1-227

1-227

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 3 DÉCEMBRE 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 3 DECEMBER 1998

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER OLIVIER AAN DE STAATSSECRETARIS VOOR VEILIGHEID EN STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE EN LEEFMILIEU OVER « DE VERTRAGINGEN IN DE PROCEDURES VOOR HET INDIENEN VAN SCHADEDOSSIERS VOOR DE OPGELOPEN WATERSCHADE IN SEPTEMBER JONGSTLEDEN »

QUESTION ORALE DE M. OLIVIER AU SECRÉTAIRE D'ÉTAT À LA SÉCURITÉ ET SECRÉTAIRE D'ÉTAT À L'INTÉGRATION SOCIALE ET À L'ENVIRONNEMENT SUR « LES RETARDS DANS LES PROCÉDURES RELATIVES AU DÉPÔT DE DOSSIERS EN INDEMNISATION DE DÉGÂTS DES EAUX SUBIS EN SEPTEMBRE DERNIER »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Olivier.

Het woord is aan de heer Olivier.

De heer Olivier (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, langs de media bereiken ons berichten dat op het ogenblik in verband met de waterschade van september jongstleden slechts een duizendtal schadedossiers bij het Rampenfonds werden ingediend. Het aantal gevallen dat voor een vergoeding in aanmerking zou kunnen komen, wordt echter op meer dan 16 000 geraamd.

Heel wat mensen sturen hun dossier rechtstreeks naar de provinciale administratie zonder langs de diensten van hun gemeenten te passeren. Daardoor ontbreken er vaak documenten in het dossier.

Een andere reden voor de vertraging is de overbelasting van de experts die door de zwaargetroffen gemeenten werden aangesteld en die in vele gevallen nog niet rond zijn met hun werk.

Ten laatste op 31 december 1998 moeten de volledige dossiers voor schadevergoeding zijn ingediend. Het is mijns inziens niet aanvaardbaar dat de bevolking voor de financiële gevolgen van deze vertraging moet opdraaien.

Ik veronderstel dat de staatssecretaris zich van de problemen bewust is en had graag van hem vernomen welke maatregelen hij denkt te nemen om deze problemen op te lossen. Overweegt de staatssecretaris eventueel om de periode waarbinnen de aanvragen geldig kunnen worden ingediend, te verlengen ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan staatssecretaris Peeters.

De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. ­ Mijnheer de voorzitter, uit de ervaring met de erkenning van andere rampen weten we dat het overgrote deel van de schadedossiers pas in de loop van de laatste week vóór het verstrijken van de periode wordt ingediend. We vermoeden dat dit ook deze keer het geval zal zijn.

Ik ben er mij echter wel van bewust dat het deze keer om een zeer groot aantal schadedossiers gaat en dat de periode voor het indienen van de aanvragen tot vergoeding nu precies in de kerst- en nieuwjaarsperiode valt. Zowel de provinciale als de gemeentelijke administratie zijn in deze periode vaak gesloten of functioneren alleszins met minder personeel. De regering zal dan ook zeer binnenkort onderzoeken hoe aan dit specifieke euvel juridisch kan worden verholpen.

Het koninklijk besluit van 1976 beperkt de duur van de aanvraagperiode immers expliciet tot maximum drie maanden. De regering zal er bij de provincie- en gemeentebesturen op aandringen om het in ontvangst nemen van schadedossiers ook gedurende de feestperiode te verzekeren en daartoe alle hens aan dek te roepen. Ingeval van een verlenging van de bedoelde periode zullen de lokale besturen hiervan duidelijk en tijdig op de hoogte worden gebracht.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Olivier voor een repliek.

De heer Olivier (CVP). ­ Mijnheer de voorzitter, als de regering aan deze zaak een juridische oplossing wil geven, zal ze dus een koninklijk besluit moeten nemen tot wijziging van het koninklijk besluit van 1976. Ondanks de moeilijke eindejaarsperiode hebben heel wat lokale besturen nu reeds schikkingen getroffen met betrekking tot hun personeel. Wanneer er geen nieuw koninklijk besluit wordt genomen, zal tot de opvordering van ambtenaren moeten worden overgegaan. Wanneer zal de regering hierover uitsluitsel kunnen geven zodat de lokale besturen tijdig de gepaste maatregelen kunnen nemen ? Let wel, ik wil niet insinueren dat de bevoegde diensten op het ogenblik niet de vereiste inspanningen doen.

De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. ­ Mijnheer de voorzitter, op een eerstvolgende Ministerraad wordt dit probleem behandeld zodat de lokale besturen over veertien dagen beschikken om hun diensten doeltreffend te organiseren.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.