1-1131/6

1-1131/6

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

8 DECEMBER 1998


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 8 van de Grondwet


AMENDEMENTEN

ingediend na de goedkeuring van het verslag


Nr. 132 : VAN DE HEER LOONES

Enig artikel

Dit artikel vervangen door de volgende bepaling :

« Enig artikel. ­ Artikel 8 van de Grondwet wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 8. ­ § 1. De staat van Belg wordt verkregen, behouden en verloren volgens de regels bij de burgerlijke wet gesteld.

§ 2. Deze Grondwet en de overige wetten en decreten op de politieke rechten bepalen welke de vereisten zijn waaraan men moet voldoen, benevens de staat van Belg, om die rechten te kunnen uitoefenen.

Bij de in artikel 134 bedoelde regel, kan het gewest de uitoefening van het kiesrecht bij de rechtstreekse verkiezing van de leden van de gemeenteraden uitzonderen van de vereiste de staat van Belg te hebben en de vereisten bepalen waaraan men moet voldoen om het actief en passief kiesrecht uit te oefenen.

In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest moet de in artikel 134 bedoelde regel worden aangenomen met een volstrekte meerderheid van de stemmen in elke taalgroep in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. De in het vorige lid bedoelde regel voorziet in elke geval in een gewaarborgde vertegenwoordiging van een derde en in een medebeslissingsrecht van de minst talrijke taalgroep in alle organen en instellingen van de gemeenten in het betrokken gebied.

Overgangsbepaling

Artikel 8, § 2, tweede lid en de regelen, aangenomen in uitvoering van artikel 8, § 2, tweede lid, treden in werking bij de eerstvolgende rechtstreekse verkiezing van de leden van de gemeenteraden. »

Verantwoording

A. Algemene verantwoording

Politieke rechten moeten gekoppeld zijn aan het behoren tot een gemeenschap. Het instrument waarmee tot nu toe wordt uitgemaakt of iemand al dan niet tot een gemeenschap behoort, zijn de regels inzake de Belgische nationaliteit. De wereld is veranderd : de oude « natiestaten » verliezen aan betekenis ten gunste van de volkeren en regio's, enerzijds, en de supranationale Europese instellingen, anderzijds. Die evolutie rechtvaardigt wijzigingen in het criterium om uit te maken of iemand al dan niet tot de gemeenschap behoort.

Toch kan het niet dat het behoren tot de gemeenschap een louter gevolg wordt van het fysiek in de gemeenschap wonen. Van belang blijft onder meer :

­ de koppeling van het stemrecht aan de vrijwillig uitgedrukte intentie om tot de gemeenschap toe te treden volgens de procedures door de gemeenschap uitgewerkt;

­ de ondergeschiktheid van het recht van niet-Belgen om stemrecht te verkrijgen aan het recht van de Vlaamse gemeenschap om in taalkundig moeilijke gebieden als gemeenschap overeind te blijven.

De indiener van onderhavig amendement is van mening dat het hele debat over het stemrecht voor niet-Belgen zonder tijdsdruk moet worden gevoerd. Dit om te pogen een nieuwe consensus te vinden over voorwaarden en betekenis van de idee burgerschap (Europees, Belgisch, Vlaams, lokaal) anno 1998. In zulk kader is het mogelijk én de Vlaamse garanties in de rand rond Brussel, én de minimumvertegenwoordiging van Vlamingen in de Brusselse lokale besturen, én de splitsing van de organieke en kieswetgeving inzake lokale besturen én het probleem van het stemrecht voor EU en niet-EU buitenlanders te regelen op een wijze die iedereen voldoening schenkt. Zulk debat zou een akkoord kunnen opleveren over én een nieuwe tekst van artikel 8 én de begeleidende maatregelen.

Onderhavig amendement creëert het noodzakelijke kader om het gehele debat omtrent het stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen te kunnen voeren op het niveau waar dit debat moet gevoerd worden : meer bepaald in de parlementen van de deelstaten.

Zo zullen de gewesten bevoegd worden om het stemrecht voor EU-onderdanen in te voeren, met dien verstande dat de bevoegdheidstoewijzing opnieuw bekeken moet worden wanneer de Brusselse instellingen, naar aanleiding van volgende onderhandelingen in de staatshervorming, aangepast zijn in confederale zin. In dit verband moet artikel 8 van de Grondwet bij het einde van de huidige zittingsperiode opnieuw voor herziening vatbaar worden verklaard.

Zoals reeds vele malen herhaald, werd het stemrecht voor de EU-onderdanen in het Verdrag van Maastricht aangekondigd als « vast en zeker aan voorwaarden en uitwerking verbonden ». Echter, later werden in de uitwerking van het principe ­ de Europese richtlijn 94/80/EG ­ nauwelijks in voorwaarden voorzien. Alleen de toepassing van de Luxemburgclausule (het feit dat in een gemeente waar de niet-Belgische EU-kiezers meer dan 20 % van het totaal aan EU-kiezers vormen het stemrecht van EU-onderdanen mag beperkt worden tot degenen die al een volle zittingsperiode in de gemeente wonen), het mogelijk voorbehoud voor gekozen bestuursfuncties en de algemene regel dat dezelfde voorwaarden als voor Belgen mogen worden toegepast op EU-kiezers, zijn voorzien.

Richtlijn 94/80/EG voldoet bijgevolg niet aan de minimumcriteria om het EU-stemrecht te kunnen invoeren en moet worden herzien.

De indiener van onderhavig amendement is van mening dat volgende principes en/of voorwaarden aan de basis van het stemrecht voor EU-onderdanen moeten liggen :

­ alhoewel nog niet gerealiseerd in Europese verdragen, is het Europees burgerschap slechts een aanvulling van de nationaliteit;

­ de kiesrechten dienen gekoppeld aan belastingplicht;

­ een bepaalde verblijfsduur;

­ een effectieve concentratiedrempel;

­ een kennis van de streektaal;

­ een beperking van het passief stemrecht;

­ de enkelvoudigheid van het stemrecht;

­ het afschaffen van de opkomstplicht;

­ het voorbehoud van de uitvoerende mandaten voor Belgen.

Daarnaast gaat de indiener ervan uit dat alleszins, zoals afgesproken bij de Sint-Michielsakkoorden, de organieke wetgeving inzake gemeenten en provincies wordt overgeheveld, dat de Vlaamse aanwezigheid in de lokale besturen in de rand rond Brussel gegarandeerd wordt, dat er een minimumvertegenwoordiging van Vlamingen in de Brusselse lokale besturen vastgelegd wordt en dat de bestaande taal- en kieswetgeving streng wordt toegepast. Alleszins kunnen internationale verplichtingen slechts opgenomen worden, na voorafgaande wijziging van de Grondwet.

B. Verantwoording bij het artikel zelf

De eerste paragraaf behoudt de algemene regel dat de staat van Belg wordt verkregen, behouden en verloren volgens de regels bij de burgerlijke wet gesteld.

De tweede paragraaf stelt het algemene principe dat de Grondwet en de overige wetten en decreten op de politieke rechten de vereisten, benevens de staat van Belg, bepalen waaraan men moet voldoen, om die politieke rechten uit te oefenen. Dit betekent dat het algemene principe dat men Belg moet zijn om aan de verkiezingen deel te nemen, ongewijzigd blijft.

Voor een goed begrip van het tweede lid van deze paragraaf, wijst de indiener op zijn voorstel tot wijziging van artikel 162 van de Grondwet : hierdoor worden de gewesten bevoegd inzake de kieswetgeving voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen.

Het tweede lid van deze paragraaf stelt dat de gewesten de uitoefening van het kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen kunnen uitzonderen van de vereiste de staat van Belg te hebben.

Voorts bepalen de gewesten ­ ingevolge de wijziging van artikel 162 van de Grondwet ­ de vereisten waaraan men moet voldoen om het kiesrecht uit te oefenen. Het is op deze wijze dat Vlaanderen de verschillende voorwaarden, gekoppeld aan het toekennen van EU-stemrecht kan opleggen.

Tenslotte wordt geëxpliciteerd dat de toepassing van het nieuwe artikel 162 ervoor zorgt dat de regeling in Brussel slechts uitgewerkt kan worden mits het akkoord van elke taalgroep en op voorwaarde van een minimumvertegenwoordiging en een medebeslissingsrecht.

Een overgangsbepaling voorziet in de inwerkingtreding van de nieuwe regeling bij de eerstkomende verkiezingen. Indien een gewest op dat ogenblik niet over een eigen decretale regeling beschikt, dan is in dat gewest de oude regeling van toepassing (federale wet regelt er de verkiezingen).

Nr. 133 : VAN DE HEER LOONES

Enig artikel

In de voorgestelde tekst de woorden « de wet » vervangen door de woorden « een wet aangenomen door beide Kamers ».

Verantwoording

De behoefte om snel een politiek compromis te bereiken binnen de meerderheid maakt dat men totaal voorbijgaat aan de toch wel belangrijke bekommernis in een democratie dat wetten die bepalen wie waarvoor kiezer is niet zomaar door een toevallige meerderheid kunnen aangepast worden. Om dit euvel een beetje te verhelpen stelt dit amendement voor om minstens de beide Kamers deze wet ­ weliswaar bij gewone meerderheid ­ te laten aannemen. Dit is des te noodzakelijker omdat de Senaat ook de vertegenwoordigers van de gemeenschappen bevat. Vermits in de algemene omschrijving van het stemrecht geen onderscheid wordt gemaakt tussen het type van verkiezingen waar het over gaat, kan het dus ook gaan over de verkiezingen voor de deelstaten. De medewerking van de gemeenschapssenatoren is toch wel het minimum.

Nr. 134 : VAN DE HEER LOONES

Enig artikel

Dit artikel laten voorafgaan door wat volgt :

« In artikel 8, tweede lid, van de Grondwet, tussen de woorden « benevens de staat van Belg » en de woorden « , om die rechten te kunnen uitoefenen » worden de woorden « en het belastingplichtig zijn in de personenbelasting » ingevoegd. »

Verantwoording

Van oudsher vindt de democratie mede haar oorsprong in het principe dat de « vorst » de belastingen moet verkrijgen door een « bede » bij degenen die de belasting moeten betalen. In de wetgeving zoals die in België thans bestaat, werd dit principe evenwel omgekeerd : wie niet belastingplichtig is kan ook geen stemrecht verkrijgen.

Tot nu toe werd dit principe in de praktijk gerealiseerd door de combinatie van twee wetten : enerzijds de Grondwet die het stemrecht afhankelijk maakt van de Belgische nationaliteit en anderzijds het Kieswetboek dat stelt dat enkel wie ingeschreven is in de bevolkingsregisters stemrecht heeft. Belgen die in het buitenland permanent wonen betalen geen belasting en hebben ook geen stemrecht. Daardoor waren alle kiezers belastingplichtige in de personenbelasting.

Het huidig voorstel tot herziening van artikel 8 opent de mogelijkheid dat personen die zelf geen belasting betalen mee beslissen over de omvang van de belastingen die anderen moeten betalen. Immers een aantal van de EU en niet-EU-burgers hebben door de werking van protocol-akkoorden met internationale instellingen het privilege geen belastingen te moeten betalen. Om het bestaande recht ter zake te handhaven, dient in de Grondwet het principe van de belastingplicht ingeschreven te worden.

Dit amendement voert geen discriminatie in op grond van nationaliteit en is verenigbaar met richtlijn 94/80/EG. Deze bepaalt immers dat een EU-kiezer aan dezelfde voorwaarden moet voldoen als een Belg. De opname van dit amendement in de Grondwet heeft ook gevolgen voor Belgen. Het staat in de weg dat aan Belgen die hier niet belastingplichtig zijn in de personenbelasting, bijvoorbeeld niet-ingezetenen, stemrecht zou worden verleend. Eventueel kan overwogen worden om in de wetgeving de mogelijkheid te openen dat internationale ambtenaren vrijwillig hun belastingsprivilege zouden afstaan.

Inzake het « misgrantenstemrecht » wijzigt dit amendement niets. Het bestaande wettelijke principe dat belastingplicht als voorwaarde stelt voor kiesrecht blijft behouden. Het omgekeerde : kiesrecht als een gevolg van belastingplicht is geen geldend beginsel in het Belgisch positief recht. Hoewel de oorsprong van het beginsel er inderdaad voor pleit.

Nr. 135 : VAN DE HEER LOONES

Enig artikel

De voorgestelde leden vervangen door wat volgt :

« Stemrecht aan anderen dan degenen die de staat van Belg bezitten, kan enkel toegekend worden indien ook het stemrecht wordt hersteld van degenen die de staat van Belg bezitten, doch ingevolge veroordelingen (correctionele straffen, criminele straffen, opgelopen wegens misdrijven gepleegd tijdens de periode van 1 september 1939 to 31 december 1945) tijdens de repressieperiode uit hun politieke rechten werden ontzet en thans nog steeds niet werden hersteld in die rechten. »

Verantwoording

Er zijn gevallen bekend van Europese burgers die in België verblijven en die in hun land geen stemrecht hebben ingevolge veroordelingen die zij hebben opgelopen in de naoorlogse repressieperiode.

Deze Europese burgers zouden in België wel deel kunnen nemen aan de verkiezingen, wat evenwel niet mogelijk is voor de Belgen die uit hun politieke rechten zijn ontzet ingevolge veroordelingen die zij tijdens de repressieperiode hebben opgelopen.

Deze discriminatie is uiteraard niet aanvaardbaar.

Nr. 136 : VAN DE HEER LOONES

Enig artikel

De voorgestelde tekst vervangen door wat volgt :

« Stemrecht aan Europese burgers kan slechts worden toegekend, voor zover zij niet uit hun politieke rechten zijn ontzet in hun land van herkomst. »

Verantwoording

Indien bepaalde Belgen hun stemrecht niet mogen uitoefenen omdat zij uit hun politieke rechten zijn ontzet ingevolge veroordelingen die zij hebben opgelopen tijdens de naoorlogse repressieperiode, kan ook aan Europese burgers die om dezelfde reden in hun land van herkomst uit hun politieke rechten zijn ontzet, geen stemrecht in België worden toegekend.

Jan LOONES.