgt. Ik begrijp uiteraard dat er communicatiestoornissen kunnen bestaan binnen de regering. Ik ken andere coalities met ongeveer dezelfde partners die eveneens met dat probleem hebben af te rekenen. Daarvoor ben ik echter niet verantwoordelijk, maar ik verwacht wel een schriftelijk antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken.