1-180

1-180

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 23 AVRIL 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 23 APRIL 1998

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER VERREYCKEN AAN DE MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING OVER « EEN BESTELLING VAN VOERTUIGEN BIJ RENAULT »

QUESTION ORALE DE M. VERREYCKEN AU MINISTRE DE LA DÉFENSE NATIONALE SUR « UNE COMMANDE DE VOITURES AUPRÈS DE RENAULT »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Verreycken aan de minister van Landsverdediging.

Minister Flahaut antwoordt namens zijn collega.

Het woord is aan de heer Verreycken.

De heer Verreycken (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de voorzitter, enkele maanden geleden sloot Renault-Vilvoorde de deuren en opende daarna in het goedkopere Rusland een nieuwe fabriek.

Onlangs maakte de invoerder van « Renault industriële voertuigen » bekend dat het ministerie van Landsverdediging 36 trekkers voor wegvervoer en 14 bevoorradingsvoertuigen voor vliegtuigen bij Renault bestelde. Het zou gaan om een order van circa 130 miljoen frank. In de marge van de mededeling vertelde de woordvoerder ook nog dat een ander belangrijker militair contract met Renault werd afgesloten, maar dat Landsverdediging vroeg om voorlopig daarover nog geen details vrij te geven.

Kan de minister mij meedelen of over deze bestelling enig overleg is geweest met de minister voor Tewerkstelling en Arbeid, gezien de symboolkracht van een bestelling bij een bedrijf dat alle afspraken met de sociale partners blijkbaar negeert ?

Wat moet ik geloven van de geruchten dat de regering zich bij de sluiting van Renault-Vilvoorde zou hebben beperkt tot louter verbaal geweld, waarna voor dit en ook voor het tweede contract door Renault een zeer gunstige prijs zou zijn gemaakt ?

Wat is de geldomvang van het ander belangrijk militair contract waarover de Renault-invoerder op vraag van Landsverdediging nog geen details kan geven en over welke goederen gaat het ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Flahaut.

De heer Flahaut, minister van Ambtenarenzaken. ­ Mijnheer de voorzitter, de minister van Landsverdediging herhaalt wat hij reeds geantwoord heeft op een mondelinge vraag van senator Goris op 19 maart 1998 over de toewijzing van een contract voor de levering van 27 takel- en bergingsvoertuigen. Hij benadrukt dat de sluiting van Renault-Vilvoorde hem zeker niet onbewogen heeft gelaten en dat hij van zijn kant heeft geprobeerd druk uit te oefenen op Renault.

Zo heeft hij, los van enige specifieke overheidsopdracht, op 10 maart 1997 aan de chef van de generale staf geschreven dat Renault, in toepassing van artikel 20, 1, d) , van de richtlijn 93/36/EEG van 14 juni 1993 niet meer voldeed aan de kwalitatieve selectiecriteria voor deelname aan overheidsopdrachten van Landsverdediging. Hij meende immers dat Renault manifest aantoonbare ernstige inbreuken op de Belgische en Europese wet- en regelgeving heeft begaan bij de abrupte sluiting van Renault-Vilvoorde. Deze beslissing van de minister van Defensie hield in dat Renault, in geval van inschrijving op overheidsopdrachten van Landsverdediging, niet geselecteerd kon worden en dus ook geen overheidsopdrachten kon binnenhalen. Het is zelfs zo dat op een gegeven ogenblik binnen de generale staf twijfel is gerezen over de beslissing van 10 maart 1997, zodat hij deze op 18 april 1997 heeft laten bevestigen. Hierbij werd duidelijk gesteld dat elk dossier dat zou worden afgehandeld zonder rekening te houden met de nota van 10 maart 1997 als onregelmatig zou worden beschouwd. Deze beslissing had onder meer tot gevolg dat Renault op 5 mei 1997 niet het contract kreeg voor de aankoop van twee autobussen.

In juli 1997 bereikten vakbonden en directie van Renault een sociaal akkoord. De minister van Landsverdediging heeft dan op 30 juli 1997 zijn nota van 10 maart 1997 herroepen. Gelet op het sociaal akkoord, meende hij dat het niet aangewezen was Renault verder uit te sluiten bij de toewijzing van aankopen voor Landsverdediging.

De aankoop van 36 trekkers voor wegvervoer werd aan Renault toegewezen. Het betrof een opdracht van 78 miljoen Belgische frank. De minister van Landsverdediging wijst erop dat de opening van de offertes op 8 december 1997 heeft plaatsgevonden, dus meer dan vier maanden nadat hij ingevolge het bestaan van het sociaal akkoord, zijn beslissing had opgeheven. Zonder het sociaal akkoord van 8 december 1997, zou deze bestelling nooit aan Renault zijn toegewezen.

De aankoop van 14 bevoorradingsvoertuigen voor vliegtuigen werd niet aan Renault toegewezen, maar aan de Franse firma Lafon-Équipments pétroliers die haar brandstofketel wel op een chassis van Renault plaatst. De totale bestelling bedroeg 76 miljoen Belgische frank.

Wat de vraag van de heer Verreycken over een ander belangrijk militair contract betreft, deelt de minister van Landsverdediging mee dat het wellicht gaat over de aankoop bij Renault van 27 takelwagens, voor een totaal bedrag van 479 miljoen Belgische frank. Mijn collega heeft hierover op 19 maart 1998 uitgebreid geantwoord aan senator Goris. Buiten de voorgaande contracten was er nog één aankoop voor Landsverdediging. Die liet door het federaal aankoopbureau 23 Renault master-voertuigen bestellen voor een bedrag van 17 miljoen Belgische frank. Renault heeft wel nog ingeschreven voor andere overheidsopdrachten, maar was daarvoor niet de laagste of de voordeligste aanbieder.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.