Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-12

12 MAART 1996

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 93 van de heer Olivier d.d. 9 februari 1996 (N.) :
Onderzoek naar woonplaats van verkozenen. Bevolkingsinspectie. Raad van State.

In mijn schriftelijke vraag nr. 21 van 14 september 1995 (bulletin van Vragen en Antwoorden , Senaat, 1995-1996, nr. 3, blz. 76), vroeg ik u in het vijfde punt of het gebruikelijk is dat de bevolkingsinspectie de identiteit van de personen niet nagaat en de verklaringen die zij hebben afgelegd niet laat ondertekenen. Bovendien wilde ik ook vernemen krachtens welke reglementering zij bevoegd is om rechtsgeldig proces-verbaal op te stellen. In uw antwoord deelde u mij mee dat de bevolkingsinspectie over haar vaststellingen een verslag opmaakt dat daarna door de betrokkene kan worden ingekeken.

In de eerste alinea van het antwoord op mijn schriftelijke parlementaire vraag nr. 20 van 14 september 1995 deelt u mij mee dat door de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten, de procedure voor de beslechting van betwistingen of moeilijkheden betreffende het bepalen van de hoofdverblijfplaats contradictoir wordt gemaakt. Verder wordt hierin nog vermeld dat het departement de betrokkene zelf in kennis stelt van dit voornemen (wat inderdaad gebeurd is in een uiterst beknopt ongemotiveerd aangetekend schrijven), en dat wanneer zich in het dossier gegevens bevinden die door nutsbedrijven (telefoon, water, stroom) verkeerd zijn vermeld, betrokkene ruimschoots de kans krijgt om deze informatie aan te vullen of te weerleggen.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :

1. Waarom werd aan betrokkene (alvorens u aan de Raad van State de gegevens van betrokkene meedeelde en ook vr dat u een beslissing nam in deze zaak) niet meegedeeld dat hij bij u inzage kon bekomen van zijn dossier, en dat hij tevens kon vragen om persoonlijk door u of uw gemachtigde gehoord te worden teneinde hem in de mogelijkheid te stellen zijn verdediging beter te organiseren ?

Is deze handelwijze niet in strijd met de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur ?

2. Vindt u het verantwoord dat enkel de betrokken gemeentebesturen (overeenkomstig artikel 8, paragraaf 2, van voornoemde wet van 19 juli 1991) door u worden in kennis gesteld van uw eindbeslissing inzake de verplichte mutatie van betrokkene met terugwerkende kracht van het bevolkingsregister van de ene gemeente naar de andere, zonder dat aan betrokkene werd meegedeeld op welke grond deze beslissing steunde ?

Is deze handelwijze niet in strijd met de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en de wet van 29 juli 1991 ( uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandeling ) ?