1-259

1-259

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 1er AVRIL 1999

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 1 APRIL 1999

(Vervolg-Suite)

PROJET DE LOI PORTANT ASSENTIMENT À LA CONVENTION CONTRE LA TORTURE ET AUTRES PEINES OU TRAITEMENTS CRUELS, INHUMAINS OU DÉGRADANTS ADOPTÉE À NEW YORK LE 10 DÉCEMBRE 1984

Discussion générale

Discussion des articles

De voorzitter. ­ We vatten de bespreking aan van het wetsontwerp.

Nous abordons l'examen du projet de loi.

Volgens het Reglement geldt de door de commissie aangenomen tekst als basis voor de bespreking. (Zie gedrukt stuk nr. 1-1296/3 van de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden van de Senaat. Zitting 1998/1999.)

Conformément à notre Règlement, le texte adopté par la commission servira de base à notre discussion. (Voir document nº 1-1296/3 de la commission des Affaires étrangères du Sénat. Session 1998/1999.)

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

Het woord is aan de rapporteur.

Mevrouw Sémer (SP), rapporteur. ­ Mijnheer de voorzitter, de minister van Buitenlandse Zaken wees in zijn inleidende uiteenzetting in de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden op het belang van dit verdrag. De regering slaagde er niet in de ratificatieprocedure in 1998 vóór de viering van 50e verjaardag van de Universele Verklaring van de rechten van de mens te beëindigen omdat ze moest wachten op het advies van de Raad van State.

Het verdrag is op 10 december 1984 door de algemene vergadering van de Verenigde Naties bij consensus goedgekeurd. Op 4 februari 1985 is het voor ondertekening opengesteld en op die dag door ons land ondertekend. Op dit ogenblik hebben 104 landen het verdrag geratificeerd. Dertien andere landen, waaronder België en Ierland, hebben het verdrag ondertekend, maar nog niet geratificeerd.

Vervolgens lichtte de minister de inhoud en de structuur van het verdrag toe. Het verdrag bestaat uit drie delen.

Het eerste deel definieert het begrip « foltering » en somt de verplichtingen van de verdragsluitende partijen op. Op het verbod tot foltering bestaat geen enkele uitzondering. Bovendien mogen personen niet worden uitgewezen of teruggezonden en niet worden uitgeleverd aan een staat waar ze het risico lopen het slachtoffer te worden van foltering.

Het tweede deel van het verdrag behandelt de indeling en de bevoegdheden van het Comité tegen foltering, een internationaal orgaan dat nagaat of de verdragsluitende partijen de aangegane verplichtingen naleven. De minister beschouwde dit deel als het zwakste element van het verdrag, omdat er geen optimale middelen worden gegarandeerd om toezicht uit te oefenen op de naleving van het verdrag. Het verdrag is in feite een compromis tussen staten die internationale controle op de toestand in de verdragsluitende landen nastreven, enerzijds, en staten die op dit vlak een meer terughoudend standpunt innemen, anderzijds.

Deel drie bevat de slotbepalingen van het verdrag met betrekking tot de toetreding, de inwerkingtreding en de procedure tot wijziging.

Na de uiteenzetting van de minister werden enkele vragen gesteld. In de eerste plaats werd gevraagd in welk kader het Comité tegen foltering zal worden opgericht. Hierop antwoordde de minister dat dit comité zal worden georganiseerd op het niveau van de Verenigde Naties.

Een andere vraag betrof de stand van zaken van de noodzakelijke aanpassing van sommige bepalingen van ons Strafwetboek bij de toepassing van het verdrag. De minister van Buitenlandse Zaken antwoordde hierop dat de minister van Justitie van plan is snel de nodige wijzigingen voor te stellen.

Voorts werden er enkele bedenkingen gemaakt over de uitwijzing naar landen zoals Honduras, Liberia, Pakistan en Swaziland. Deze landen hebben het verdrag niet ondertekend, maar hebben met België bilaterale uitwijzingsakkoorden gesloten. De minister vestigde er de aandacht op dat België niet uitwijst naar landen waar wordt gefolterd. Bovendien hebben multilaterale verdragen, zoals dit verdrag, in het internationaal recht hoe dan ook voorrang op bilaterale verdragen.

Een andere bedenking had betrekking op de erkenning van het Comité tegen foltering. Indien sommige staten de bevoegdheid van het comité inzake de schending van het verdrag weigeren te erkennen, zullen er problemen rijzen bij de toepassing van de bepalingen. De minister was het hiermee eens. Duitsland heeft op 1 januari 1996 niet uitdrukkelijk verklaard dat het de bevoegdheid van het comité erkent.

Tot besluit herinnerde de minister eraan dat er binnen de Raad van Europa een comité tegen foltering bestaat dat een bijdrage heeft geleverd in de strijd tegen folterpraktijken.

Tot daar het verslag. Nu wil ik nog enkele persoonlijke bedenkingen maken. Dit verdrag dient te worden gesitueerd in de algemene problematiek van de mensenrechten en houdt eigenlijk een concretisering in van de Universele Verklaring van de rechten van de mens. Dit maakt het verdrag zo belangrijk. Vorig jaar blies de Universele Verklaring 50 kaarsjes uit. Ze heeft dus de middelbare leeftijd bereikt en een verdere verfijning, en zelfs een herbevestiging van de fundamentele principes, is wel nodig. Iedereen is voor de eerbiediging van de mensenrechten, maar zelden is dit een prioriteit. Al te vaak blijft de aandacht voor de mensenrechten beperkt tot een of andere symbolische daad en wordt er gauw voorrang gegeven aan economische of commerciële belangen. Het debat mist daardoor vaak geloofwaardigheid.

Mensenrechten zijn universeel, maar gelden blijkbaar niet voor iedereen. Waarom komt de NAVO wel tussenbeide voor de rechten van de Kosovaren, terwijl Turkijë de vrije hand krijgt in het onderdrukken van de Koerden ? Waarom mag Israël verscheidenen VN-resoluties naast zich leggen, terwijl andere landen in een wurggreep worden gehouden ?

De mensenrechten dienen iedere dag opnieuw voor iedereen te worden gewaarborgd. Dat is een gedeelde verplichting van de internationale gemeenschap. Wanneer de leden van de internationale gemeenschap zich gebonden achten aan en zich gemotiveerd voelen voor deze gedeelde verplichting, dan wordt het samenwerken tussen de verschillende landen, volkeren en belangen gemakkelijker en blijven conflicten binnen aanvaardbare grenzen. Het is toch niet toevallig dat, bijvoorbeeld, de Europese integratie en samenwerking gepaard gaan met het waarborgen van de democratie en de mensenrechten.

De goedkeuring van dit verdrag moet dan ook worden gezien als een onderdeel van de algemene strijd voor het respect voor de mensenrechten. De aantasting van de fysieke integriteit door foltering of door andere mensonwaardige praktijken is nergens aanvaardbaar : niet in Ierland, niet in Congo, niet in Palestina !

Gelukkig wordt er vooruitgang geboekt. De zaak-Pinochet heeft aan de mensenrechtenbeweging een nieuwe wending gegeven. Het arrest van de Britse Law Lords over Augusto Pinochet zendt een signaal uit : misdaden tegen de mensheid zoals folteringen kunnen niet langer door de beugel, ook niet voor staatshoofden.

Tot besluit spreek ik de hoop uit dat het naleven van de mensenrechten met de oprichting van het Internationaal Strafhof een sterke duw in de rug zal krijgen. (Applaus.)

M. le président. ­ La parole est à M. Nothomb.

M. Nothomb (PSC). ­ Monsieur le président, je souhaiterais souligner l'importance de la convention que nous ratifions aujourd'hui.

Comme l'a précisé l'excellent rapport de Mme Sémer, cette convention constitue une avancée dans le cadre des Nations unies. Nous avions déjà pris, dans le passé, des obligations plus contraignantes à l'échelon du Conseil de l'Europe. La présente convention renforce donc notre volonté de lutter contre la torture partout où c'est possible.

En commission des Affaires étrangères, il nous a été indiqué que le ministre de la Justice, qui représente aujourd'hui le ministre des Affaires étrangères, avait l'intention de proposer rapidement les adaptations nécessaires dans notre droit national. Je me réjouis de cet assentiment.

M. le président. ­ Plus personne ne demandant la parole, la discussion générale est close et nous passons à l'examen des articles.

Daar niemand meer het woord vraagt, is de algemene bespreking gesloten en vatten we de artikelsgewijze bespreking aan.

L'article premier est ainsi libellé :

Article premier. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

­ Adopté.

Aangenomen.

Art. 2. La Convention contre la torture et autres peines ou traitements cruels, inhumains ou dégradants, adoptée à New York le 10 décembre 1984, sortira son plein et entier effet.

Art. 2. Het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, aangenomen te New York op 10 december 1984, zal volkomen gevolg hebben.

­ Adopté.

Aangenomen.

M. le président. ­ Il sera procédé ultérieurement au vote sur l'ensemble du projet de loi.

We stemmen later over het geheel van het wetsontwerp.