2-54

2-54

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 8 JUIN 2000 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Questions orales

Question orale de M. Wim Verreycken au premier ministre sur «la responsabilité des allocutions princières au Sénat» (n° 2-279)

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Vorige week hebben wij de eedaflegging meegemaakt van een niet verkozen senator die zal zetelen in toepassing van artikel 72 van de Grondwet. In december 1999 dienden wij terzake trouwens een wijzigingsvoorstel in. Vandaag vernamen wij toevallig dat dit wetsvoorstel toch zal worden gedrukt.

De regering is uiteraard verantwoordelijk voor de uitspraken van de Koning. Afgeleid van de koninklijke onverantwoordelijkheid mochten geen leden van de koninklijke familie of zelfs geen naaste medewerkers in de Rwanda-commissie getuigen. Worden zij door dezelfde onverantwoordelijkheidsregel beschermd?

Is de regering in dat geval dan ook verantwoordelijk voor de uitspraken van leden van het Hof, bijvoorbeeld de senatoren van rechtswege, of voor uitspraken van naaste medewerkers?

Past het dat iemand, om het even wie, teksten van senatoren wijzigt of zelfs laat herschrijven? Na het afleggen van de eed is de prins immers senator. In de media werd in dat verband verwezen naar de voorzitter van de Senaat en naar de CVP, want ook de CVP zou teksten hebben laten nalezen en verbeteren.

Kan de regering nu in de toekomst verantwoordelijk worden gesteld voor alle uitspraken van een prinselijk senator? Ik leg de nadruk op "senator" omdat deze vergadering is samengesteld uit senatoren van rechtswege, rechtstreeks verkozen, gecoöpteerde en gemeenschapssenatoren die allemaal de vrijheid van spreken hebben.

M. le président. - Comme M.Verreycken m'a cité, je souhaiterais d'abord réagir. Aucun mot de l'allocution du prince n'est de ma plume.

De heer Guy Verhofstadt, eerste minister. - De vraag van de heer Verreycken komt een beetje laat. Hij had zijn nieuwe collega vorige week een en ander kunnen vragen in plaats van zich vandaag tot mij te wenden. Hij heeft die kans echter gemist want hij is vorige week niet komen opdagen.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Ik had mijn vraag vóór de eedaflegging ingediend, maar de eerste minister was op dat ogenblik zelf niet aanwezig.

De heer Guy Verhofstadt, eerste minister. - Enkele weken geleden kreeg ik in de Kamer identiek dezelfde vraag van een partijgenoot van de heer Verreycken, de heer Tastenhoye. Ik kan vandaag alleen maar het antwoord op de vraag van de heer Tastenhoye herhalen.

Krachtens artikel 88 van de Grondwet is de persoon des Konings onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk voor de woorden en de daden van de Koning. Daaruit vloeit voort dat elke handeling van de Koning, die een rechtstreekse of onrechtstreekse politieke weerslag kan hebben, door een minister gedekt moet zijn. Dit beginsel is evenwel niet van toepassing op de andere leden van de koninklijke familie.

Ik ontken niet dat ik in de hoedanigheid van eerste minister enkele weken geleden, naar aanleiding van een interview waarin prins Laurent bepaalde uitspraken heeft gedaan, een mening naar buiten heb gebracht. Ik heb daarbij eerst en vooral verwezen naar het beginsel van de Grondwet en gezegd dat de regering voor deze uitspraken niet verantwoordelijk is. Voorts heb ik verklaard dat ik van mening ben dat leden van de koninklijke familie in deze moderne tijd perfect het recht hebben om aan het maatschappelijk debat deel te nemen en opinies te hebben over maatschappelijke ontwikkelingen. Ik heb daaraan toegevoegd dat ze er echter ook moeten voor zorgen dat ze bij het verwoorden van die opinies niet in polemieken terechtkomen of dat ze geen personen aanvallen.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Ik apprecieer het antwoord van de eerste minister. Ik wijs er echter op dat mijn vraag was ingediend vóór de eedaflegging van de prinselijke senator. Ze werd een week uitgesteld omdat de eerste minister vorige week niet aanwezig kon zijn.

M. le président. - C'est exact. Le premier ministre était en Grèce.

De heer Guy Verhofstadt, eerste minister. - Griekenland is de bakermat van de democratie.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Op diezelfde basis ga ik volgende week naar Oostenrijk.

Als de eerste minister het apprecieert dat ik zijn antwoorden voorkauw, dan is hij misschien bereid een weddeverwisseling door te voeren. De onverantwoordelijkheid van de Koning is onbetwistbaar, maar ik vraag me nog altijd af waarom sommige medewerkers van de Koning niet mogen getuigen in onderzoekscommissies. Ik heb het niet over prinsen, wel over medewerkers van het Hof. We hebben sommige van die medewerkers niet kunnen horen, omdat ze aan het Hof werkten. Dat gaat te ver. Strekt die onverantwoordelijkheid van de Koning zich ook uit over de medewerkers? Dat is de kern van mijn vraag. De eerste minister heeft in de Rwanda-commissie zelf meegemaakt dat hij mensen niet mocht ondervragen omdat zij medewerkers van het Hof waren. Indien de eerste minister nu zegt, dat enkel de Koning onverantwoordelijk wordt geacht, wat grondwettelijk juist is, dan vraag ik me nog altijd af waarom wij niet het recht hebben vragen te stellen aan een medewerker, tenzij die mensen iets te verbergen hebben en zich daarom verstoppen achter de onverantwoordelijkheid van de Koning.