1-139

1-139

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 13 NOVEMBRE 1997

VERGADERING VAN DONDERDAG 13 NOVEMBER 1997

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER VERREYCKEN AAN DE EERSTE MINISTER, AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE OVER « DE MIGRANTENRELLEN »

QUESTION ORALE DE M. VERREYCKEN AU PREMIER MINISTRE, AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE L'INTÉRIEUR ET AU MINISTRE DE LA JUSTICE SUR « LES ÉMEUTES CAUSÉES PAR DES IMMIGRÉS »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Verreycken aan de eerste minister, aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Justitie.

Het woord is aan de heer Verreycken.

De heer Verreycken (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de voorzitter, het is u wellicht opgevallen dat ik mijn vraag aan diverse ministers stel. Dat is namelijk omdat ik uit ervaring weet dat er wel altijd een minister is die de vragen door een collega laat beantwoorden. De verontschuldiging van de eerste minister, met name zijn aanwezigheid op de Top van de Francophonie, houdt geen steek want hij heeft daar niets verloren.

Anderlecht kende migrantenrellen ten gevolge van de « ademnood » van drugsbenden. Schaarbeek kende migrantenrellen na ophitsing door linkse agitatoren en Lokeren kende migrantenrellen na mogelijke aansporing door familieleden van de neergeschoten drugshandelaar. In Antwerpen kondigde een gemeenteraadslid van Marokkaanse afkomst aan dat migrantenrellen voor de deur staan, waarmee zij de facto een aansporing lanceerde.

Ondertussen zijn de voorgeleide relschoppers sneller thuis dan de rapportschrijvende verbalisanten. Herrieschoppers, betrapt op wapenbezit, die bendes vormen en de ordediensten frontaal aanvallen, krijgen hiermee het signaal dat het parket hen niet aandurft of aankan. Een extra signaal van « goedpraten » komt dan nog van de sinistere Pater Leman. Hij meent immers dat BMW-kansarmen reeds vanaf 14 of 16 jaar de gelegenheid moeten krijgen om zaakjes te doen en niet langer schoolplichtig moeten zijn.

Mijn eerste vraag is gericht tot de minister van Justitie. Welke maatregelen worden genomen om de Brusselse magistraten op hun verpletterende verantwoordelijkheid te wijzen ? Wat kan de minister doen om aan de ontmoediging van de verbalisanten een einde te maken ?

Mijn tweede vraag is er een voor de eerste minister. Werd overwogen om de criminele relschoppers, zelfs deze met dubbele nationaliteit, onmiddellijk terug naar hun land van herkomst te zenden ?

Zal iemand Pater Leman erop wijzen dat het niet tot zijn opdrachten behoort om, op gemeenschapskosten, op te roepen het handwerk van de criminelen te vergemakkelijken en de misdadigheid voor steeds jongere deelnemers open te verklaren ?

De laatste vraag is voor de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. Werden de ordediensten door een van de ministers reeds geluk gewenst voor hun kordate aanpak tijdens het voorbije weekend ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan vice-eerste minister Vande Lanotte.

De heer Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, de vreemdelingenwet die door de senatoren maar al te goed gekend is bepaalt heel precies in welke gevallen een in België gevestigd persoon kan worden uitgewezen. We moeten de rechten en vrijheden die daarin zijn vastgelegd, respecteren. We kunnen bijgevolg iemand alleen na een ernstige veroordeling uitwijzen. Uitwijzing mag alleszins geen routine worden. Daarom onderzoeken we altijd geval per geval of ze is aangewezen. We wegen daarbij steeds de familiale situatie van de betrokkene af tegenover het gevaar van verstoring van de openbare orde. Indien we niet correct handelen en al te voortvarend tewerk gaan, worden we door de Raad van State of het Europees Hof van de Rechten van de Mens terechtgewezen. We voeren op dat vlak een constant en degelijk afgewogen beleid en hebben dat ook in deze kwestie gedaan.

De heer Verreycken heeft de heer Leman blijkbaar horen verklaren dat het handwerk van de criminelen moet worden vergemakkelijkt en dat de misdadigheid moet worden open verklaard voor jongere deelnemers. Ik heb dat alles niet gehoord, maar ik neem aan dat de vragensteller daar een andere mening over heeft.

Ik heb de ordediensten niet gelukgewenst, omdat het nu eenmaal niet mijn gewoonte is deze te feliciteren of te vermanen. Ik ben er wel mee in dialoog. Maandag jongstleden hebben we nog samen vergaderd en gedurende het hele voorbije weekend stond ik met hen in telefonisch contact.

Ik ben van mening dat zij hun moeilijke taak zo correct mogelijk hebben vervuld. Er zijn enkele klachten binnengekomen die nog moeten worden onderzocht. Het incident van vrijdag maakt het voorwerp uit van een gerechtelijk onderzoek dat ik zeker niet wil doorkruisen. Over het algemeen hebben de ordediensten hun uiterst moeilijke taak alleszins naar behoren uitgevoerd. Ze vonden dit werk zelf zeker niet leuk of interessant. Velen van hen hebben moeten toezien hoe hun jarenlange inspanningen om de contacten met de migrantengemeenschap te verbeteren in enkele dagen werden tenietgedaan. Desalniettemin hebben deze mensen geprobeerd zo correct mogelijk op te treden. Uiteraard was het hun opdracht om een einde te maken aan de ongeregeldheden die zich de voorbije zondag voordeden.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Verreycken voor een repliek.

De heer Verreycken (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de voorzitter, uiteraard verheugt het mij dat er toch iemand is die erkent dat de ordediensten goed werk hebben geleverd. Uiteraard zou ik het nog meer op prijs stellen indien de vice-eerste minister zijn felicitaties ook rechtstreeks tot hen zou richten.

Wel heb ik een probleem met zijn zalvende woorden en het bijna wegwuiven van de criminele achtergronden van de rellen. Hierop voortbouwend zou ik het personeel van de rusthuizen, dat het ook erg moeilijk heeft, bijna voorstellen de straat op te trekken om stenen en molotovcocktails te gaan werpen. Zij krijgen daarvoor dan wellicht wel enkele uren opsluiting maar daarna, gedurende vele jaren, ettelijke miljoenen naar hun kop gegooid. Ik raad alle organisaties die geld van de overheid willen loskrijgen aan om dezelfde weg op te gaan als de migranten van de verschillende migrantengemeenschappen in Brussel.

De vice-eerste minister is duidelijk niet bereid om de heer Leman terug te fluiten. Nochtans is de voorbije dagen duidelijk gebleken dat de vele miljoenen die aan zijn centrum werden weggegeven om de integratie te bevorderen, totaal nutteloos en overbodig zijn geweest. Wanneer de heer Leman morgen vraagt om alle migranten op kosten van de gemeenchap een GSM te bezorgen teneinde één of andere discriminatie weg te werken, dan kan ook dat allicht weer worden goedgepraat. Met zoiets heb ik echt een probleem. Ik zal dan ook een wetsvoorstel indienen tot afschaffing van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van dat bewuste centrum met de lange naam. Niet dat ik veel hoop koester dat dit voorstel zal worden goedgekeurd, maar mij lijkt het de enige mogelijkheid om de werking ervan te bespreken en om de nefaste rol die het steeds maar blijft spelen te evalueren.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.