2-318/1

2-318/1

Belgische Senaat

ZITTING 1999-2000

31 JANUARI 2000


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 147, tweede lid, van de Grondwet, om de woorden behalve bij het berechten van ministers en leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen op te heffen

(Verklaring van de wetgevende macht, zie
Belgisch Staatsblad nr. 88 van 5 mei 1999)


VOORSTEL VAN MEVROUW
NATHALIE de T'SERCLAES C.S.


TOELICHTING


Tijdens de constituante van 1995-1999 zijn de artikelen 103 en 125 van de Grondwet aangaande de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers aanzienlijk gewijzigd.

Meer bepaald behoort de berechting van ministers en van de leden van de gemeenschaps- en gewestregeringen voortaan niet meer tot de bevoegdheid van het Hof van Cassatie maar tot die van het hof van beroep.

Tijdens de besprekingen die hierover hebben plaatsgevonden in de vorige zittingsperiode, is terecht opgemerkt dat de wijziging van de artikelen 103 en 125 van de Grondwet eveneens een wijziging nodig maakt van artikel 147, tweede lid, van de Grondwet aangaande de bevoegdheid van het Hof van Cassatie, aangezien dat hof niet meer bevoegd is voor het berechten van ministers en leden van de gemeenschaps- en gewestregeringen. Omdat dat artikel niet voor herziening vatbaar was verklaard, kon de grondwetgever deze wijziging toen niet doorvoeren. Dit probleem is duidelijk aan het licht gekomen tijdens de parlementaire voorbereiding van het voorstel tot herziening van artikel 103. Op de vragen van een lid over de impliciete wijziging van de artikelen 111 en 147 van de Grondwet, antwoordde de indiener van het voorstel dat moet worden verwezen naar de bespreking in de subcommissie waar werd overeengekomen dat die bepalingen geneutraliseerd werden (...). Beide artikelen zijn immers niet voor herziening vatbaar verklaard door de preconstituante. Er zou wel over gewaakt moeten worden die grondwetsartikelen aan te passen onder de volgende constituante (voorstel tot herziening van artikel 103 van de Grondwet, verslag van de heren Giet en Leterme, Stuk Kamer, nr. 1258/1, blz. 10).

Teneinde de nieuwe artikelen 103 en 125 en artikel 147 van de Grondwet op elkaar te kunnen afstemmen, heeft de preconstituante in haar verklaring tot herziening van 5 mei 1999 de mogelijkheid opgenomen om het tweede lid van artikel 147 met betrekking tot de bevoegdheden van het Hof van Cassatie te herzien.

Dit voorstel tot herziening van de Grondwet strekt ertoe om de genoemde artikelen met elkaar in overeenstemming te brengen door in het tweede lid van artikel 147 de woorden , behalve bij het berechten van ministers en leden van de gemeenschaps- en gewestregeringen te schrappen.

Aangezien artikel 111 van de Grondwet, dat betrekking heeft op het verlenen van genade, nog op bepaalde gevallen van toepassing kan zijn, is het voorlopig niet opportuun dat artikel te wijzigen.

Nathalie de T'SERCLAES.

VOORSTEL


Enig artikel

In artikel 147, tweede lid, van de Grondwet, vervallen de woorden , behalve bij het berechten van ministers en leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen .

Nathalie de T'SERCLAES.
Iris VAN RIET.
Hugo VANDENBERGHE.
Philippe MAHOUX.
Guy MOENS.
Marcel CHERON.
Frans LOZIE.
Clotilde NYSSENS.