2-40

2-40

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 27 APRIL 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de minister van Landsverdediging over «de nieuwe militair-strategische houding van de NAVO» (nr. 2-221)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Op het vlak van de internationale kernwapenstrategie is er heel wat beweging. Recentelijk is de Russische president Poetin erin geslaagd de Doema te overtuigen om met het START-verdrag een nieuwe richting in te slaan. Daardoor kunnen de twee grote machtsblokken voortgaan met de ontmanteling van hun kernkoppen. Om die reden is het van belang dat wij als klein land binnen de NAVO signalen geven.

Ten eerste, is het juist dat momenteel binnen de NAVO het militair-strategisch document MC 400/1 wordt herzien en dat de nieuwe versie MC400/2 op de NAVO-top in Firenze van 24 en 25 mei ter politieke goedkeuring wordt voorgelegd?

Ten tweede, klopt het dat de voorlopige versie van de MC 400/2 in een nieuwe rol voor kernwapens voorziet in de counterproliferatiestrategie tegen chemische en biologische massavernietigingswapens?

Ten derde, houdt dit ook een mogelijke rol voor kernwapens in bij out-of-area operaties?

Ten vierde, komt het aanvaarden van deze counterproliferatie-rol voor kernwapens niet neer op het aangaan van een nieuwe verbintenis in NAVO-verband? Welke houding zal de Belgische regering in dat verband aannemen?

Ten vijfde, schendt die nieuwe counterproliferatie-rol voor kernwapens in het licht van de nieuwe onderhandelingen op mondiaal niveau, niet de negatieve veiligheidsgaranties die door de kernwapenstaten worden gegeven? Met andere woorden, het Non-Proliferatieverdrag bepaalt dat landen die kernwapens bezitten in geval van een gewapend conflict met landen die niet over dergelijke wapens beschikken, nooit van deze wapens gebruik zullen maken. De NAVO-strategie zou hieraan afbreuk doen.

Ten slotte, ondergraaft de herziening van het MC 400/1 niet de NPT Review Conference, waar het nakomen van de NPT-verplichtingen van de staten, dus ook die van de NAVO-lidstaten, ter evaluatie ligt?

De heer André Flahaut, minister van Landsverdediging. - De herziening van het document MC 400/1 staat niet op de agenda van de ministeriële NAVO-vergadering van Firenze. Aan die vergadering zullen trouwens alleen de ministers van Buitenlandse Zaken deelnemen.

Ten tweede vindt het document waarover de heer Vankrunkelsven het heeft, zijn oorsprong in het Nieuw Strategisch Concept. De rol van de kernwapens is gedefinieerd in dat concept, dat op de NAVO-top van Washington in april 1999 door de regerings- en staatshoofden werd goedgekeurd. De kernwapens maken deel uit van het gemengd arsenaal van de alliantie met als doel de vrede te beschermen en oorlog of enige andere vorm van dreiging te voorkomen. Door het gebruik van NBC-wapens te ontraden dragen ze bij tot de inspanningen van de alliantie om de proliferatie van deze wapens en hun vectoren te voorkomen.

Ten derde moet de NAVO, rekening houdend met de diverse risico's waarmee de alliantie kan worden geconfronteerd, over de nodige gemengde strijdkrachten beschikken zodat een geloofwaardige afschrikking kan worden geboden. Daarvoor moet de alliantie een wijd gamma van mogelijke antwoordopties kunnen bieden. Bijgevolg blijft de rol van de nucleaire strijdkrachten van de alliantie ongewijzigd en wordt het vroegere beleid bevestigd.

Ten vierde komt de houding van de Belgische regering overeen met de NAVO-strategie: de fundamentele doelstelling van de nucleaire wapens is van politieke aard, namelijk het bewaren van de vrede en het voorkomen van conflicten van welke aard ook.

Aangezien er voor de kernwapens geen sprake is van een nieuwe rol, is de vijfde vraag niet relevant.

Wat betreft de zesde vraag over de non-proliferatie en de uiteindelijke universele eliminatie van alle kernwapens, is het duidelijk dat België in overeenstemming met artikel VI van het Non-Proliferatieverdrag, ervoor ijvert om deze doelstellingen te realiseren. Die houding wordt aangenomen door de Belgische vertegenwoordigers, dus ook door mijn collega van Buitenlandse Zaken die België vertegenwoordigt op de verschillende fora waar de nucleaire ontwapening aan bod komt.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Uit het antwoord van de minister maak ik op dat ik ook de minister van Buitenlandse Zaken aan de tand zal moeten voelen omtrent deze problematiek.

Als ik het goed begrepen heb, verklaart de minister dat het nieuwe document geen afbreuk doet aan de beslissingen die in april 1999 in Washington zijn genomen en dat er bijgevolg niets ter goedkeuring moet worden voorgelegd.

De minister zegt dat het Non-Proliferatieverdrag niet wordt ondermijnd door de nieuwe strategie. Dat betwist ik evenwel. Volgens mij kunnen in het kader van die nieuwe strategie biologische massavernietigingswapens worden bestreden met kernwapens, ook in die landen die geen kernwapens bezitten, wat in strijd is met het Non-Proliferatieverdrag waarin is afgesproken dat de landen die kernwapens bezitten nooit landen zonder kernwapens zullen bestrijden, tenzij ze de alliantie of haar grondgebied aanvallen.

M. André Flahaut, ministre de la Défense. - Je n'ajouterai pas beaucoup d'éléments dans ce débat dans la mesure où il concerne à la fois la Défense et les Affaires étrangères. Pour être tout à fait précis, il y aura dans les prochains jours, à la demande d'ailleurs d'un des représentants de votre parti à la Chambre, une réunion spécifique de la commission de la Défense sur ces questions.