1-1068/5

1-1068/5

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

2 MAART 1999


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 41 van de Grondwet

(Verklaring van de wetgevende macht,
zie « Belgisch Staatsblad » nr. 74
van 12 april 1995)


AMENDEMENT

ingediend na de goedkeuring van het verslag


Nr. 2 VAN DE HEER DESMEDT

Enig artikel

Het enig artikel vervangen als volgt :

Article unique

L'article 41 de la Constitution est complété par l'alinéa suivant :

« Les matières d'intérêt communal ou provincial peuvent faire l'objet d'une consultation populaire dans la commune ou la province concernée. La loi règle les modalités et l'organisation de la consultation populaire. »

Verantwoording

Dit amendement is identiek met de tekst die door de Kamer van volksvertegenwoordigers is aangenomen en op 20 juli 1998 aan de Senaat is overgezonden.

Door die tekst aan te nemen kan de herzieningsprocedure worden afgesloten zonder dat de tekst naar de Kamer moet terugkeren.

De tekst van de Senaatscommissie is merkwaardig genoeg aangenomen met 2 stemmen tegen 1 stem, bij 5 onthoudingen. Die tekst verschilt van de Kamertekst op drie punten :

1. De woorden « aangelegenheden van gemeentelijk of provinciaal belang » worden vervangen door de woorden « aangelegenheden van zuiver gemeentelijk of provinciaal belang ».

Men kan zich afvragen wat het nut van die toevoeging is aangezien er over de Kamertekst geen enkel misverstand kan bestaan.

2. De tekst bepaalt dat de gemeente, het binnengemeentelijk territoriaal orgaan of de provincie een volksraadpleging kunnen houden.

Volgens de verantwoording heeft de indiener van het amendement daarmee duidelijk willen maken dat een dergelijke volksraadpleging alleen door de gemeente of de provincie kan worden georganiseerd en niet door de federale Staat of het gewest.

Die toevoeging in de Grondwettekst lijkt volkomen overbodig aangezien dat vanzelf spreekt. De veronderstelling dat een hoger gezag de gemeente of de provincie kan verplichten een volksraadpleging te houden over een onderwerp van gemeentelijk of provinciaal belang, houdt geen steek.

Er mag niet uit het oog worden verloren dat de reden waarom de Grondwet moet voorzien in de mogelijkheid van een volksraadpleging in een gemeente of een provincie, is dat die overheden verplicht moeten worden een volksraadpleging te houden wanneer een deel van de burgers, waarvan het aantal door de wet is bepaald, dat vragen.

Er is hier dus geenszins gedacht aan een volksraadpleging die zou zijn opgelegd door een hogere overheid.

3. Het amendement wil het binnengemeentelijk orgaan op dezelfde voet stellen als de provincie of de gemeente voor het organiseren van een volksraadpleging.

Deze toevoeging aan de Grondwettekst lijkt helemaal niet nodig, zoals professor Alen in zijn nota opmerkt, aangezien die binnengemeentelijke organen in een gemeente gevestigd zijn en een regeling kunnen treffen voor zaken van gemeentelijk belang.

Bovendien wordt deze tekst toegevoegd als laatste lid van artikel 41 van de Grondwet, waarin reeds sprake is van die organen.

Tot slot lijkt het dus wenselijk terug te keren naar de tekst zoals die door de Kamer is aangenomen en waarover een ruime consensus bestond zodat er zekerheid over kan bestaan dat deze belangrijke Grondwetswijziging vóór het einde van deze zittingsperiode in werking zal treden.

Claude DESMEDT.