2-63

2-63

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 13 JULI 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer, aan de minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Justitie over «de tachografen en de snelheidsbegrenzers» (nr. 2-326)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Ik stel deze vraag naar aanleiding van het busongeval eergisteren in Frankrijk. Het toenemend vrachtvervoer op de weg veroorzaakt een toenemend subjectief en objectief onveiligheidsgevoel. Hoewel het gemeenschappelijk vervoer per autocar bekend staat als één van de veiligste, gebeuren er al te vaak tragische ongevallen. Vaak worden de chauffeurs van de zware voertuigen met de vinger gewezen, soms terecht, vaak onterecht. Het zijn vooral de werkgevers die onhaalbaar hoge eisen stellen en hun werknemers de facto onder druk zetten om te knoeien met de voertuigen. De chauffeurs zijn eigenlijk een beetje de moderne slaven van de weg.

Dat de ongevallen niet aan toeval te wijten zijn blijkt duidelijk uit de cijfers van het Centrum voor duurzame ontwikkeling en van het Belgische Instituut voor verkeersveiligheid. Knoeien met reistijden en met snelheidsonderbrekers blijkt meer regel dan uitzondering.

Deze problematiek sleept al jaren aan. Niettemin is de problematiek volgens de reactie van het kabinet niet zo dringend en zal ze later wel worden bekeken. Ik vond deze reactie niet adequaat.

De echte oorzaak van deze misdrijven ligt bij de werkgevers, die hun chauffeurs verplichten onmogelijke opdrachten te vervullen en zeer lange reistijden te doen. Welke maatregelen neemt de regering om de bron van deze misbruiken te bestrijden?

Hoeveel controles van tachografen gebeurden er het voorbije jaar en hoeveel procent van het aantal betrokken voertuigen werd er op die manier gecontroleerd? Hoeveel procent van het geschatte aantal ritten houdt dit in? In welke mate kunnen deze controles opgedreven worden?

Zal de regering wetgevende initiatieven nemen om geknoei met snelheidsbegrenzers of tachografen ernstig te bestraffen? Zal de opdrachtgever of eigenaar van het voertuig medeverantwoordelijk gesteld worden?

Op welke manier en tegen wanneer zullen de technische controles van voertuigen worden geoptimaliseerd?

Mevrouw Isabelle Durant, vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer. - De medeverantwoordelijkheid van de opdrachtgever, de verlader, de vervoerscommissionair of de commissionair-expediteur, ingevoerd bij artikel 37, §1, van de wet van 3 mei 1999 betreffende het vervoer van zaken over de weg, geldt onder meer wanneer deze personen instructies hebben gegeven of daden hebben gesteld die geleid hebben tot inbreuken inzake het niet-naleven van de voorschriften inzake rij- en rusttijden en de overschrijding van de toegestane maximumsnelheid van de voertuigen. Dit is ook het geval als zij door beloften of bedreigingen deze inbreuken hebben uitgelokt of rechtstreeks aan het plegen ervan hebben meegewerkt.

De controleurs en wegbrigadiers van het Bestuur van het vervoer te land vermelden bij vaststelling van bovenvermelde inbreuken in het pro justitia alle eventuele elementen die in de richting van een medeverantwoordelijkheid kunnen wijzen. Behoudens uitdrukkelijke elementen die de medeverantwoordelijkheid aantonen, ligt de uiteindelijke bewijsvoering bij het later gerechtelijk onderzoek.

Aangezien deze maatregel nog vrij recent is, is het aangewezen dat het college van procureurs-generaal duidelijke richtlijnen uitvaardigt.

Het nieuwe ontwerp van koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg, dat binnenkort in werking zal treden, voorziet in een onmiddellijke inning van een bedrag van 50 000 frank bij vaststelling van manipulaties die tot doel hebben de goede werking van de tachograaf of de correcte registratie door dit apparaat te verhinderen.

In 1999 werden op de 78 013 gecontroleerde vrachtwagens 13 019 inbreuken vastgesteld. Bij het personenvervoer werden 3 139 autocars gecontroleerd en hierbij werden 379 inbreuken vastgesteld. Bij het goederenvervoer voor rekening van derden werden 3 096 of 27,90% inbreuken inzake rij- en rusttijden en 2 224 of 20,04% inbreuken inzake gebruik van de tachograaf vastgesteld.

Bij het goederenvervoer voor eigen rekening bedragen die cijfers respectievelijk 143 of 7,44% en 267 of 13,88%. Bij het personenvervoer voor rekening van derden werden 19 of 6,01% inbreuken inzake de rij- en rusttijden en 61 of 19,30% inbreuken inzake het gebruik van de tachograaf vastgesteld.

In 2000 is het aantal controles merkelijk opgevoerd. Dat kon omdat de in 1998 en 1999 in dienst genomen wegbrigadiers en controleurs nu volledig zijn opgeleid en over de nodige middelen beschikken om volwaardig aan de controles deel te nemen.

In de periode van januari tot en met april zijn 33.089 controles uitgevoerd. Het aantal vastgestelde inbreuken bedroeg 6 182 op 32 126 gecontroleerde vrachtwagens en 251 op 963 gecontroleerde autocars. Bij het goederenvervoer voor rekening van derden werden 1 178 of 26,18% inbreuken inzake de rij- en rusttijden vastgesteld en 896 of 19,92% inbreuken inzake het gebruik van de tachograaf. Bij het goederenvervoer voor eigen rekening bedragen die cijfers respectievelijk 246 of 17,18% en 27 of 1,89%. Bij het personenvervoer voor rekening van derden werden 14 of 5,58% inbreuken inzake de rij- en rusttijden vastgesteld en 32 of 12,75% inzake het gebruik van de tachograaf.

Om de wegcontrole te optimaliseren hebben de Beneluxlanden en Frankrijk in oktober 1999 een overeenkomst gesloten om hun controlediensten nauw te laten samenwerken. Deze overeenkomst zal de komende maanden waarschijnlijk worden uitgebreid tot Duitsland, Spanje, Groot-Brittannië en Ierland. Door dat soort van samenwerking kunnen bepaalde voertuigen op een adequate wijze over de volledige rit worden gevolgd. Er zijn al specifieke controles uitgevoerd op autocars die tussen Spanje en België rijden. Die initiatieven zullen worden uitgebreid.

In het kader van de invoering van een technische controle langs de weg, een initiatief van de Europese Unie, wordt een samenwerkingsvorm tussen de wegcontrole en de automobielinspectie uitgewerkt.

De vraag rijst ook of we in de toekomst geen betere apparatuur moeten aanschaffen. De automobielinspectie moet in ieder geval elke overtreding melden.

De administratie moet ook meer controle kunnen uitvoeren op de centra voor technische controle en ze verplichten elke overtreding te melden. De GOCA en de centra moeten de mogelijkheid krijgen om snelheidsbegrenzers te controleren.

Binnen het raam van de Belgische en Europese wetten wil ik, zoals ook in de luchtvaartsector, alle initiatieven steunen en zelf initiatieven nemen om de controle te versterken, zodat er geen risico bestaat op belangenvermenging.

De directie Controle zou in deze context kunnen worden uitgerust met specifieke computerapparatuur om op een stilstaand voertuig technische elementen te testen zoals de tachograaf, het remvermogen en de snelheidsbegrenzer. Deze toestellen kosten wel ongeveer 1,5 miljoen frank.

Controle is dus heel belangrijk en moet worden opgedreven, maar het is onmogelijk om elke vrachtwagen en autocar te controleren. We moeten ook proberen het gedrag van de chauffeurs te beďnvloeden zodat ze de regels respecteren, zelfs zonder controle.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Ik dank de minister voor het omstandige antwoord en de recente cijfers die ze gegeven heeft. Die cijfers bewijzen dat het aantal overtredingen per controle zeer hoog ligt, soms zelfs tot 25%. Wellicht scoren weinig overtredingen zo hoog. Dit bewijst dat dit soort van fraude in deze sector nog veel te frequent voorkomt. Moeten wij de wetgeving dan niet aanpassen en de boetes optrekken om het afschrikkingseffect te vergroten? Dit soort van cijfers vind ik immers onaanvaardbaar.