1-203

1-203

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 2 JUILLET 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 2 JULI 1998

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER VERREYCKEN AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN OVER « GENEREUZE VOORSTELLEN DIE DE BELGISCHE REGERING AAN DE NAVO ZOU GEDAAN HEBBEN VOOR HET OPTREKKEN VAN NIEUWE GEBOUWEN »

QUESTION ORALE DE M. VERREYCKEN AU MINISTRE DES FINANCES SUR « LES PROPOSITIONS GÉNÉREUSES QU'AURAIT FAITES LE GOUVERNEMENT BELGE À L'OTAN POUR LA CONSTRUCTION DE NOUVEAUX BÂTIMENTS »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Verreycken.

Het woord is aan de heer Verreycken.

De heer Verreycken (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de voorzitter, de minister zal het mij niet kwalijk nemen dat ik eerst mijn frustratie als senator uit. Ik heb het antwoord op mijn vraag vandaag kunnen lezen op de eerste bladzijde van De Standaard en ik heb het daarnet nog eens gehoord tijdens het vragenuurtje in de Kamer. Mijn vraag is echter nu eenmaal ingediend en ik zal ze toch nog stellen, al was het maar om mijn verontrusting uit te drukken.

Een verantwoordelijke van de NAVO die niet bij naam genoemd wilde worden, deelde gisteren mee dat er zich een consensus aftekent voor de nieuwe gebouwen die de NAVO in Brussel zouden moeten herbergen. Dezelfde verantwoordelijke dankte de Belgische regering voor haar « genereuze voorstellen » om voor de nieuwe zetel een financieringsformule te vinden.

Gelet op de hoge financiële bijdragen die de 16 lidstaten, waaronder dus ook België, moeten leveren, zou ik graag vernemen waarom men nog meer genereuze voorstellen doet aan deze rijke organisatie.

Kan de minister mij zeggen waaruit die genereuze voorstellen bestaan en waarin ze afwijken van de voorstellen die, bijvoorbeeld, aan andere Europese organismen worden gedaan ? Kan de minister mij eventueel een bedrag opgeven dat de belastingbetaler moet betalen of derven voor deze genereuze voorstellen ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Viseur.

De heer Viseur, minister van Justitie. ­ Mijnheer de voorzitter, bij de bespreking van de huisvestingsproblemen van de NAVO in Brussel werd aan de Belgische regering gevraagd welke voorstellen het gastland aan de NAVO kon doen.

De vestiging van de NAVO in België brengt heel wat economische voordelen mee. De NAVO zegde bovendien dat de beslissing om al dan niet in België te blijven, mee zou afhangen van de oplossing die voor de nieuwe gebouwen zou worden gevonden. Daarom heeft de regering a priori beslist om in te gaan op de vraag van de NAVO om voorstellen te doen.

Hierbij diende met de volgende elementen rekening te worden gehouden.

Ten eerste wenst de NAVO van een externe financiering te genieten, maar wenst ze te vermijden dat ze als ontlener wordt beschouwd.

Ten tweede wenst de NAVO de bouw, waarvan zij overigens de volledige kost zal dragen, in gunstige economische en financiële omstandigheden te verwezenlijken.

Ten derde, wenst de NAVO geen BTW te betalen op de bouwwerken. Ze geniet krachtens artikel 42, paragraaf 3, van het BTW-Wetboek terzake een vrijstelling.

Ten vierde wenst de NAVO zeggenschap te hebben in de belangrijkste opties met betrekking tot het project.

Het Belgische voorstel is als volgt. De Federale Participatiemaatschappij, een holding die voor 100% in handen is van de Belgische Staat, ontleent de nodige bedragen met staatswaarborg op de kapitaalmarkt. Ze stort deze bedragen door aan de NAVO, die zich ertoe verbindt de door de FPM ter beschikking gestelde sommen terug te betalen. Dit eenvoudige mechanisme komt tegemoet aan de wensen van de NAVO, omdat de organisatie aldus niet onmiddellijk in contact moet treden met de privé-kapitaalmarkt.

Het voorstel weegt in geen enkele mate op de staatsschuld of op de begrotingslast. Bijgevolg bestaat de enige « geste » van de Belgische regering erin, dat ze een staatswaarborg toekent aan de lening die door de FPM wordt aangegaan, zodat er op de kapitaalmarkt gunstige voorwaarden ten voordele van de NAVO kunnen worden verkregen.

Ik vestig de aandacht van het geachte lid erop, dat de NAVO nog niet officieel heeft gereageerd op het Belgische voorstel. De uitlatingen in de pers lijken mij dus enigszins voorbarig.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.