Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-10

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid

Vraag nr. 381 van de heer Mahoux d.d. 26 januari 2000 (Fr.) :
Werkloosheidsuitkeringen. ≠ Verblijfplaats in BelgiŽ. ≠ Afwijkingen.

Artikel 66 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 bepaalt dat de werkloze, om uitkeringen te genieten, zijn gewone verblijfplaats in BelgiŽ moet hebben en bovendien effectief in BelgiŽ moet verblijven.

In het tweede lid van dit artikel staat dat de minister na advies van het beheerscomitť de gevallen bepaalt waarin en de voorwaarden waaronder uitkeringen toegekend kunnen worden aan de werkloze die niet effectief in BelgiŽ verblijft.

Kunt u mij meedelen of deze maatregel reeds op bepaalde werklozen werd toegepast ? In welke omstandigheden gebeurde dat ?

Zouden bruggepensioneerden die afwijking niet kunnen genieten ? Men kan er immers van uitgaan dat zij niet meer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en dat sommigen onder hen thans reeds in de gelegenheid zijn om onder bepaalde voorwaarden een ę toegestane Ľ activiteit uit te oefenen in het buitenland.

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat artikel 39 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, dat genomen werd ter uitvoering van artikel 66 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, de voorwaarden bepaalt waaronder werkloosheidsuitkeringen kunnen toegekend worden aan de werkloze die niet effectief in BelgiŽ verblijft.

Zo kan de werkloze uitkeringen genieten :

≠ voor een periode van maximum vier weken per jaar die hij op zijn controlekaart aanduidt als jaarlijkse vakantie, indien hij voor deze dagen geen vakantiegeld heeft ontvangen;

≠ voor een periode van maximum twee weken, indien de directeur van het werkloosheidsbureau erkent dat het verblijf in het buitenland gewettigd is voor het zoeken naar een dienstbetrekking;

≠ onder bepaalde voorwaarden, voor een periode van maximum vier weken per kalenderjaar voor deelname aan een culturele of sportieve manifestatie;

≠ voor de periode aangeduid bij ministeriŽle beslissing, genomen na advies van het beheerscomitť; deze bepaling laat het bijvoorbeeld toe vrijstelling te verlenen aan vreemdelingen die in het buitenland deelnemen aan verkiezingen.

Deze bepalingen zijn eveneens van toepassing op bruggepensioneerden.