Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-99

ZITTING 1998-1999

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Vervoer

Vraag nr. 1638 van de heer Olivier d.d. 12 maart 1999 (N.) :
Uitlaatgassen. Europese normen.

In de Europese Unie wordt momenteel gewerkt aan een programma Auto-Oil dat de luchtkwaliteit in de EU gevoelig wil verbeteren. Over de standpunten van de milieugroepen enerzijds en de auto- en petroleumindustrie anderzijds werd door de Europese Raad en de Europese Commissie een compromis bereikt. Het Europees Parlement eist echter nog strengere normen vanaf 2005 in plaats van de louter indicatieve waarden, die de Europese Raad en de Europese Commissie overeenkwamen.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :

1. Wat is de verdere procedure voor het vaststellen van deze normen ?

2. Tegen wanneer kunnen deze normen van kracht worden ?

3. Zal deze reglementering bijzondere eisen stellen aan de consument (bijvoorbeeld katalysatoren om uitlaatgassen te beperken) of aan de industrie (bijvoorbeeld beperking andere vervuilende gassen zoals benzeen en aromatische verbindingen) ?

4. Wat is de raming van de kostprijs per autogebruiker individueel en voor de industrie in het algemeen ?

5. Wordt er op de n of andere manier voorzien in een tegemoetkoming voor deze kosten ?

Antwoord : Het programma Auto/Oil is verdeeld in verschillende fases. Fase I, momenteel beindigd, bepaalt bij middel van richtlijnen van het Europees Parlement en van de Raad, de grenzen van de uitlaatverontreinigingen van de motorvoertuigen in twee stappen, stap 2000/2005 en stap 2005 en verder.

Fase II zou vanaf 2005 moeten uitkomen op een bijkomende vermindering van de traditionele uitlaatverontreinigingen en het vastleggen van grenzen voor de emissies van chemische componenten, verantwoordelijk voor het broeikaseffect, voor de verzuring van de atmosfeer, enz. De nieuwe bepalingen zullen worden ingevoerd bij middel van richtlijnen die nu nog in het ontwerpstadium zijn. De conclusies van het programma Auto/Oil worden verwacht tegen 31 december 1999.

Volgens het meest waarschijnlijke scenario zouden de nieuwe bepalingen progressief worden toegepast in de stap 2005/2010.

Men moet er zich aan verwachten dat de verlaging van de grenzen een veel performanter zuiveringssysteem voor de uitlaatgassen zal noodzakelijk maken dan voor het ogenblik het geval is. Dit is voornamelijk het geval voor de motoren met compressie-ontsteking (diesel). De motorbrandstoffen zullen eveneens een postraffinaderij-behandeling moeten ondergaan om verenigbaar te zijn met de zuiveringssystemen onder andere een ontzwaveling.

De raming van de meerkosten is zeer moeilijk te maken. Als men zich baseert op de mededeling van de Europese Commissie in het kader van het programma Auto/Oil I, en, wat een personenwagen betreft, mag men gemiddeld 17 000 frank vooropstellen voor een benzinemotor, tegen 47 000 frank voor een dieselmotor. Het is waarschijnlijk dat deze cijfers nog hoger zullen uitvallen als men nog andere types verontreiniging in acht moet nemen.

De investeringen zijn geraamd op 100 miljard frank per jaar voor fase Auto/Oil, enkel voor de automobielnijverheid en 30 miljard per jaar voor de petroleumnijverheid. De ontzwaveling van de brandstoffen zou aan de Europese petroleumnijverheid 320 miljard meer kosten (bron Europia).

De gebruikers, die zich een voertuig aanschaffen dat reeds voldoet aan de nieuwe bepalingen vr de datum van de invoegetreding ervan, zullen kunnen genieten van een premie of een fiscale aftrek binnen bepaalde grenzen evenwel. De beslissing is aan elke lidstaat gelaten om deze mogelijkheid te gebruiken of niet.