2-15

2-15

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 2 DECEMBER 1999 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over ęde eventuele toetreding van Turkije tot de Europese UnieĽ (nr. 2-48)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - We verrast toen, een veertiental dagen geleden, de Amerikaanse president Clinton, Europa de les kwam spellen en ervoor pleitte dat Turkije volwaardig lid zou worden van de Europese Unie. De Volksunie veroordeelt deze uitspraak als een ongeoorloofde inmenging in Europese aangelegenheden. Blijkbaar beschouwt de Amerikaanse president Europa als zijn achtertuin.

Clinton ziet de Turkse toetreding als een evidentie op het moment dat mensenrechtenactivisten nog steeds folterpraktijken en politieke processen aanklagen. De Turkse staat maakt zich nog steeds schuldig aan de schending van elementaire mensenrechten. Dissidente en hervormingsgezinde politici - zoals de verkozenen van de democratische partij HADEP - stellen zich door hun werk bloot aan vervolging. Zelfs de politieke en basisrechten van bevolkingsgroepen als de Koerden of de Assyrisch-Chaldese gemeenschap worden geschonden. De Verenigde Staten hebben de Turkse kwestie steeds benaderd vanuit een strikt politieke, militaire en geopolitieke visie.

Door de toetreding van Turkije tot de Europese Unie zou BelgiŽ volgens het Aznar-protocol verplicht zijn politieke vluchtelingen die Turks staatsburger zijn, aan Ankara uit te leveren. Was de regering op de hoogte van het standpunt van de Amerikaanse president en werd hierover voorafgaandelijk overleg gepleegd met de Europese Unie?

Staat de Belgische regering achter dit standpunt ook al schendt Turkije de mensenrechten op diverse vlakken?

Welke houding zal BelgiŽ in de Europese Unie aannemen tegenover een eventuele toetreding van Turkije?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - De regering werd uiteraard niet vooraf op de hoogte gebracht van het standpunt van president Clinton. Evenmin werd hierover overleg gepleegd met de Europese Unie. Het spreekt voor zich dat Clintons uitspraak evenwel volkomen in de lijn ligt van het traditionele Amerikaanse Turkije-beleid. De toetreding van Turkije tot de Europese Unie is echter nog niet aan de orde, ook al is BelgiŽ - zoals de meeste Europese landen - het ermee eens dat Turkije een Europese roeping heeft. Op het ogenblik, en meer bepaald tijdens de top van Helsinki die op 10 en 11 december plaatsheeft, zal uitsluitend gesproken worden over het verlenen van de status van kandidaat-lidstaat aan Turkije. Het verlenen van die status houdt geenszins in dat we morgen met Turkije in de Europese boot stappen en toetredingsonderhandelingen aanknopen. Dat laatste zal pas gebeuren als Turkije voldoet aan de zogenaamde Kopenhagen-criteria en zover zijn we nog lang niet. Die criteria zijn onder andere op het politieke vlak heel expliciet. Democratie en respect voor de mensenrechten vormen er de kern van. Precies door Turkije als kandidaat-lidstaat te erkennen, kunnen deze twee elementen succesvol door de EU worden afgedwongen. Voorlopig is elke beslissing over een eventuele toetreding van Turkije tot de EU voorbarig.