2-41

2-41

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

WOENSDAG 3 MEI 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Erika Thijs aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de werkoverlast bij de verkeerspost van de rijkswacht te Jabbeke» (nr. 2-104)

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - De rijkswachters van de verkeerspost van Jabbeke worden sinds enkele jaren geconfronteerd met het probleem dat zij vreemdelingen en illegalen op het grondgebied aantreffen. Ze pogen het fenomeen beheersbaar te houden door zowel preventief als repressief tegen de `passeurs' op te treden. Ook proberen ze de slachtoffers op een humane manier te behandelen tijdens de relatief korte periode dat ze bij de rijkswacht vertoeven.

Probleem is nu dat men moet vaststellen dat de "normale" dienstverlening aan de bevolking in het gedrang komt. Hoe meer capaciteit aan het fenomeen illegalen wordt gespendeerd, hoe minder capaciteit aan het fenomeen mobiliteit kan worden geschonken, terwijl dit laatste in feite toch datgene is waarvoor de verkeersposten in het leven zijn geroepen.

Bij de problemen van werkoverlast, komt nog de zorg voor de opvang van de illegalen en de vreemdelingen.

De normale dienstverlening van de rijkswacht komt in het gedrang. Terwijl de belangrijkste inspanningen naar het verkeer zouden moeten gaan, duiken er plots onvoorziene fenomenen op zodat zij hun prioriteiten hebben moeten verleggen. Zal de minister dit probleem onderzoeken en komt er bijkomende mankracht om de normale taken op een behoorlijke manier te vervullen?

De betrokken rijkswachteenheid is er niet op voorzien om groepen vreemdelingen op te vangen en heeft vooral onvoldoende accommodatie. Bovendien beschikken ze vooral over bureelruimte, waar vertrouwelijke informatie wordt verwerkt en/of opgeslagen. De vreemdelingen kunnen en mogen zich in het gebouw niet vrij bewegen. Intussen zouden zij moeten worden opgevangen door de plaatselijke OCMW's, maar men stelt vast dat slechts weinig IPZ's alle maatregelen hebben genomen om voor opvang te zorgen. Kan hieraan iets worden gedaan?

Bij de behandeling van de dossiers heeft men nood aan tolken. Hoe zal men dit probleem oplossen?

De samenwerking met de Dienst Vreemdelingenzaken verloopt stroef. De rijkswachtbrigade wordt soms geconfronteerd met manifeste onwil. Men vindt de dossiers niet, men moet eerst gaan eten, de verantwoordelijke is niet te vinden, er is nooit transport mogelijk. Men heeft de indruk dat zij zich totaal niet bekommeren om het lot van de vreemdelingen. "Wij zijn niet bevoegd", wordt er dan gezegd. Kunnen er op dat vlak aan de Dienst Vreemdelingenzaken geen duidelijke instructies worden gegeven dat er moet worden samengewerkt met de rijkswachtbrigade van Jabbeke?

De eigen mensen moeten ook steeds opnieuw gemotiveerd worden vermits er zeer vlug de indruk ontstaat dat er geen oplossing is voor het probleem of dat men geen oplossing wil vinden. Moet er niet meer overleg komen met de betrokken federale overheid?

De heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken. - Het valt inderdaad niet te ontkennen dat de werking van de verkeerspost Jabbeke, die zich normaal in de eerste plaats met verkeerszaken moet bezighouden, voor een deel gehypothekeerd wordt door het fenomeen van de illegale migratie. Dit heeft ook te maken met de ligging van de verkeerspost langs de weg naar Groot-Brittannië. Voornamelijk de activiteiten van de normale permanentiedienst hebben daar onder te lijden, veel meer dan de activiteiten als verkeerspolitie.

Het opsporen en ontdekken van illegalen brengt heel wat administratieve overlast mee. Er is al grondig onderzoek verricht rond dit probleem, wat heeft geleid tot de aanpassing van de procedures voor het afwerken van asiel- en regularisatieaanvragen. Er werden ook structurele maatregelen genomen om de aantrekkelijkheid van België als transitland of land van eindbestemming te verminderen. Dit zal op langere termijn ongetwijfeld leiden tot een afname van het aantal mensen zonder papieren.

Daar het probleem van de werkoverlast van tijdelijke aard is en er geen personeelsreserve beschikbaar is, zal het effectief van de verkeerspost Jabbeke niet worden uitgebreid. Een dergelijke maatregel zou in ieder geval ten koste gaan van andere eenheden die zelf ook met vergelijkbare operationele noden worden geconfronteerd.

Le CPAS du lieu n'est pas responsable de l'accueil dès le moment de l'interception. Durant l'analyse du dossier par l'Office des étrangers, les personnes interceptées sont arrêtées administrativement et se trouvent sous la responsabilité d'un officier de police administrative. La garde de ces personnes incombe alors entièrement aux services de police.
L'infrastructure du poste de circulation n'est bien sûr pas conçue pour l'accueil et la garde d'un nombre important de personnes. Ce n'est pas au seul personnel de ce poste ou à la seule gendarmerie qu'il appartient de trouver des solutions idoines dans ce domaine. Les autorités administratives locales ont également un rôle important à jouer en la matière.

La liste des interprètes disponibles a été actualisée récemment à la demande du bureau central des recherches et est mise à la disposition de toutes les unités par le service de permanence nationale de la gendarmerie. Par ailleurs, des questionnaires ont été élaborés dans la plupart des langues rencontrées afin de permettre aux unités de composer plus rapidement les dossiers. Il n'est toutefois pas aisé, malgré les efforts fournis, de trouver pour n'importe quelle langue un interprète disponible qui peut venir sur place en peu de temps.

Il me semble injustifié de formuler des soupçons de mauvaise volonté à l'égard du personnel de l'Office des étrangers. Il faut en effet tenir compte de l'augmentation de la charge de travail à laquelle est également confronté ce service. Le traitement des dossiers a été optimisé et du personnel supplémentaire a été engagé. L'affluence de questions à des moments déterminés provoque certes parfois une dispersion des forces disponibles, mais on ne peut reprocher à ce service un manque d'implication.
Par ailleurs, des contacts réguliers sont entretenus avec la gendarmerie de façon à améliorer continuellement la collaboration. Une nouvelle réunion de suivi avait d'ailleurs été planifiée en avril dernier.
Les difficultés dénoncées n'ayant pas un caractère particulier, aucune instruction spécifique ne doit être donnée à l'Office des étrangers en vue d'une collaboration privilégiée avec le poste de circulation de Jabbeke. Toutefois, les remarques et suggestions de ce service sont effectivement prises en compte. Le nombre de demandes d'asile en provenance du Kosovo est en nette diminution -1692 en septembre, 385 en février -.
Les problèmes pratiques temporaires de communication seront résolus d'eux-mêmes dès la fin du déménagement de l'Office des Etrangers.
On reprendra les éloignements d'illégaux dès que l'Office des étrangers sera en possession des données de la Commission de régularisation, ce qui doit permettre de vérifier au préalable s'il s'agit de candidats à la régularisation ne pouvant être éloignés.
Le gouvernement est à la recherche constante de solutions permettant d'endiguer les conséquences du séjour illégal ou du passage en Belgique de personnes sans papiers. Si les effets des solutions structurelles déterminées n'ont pas toujours été immédiatement ressentis sur le terrain, ils sont désormais perceptibles puisque le nombre de personnes interceptées est très heureusement en nette diminution. Il est vrai que le personnel des unités provinciales de circulation, notamment à Jabbeke, déplore qu'une solution satisfaisante n'ait pas été trouvée à tous les problèmes pratiques posés par la prise en charge de nombreux immigrés.
J'ai expliqué les initiatives concrètes qui avaient été prises pour remédier à cet état de choses. Je suis conscient que le personnel des UPC doit accomplir sa tâche dans des conditions ingrates et je tiens à saluer l'effort qu'il a fourni dans le cadre de l'immigration illégale et de la traite des êtres humains, tant sur le plan policier que sur le plan humanitaire. Je reste attentif au suivi des mesures prises pour résoudre les difficultés passagères rencontrées.

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - Ik wil de minister toch nog signaleren dat de rijkswachters ter plaatse echt de wanhoop nabij zijn. Jabbeke is de enige post waar nog steeds veel vluchtelingen worden opgepakt en nu begint, met het goede weer, ook de enorme stroom van inlanders naar de kust op gang te komen.

De rijkswachters beseffen wat hun job inhoudt en zijn bereid die loyaal uit te voeren. Ze krijgen pas echt ernstige problemen als ze de vluchtelingen na de administratieve afwerking, verder als mens moeten behandelen. Ze vertellen me hoe ze vaak met baby's van vier, vijf maanden langs de autosnelweg staan en nergens naartoe kunnen. Soms nemen ze die kinderen gewoon mee naar huis, kopen voor hen de nodige pampers en dergelijke. Dat is natuurlijk hun taak niet, maar als je gewoon als mens tussen de mensen leeft, kan je niet neen zeggen als iemand zo om hulp vraagt.

Het stoort me dan ook te moeten horen dat ze door de Dienst Vreemdelingenzaken botweg worden afgesnauwd. Die zou toch een extra inspanning mogen doen om deze rijkswachters op een correcte manier te behandelen. Het kan toch niet dat iemand van de DVZ een rijkswachter vraagt om twee uur later terug te bellen, omdat hij aan het eten is. Ondertussen staat hij daar in Jabbeke met twintig mensen die een opvang moeten krijgen. Waar moet hij daarmee naartoe als het avond of nacht wordt?

Is het echt niet mogelijk om voor een zestal maanden, zeker voor de drukke periode die eraan komt, meer mankracht vrij te maken? Het migratieprobleem stopt niet met het mooie weer. Ook in de zomer zullen er vluchtelingen aankomen.

Ik vertolk hier een beetje wat de rijkswachters ter plaatse willen. Misschien komt hun wanhoop niet rechtstreeks tot bij de minister. Daarom vraag ik hem om aan dit probleem de nodige extra aandacht te besteden..

- Het incident is gesloten.