2-261/2

2-261/2

Belgische Senaat

ZITTING 1999-2000

14 JUNI 2000


Wetsvoorstel tot bevordering van de verkeersveiligheid in de schoolomgevingen


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN MEVROUW LINDEKENS C.S.

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 2. ­ Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : schoolomgeving : één of meer openbare wegen, gelegen in de onmiddellijke omgeving van een school of een schoolcomplex. »

Verantwoording

In het kader van het gebiedsgericht snelheids- en infrastructuurbeleid wordt met de « schoolomgeving » een nieuw begrip geïntroduceerd. Hiermee wordt verwezen naar de openbare ruimte in de onmiddellijke omgeving van scholen van het kleuter-, basis- en secundair onderwijs. De schoolomgeving wordt gekenmerkt door een groot aantal voetgangers en fietsers en door de vele oversteekbewegingen die hiermee gepaard voor en na de openingsuren van de school.

De schoolroutes ­ de meest gebruikte routes waarvan scholieren te voet of met de fiets gebruik maken ­ behoren niet tot de schoolomgeving zoals bedoeld in deze wet. Het opleggen van een 30 km/u-snelheidslimiet, zoals bepaald in artikel 3 van deze wet, in de wijde omgeving van de school zou het concept « schoolomgeving » uithollen en is op veel plaatsen niet haalbaar. Voor het realiseren van veilige en aantrekkelijke schoolroutes kan de wegbeheerder terugvallen op een aantal andere instrumenten die de Wegcode aanreikt.

Nr. 2 VAN MEVROUW LINDEKENS C.S.

Art. 3

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 3. ­ In de schoolomgeving is de snelheid voor en na de schooluren beperkt tot 30 km/u, behoudens voor de gebieden die deel uitmaken van een zone 30, een woonerf of een voetgangersgebied, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 1 december 1975.

De Koning bepaalt de nadere regels inzake de afbakening en de signalisatie van de schoolomgeving, met bijzondere aandacht voor de herkenbaarheid van de schoolomgeving ten aanzien van de weggebruikers. »

Verantwoording

Onderzoek wijst uit dat bij een snelheid van 30 km/u zowel het risico op ongevallen als de ernst van de letsels die eruit voortvloeien, drastisch beperkt worden. Het risico op ongevallen vermindert onder andere doordat de totale remafstand gemiddeld 15 meter bedraagt, tegenover 30 meter bij een snelheid van 50 km/u. Bovendien laat een snelheid van 30 km/u de bestuurder toe om zijn of haar aandacht te richten op wat zich in de onmiddellijke omgeving van zijn voertuig afspeelt; bij een hogere snelheid verschuift het blikveld zich naar punten die relatief ver van de wagen gelegen zijn. Gelet op het soms onvoorspelbaar verkeersgedrag van kinderen, is het ook daarom aangewezen de snelheid in de schoolomgeving te beperken tot 30 km/u.

De drukte in schoolomgevingen is beperkt tot de specifieke periodes voor en na de schooluren. Deze wet houdt daarmee rekening en stelt daarom een tijdsgebonden snelheidslimiet in. Deze snelheidslimiet kan verschillen van school tot school. Naar de weggebruikers toe moet deze tijdsgebonden snelheidslimiet gecommuniceerd worden via een aangepaste signalisatie (bijvoorbeeld met oplichtende elementen).

De signalisatie dient ook heel nadrukkelijk de aandacht van de weggebruiker te vestigen op het feit dat hij of zij zich in een schoolomgeving bevindt. Met de huidige signalisatie (verkeersbord A 23) is dit vandaag op veel plaatsen niet het geval. In dit opzicht pleiten we ervoor om bijvoorbeeld het plaatsen van verkeersborden tegen een fluorescerende achtergrond toe te laten, zo niet te verplichten.

Nr. 3 VAN MEVROUW LINDEKENS C.S.

Art. 4

Het eerste lid van dit artikel vervangen als volgt :

« De Koning kan aan de gemeenten een toelage toekennen voor projecten die, overeenkomstig deze wet, de verkeersveiligheid in de schoolomgeving bevorderen. »

Verantwoording

Dit artikel geeft de federale overheid de mogelijkheid om een eigen subsidieregeling uit te werken voor gemeentelijke projecten die de afbakening van de schoolomgeving en de handhaving van de snelheidslimiet in de schoolomgeving ondersteunen.

In het kader van de federale veiligheids-, samenlevings- en preventiecontracten bestaat vandaag trouwens reeds een ­ zij het beperkte ­ federale subsidiëring van verkeersveiligheidsprojecten. Het ligt voor de hand dat deze mogelijkheden bij het van kracht worden van deze wet verder uitgediept worden.

Nr. 4 VAN MEVROUW LINDEKENS C.S.

Art. 5

In dit artikel de woorden « derde maand » vervangen door de woorden « twaalfde maand ».

Verantwoording

Om de Koning voldoende tijd te geven voor de uitvoering van deze wet, wordt er een periode van één jaar voorzien tussen de publicatie van de wet en de eigenlijke inwerkingtreding.

Kathy LINDEKENS.
Marie NAGY.
Paul DE GRAUWE.
Nathalie de T' SERCLAES.
Meryem KAÇAR.
Sabine de BETHUNE.
Magdeleine WILLAME-BOONEN.

Nr. 5 VAN DE HEER BARBEAUX

(Subamendement op amendement nr. 1).

Art. 2

Dit artikel aanvullen als volgt :

« De schoolzone is de ruimte begrepen tussen de verkeersborden A 23, zoals zij gedefinieerd worden in artikel 66 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement over de politie van het wegverkeer. »

Verantwoording

In de wet moet de ruimte die beschouwd wordt als schoolzone, objectief en nauwkeurig omschreven worden.

Daar er in de regelgeving reeds een verkeersbord bestaat om de plaats aan te duiden waar speciaal veel kinderen komen en daar die borden voldoende dicht in de buurt van scholen geplaatst zijn, wordt voorgesteld dat tussen die twee borden een snelheidsbeperking van 30 km per uur geldt.

Hierdoor zou de weggebruiker sneller vertrouwd raken met de nieuwe verkeersregel waarin dit voorstel voorziet.

Michel BARBEAUX.