1-419/8

1-419/8

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

25 MAART 1998


Wetsvoorstel op het spel


ADVIES

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR MEVROUW NELIS-VAN LIEDEKERKE EN DE HEER D'HOOGHE


In een schrijven van 10 februari 1998 verzocht de voorzitter van de Senaat de Commissie voor de Sociale Aangelegenheden, aan de Commissie voor de FinanciŽn en de Economische Aangelegenheden advies uit te brengen over het wetsvoorstel op het spel, ingediend door de heer Weyts (Stuk Senaat, nr. 1-419).

De Commissie heeft deze aangelegenheid behandeld tijdens haar vergaderingen 18 februari en van 10 en 25 maart 1998. Zij heeft zich hierbij gesteund op de getuigenissen en verklaringen die werden afgelegd tijdens de hoorzittingen in verband met de resolutie betreffende de gokverslavingsproblematiek van de heer Vergote c.s., en waarvan verslag werd uitgebracht in het Stuk Senaat, nr. 546/3.

Uitgaande van het amendement nr. 39 van de regering (Stuk Senaat, nr. 419/4) bij het wetsvoorstel op het spel, wenst de Commissie de volgende aanbevelingen te doen.

1. Toepassingsgebied

De Commissie stelt vast dat in artikel 2 van het door de regering voorgestelde amendement het begrip kansspel wordt omschreven als elk spel of weddenschap (...) ę waarbij het toeval een zelfs bijkomstig element is in het spelverloop, de aanduiding van de winnaar of de bepaling van de winstgrootte Ľ.

Deze bepaling geeft een ruimere definitie van het begrip kansspel dan die welke tot nog toe door het Hof van Cassatie werd gehanteerd. Het Hof van Cassatie beschouwt als een verboden kansspel elk spel dat, hetzij op zichzelf, hetzij wegens de omstandigheden waarin het beoefend wordt, van die aard is dat het ę toeval de overhand heeft Ľ op lichamelijke of verstandelijke behendigheid.

De Commissie stelt evenwel vast dat, ondanks deze verruiming van het toepassingsgebied, een aantal gokactiviteiten met een mogelijk verslavend karakter niet als kansspelen in de zin van dit voorstel worden beschouwd. Dit is met name het geval voor de weddenschappen naar aanleiding van sportwedstrijden (paardenrennen), loterijen en de producten van de Nationale Loterij.

De Commissie is van oordeel dat ook de wettelijke bepalingen die deze activiteiten regelen, moeten worden geŽvalueerd op het sociale risico dat aan deze spelen verbonden kan zijn.

Zij wenst hierbij in het bijzonder de aandacht te vestigen op de producten van de Nationale Loterij, waar zich onmiskenbaar een evolutie van long-odd - naar short-odd spelen voordoet. Tijdens de hoorzittingen werd door diverse hulpverleners met name gewaarschuwd voor het gevaar van de zogenaamde scratchbiljetten, die een alsmaar groter deel van de markt innemen.

2. De Kansspelcommissie

De Commissie stelt vast dat de Kansspelcommissie in het regeringsamendement zeer uitgebreide en diverse bevoegdheden toebedeeld krijgt inzake het uitreiken van vergunningen en op het vlak van controle en repressie.

Aangezien de beslissingen van de Kansspelcommissie een belangrijke impact op het sociale vlak kunnen hebben, zowel wat het voorkomen als het wegwerken van gokverslaving betreft, acht de Commissie het noodzakelijk dat in de Kansspelcommissie ook een vertegenwoordiger van de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, als volwaardig lid wordt opgenomen.

De Commissie acht het niet onmogelijk dat de beslissingen van de Kansspelcommissie het beleid op het vlak van preventie tegen gokverslavingen dat door de gemeenschappen wordt gevoerd, zouden kunnen doorkruisen. Zij acht het hierom en met het oog op het verbeteren van de communicatie tussen de diverse beleidsniveaus, wenselijk dat ook de gemeenschappen, zij het met raadgevende stem, in de Kansspelcommissie worden vertegenwoordigd. Om mogelijke discordanties met het beleid dat door de gewesten in het kader van hun fiscale bevoegdheden wordt gevoerd te voorkomen, meent de Commissie ten slotte dat ook een vertegenwoordiger van de gewesten met raadgevende stem in de Kansspelcommissie zou moeten worden opgenomen.

3. Maximale bescherming van de jongeren

Uit de hoorzittingen is ten overvloede gebleken dat de jongeren een bijzonder kwetsbare groep vormen wat de mogelijke gokverslaving betreft. De Commissie is dan ook van oordeel dat de tekst wat dit betreft moet worden versterkt. Zo dient het begrip ę nabijheid Ľ in een artikel 35.4 van het regeringsamendement de wet duidelijker te worden omschreven.

Een aantal leden stellen voor dat het verbod kansspelinrichtingen klasse II te vestigen in de nabijheid van onderwijsinstellingen en van plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, wordt uitgebreid tot de kansspelinrichtingen klasse III of drankgelegenheden.

Andere leden zijn het met deze zienswijze niet eens omdat de haalbaarheid en het nut van een dergelijke maatregel ten zeerste kunnen worden betwijfeld.

Een aantal leden van de Commissie kunnen zich niet akkoord verklaren met de bepaling van artikel 38, die drie kansspelen in drankgelegenheden toestaat en pleiten ervoor dat dit aantal wordt verminderd tot twee.

Andere leden zijn het wel eens met de regeling van artikel 38. Zij wijzen onder meer op de verklaringen van de minister van FinanciŽn tijdens de hoorzittingen, die stelde dat de sector van de bingo's sinds de wijziging van de reglementering in 1991 in belangrijke mate is gesaneerd en geen overdreven opbrengsten meer oplevert.

4. Sociaal statuut van het casinopersoneel

Tijdens de hoorzittingen is gebleken dat het personeel in de speelzalen van de meeste casino's wordt betaald met de fooien van de spelers, die voor 60 % rechtstreeks als loon worden uitbetaald en waarvan 40 % wordt aangewend voor de sociale lasten.

Een aantal leden van de Commissie hebben ernstige vragen bij een dergelijk systeem, dat volgens hen het personeel ertoe aanzet het spelen zoveel mogelijk aan te moedigen en aldus de spelverslaving in de hand werkt. Zij zijn dan ook van oordeel dat in de sector van de kansspelen een systeem van vaste verloning moet worden opgelegd waarop het speelgedrag, de behaalde winsten of fooien geen invloed hebben.

Andere leden zijn het niet eens met deze visie. Zij wijzen erop dat het stelsel van verloning in de casino's tot stand is gekomen na paritair overleg binnen de sector. Casino's zijn commerciŽle ondernemingen die het recht moeten hebben hun winsten te maximaliseren binnen de door de wet bepaalde grenzen en met inachtneming van de regels ter bescherming van de spelers. De beide zaken moeten volgens deze leden evenwel uit elkaar worden gehouden.

5. IJking van de bingotoestellen

De Commissie acht het noodzakelijk dat bij wet of koninklijk besluit een sluitend systeem van ijking van bingotoestellen wordt opgelegd, dat op korte tijdsintervallen een constant uitbetalingspercentage garandeert.

De toestellen moeten wat dit betreft aan geregelde controles worden onderworpen.

6. Het werven van cliŽnteel voor kansspelen

Tijdens de hoorzittingen is in de Commissie bij herhaling melding gemaakt van marketingtechnieken die door kansspelexploitanten en in het bijzonder de casino's, worden aangewend om cliŽnteel te lokken. Het betreft hier onder meer het aanbieden van gratis of goedkope maaltijden, het organiseren van gratis busreizen naar de kuststreek, het aanbieden van gratis speelfiches, het organiseren van goedkope minitrips naar kuststeden, enz. De Commissie acht deze praktijken des te verwerpelijker omdat zij er vaak op gericht zijn sociaal zwakkere groepen naar het spel te trekken.

Sommige leden zijn van oordeel dat de bepaling van het voorgestelde artikel 56 in de regeringsamendementen, dat alleen een verbod op gratis of goedkopere maaltijden instelt, dient te worden versterkt.

Als algemene regel dient volgens hen te gelden dat elk materieel of financieel voordeel toegekend met de directe of indirecte bedoeling een persoon tot spelen aan te zetten, dient te worden verboden. Andere leden menen daarentegen dat de regeling van artikel 56 voldoende garanties biedt. Het is overigens moeilijk uit te maken of busreizen naar de kust louter tot doel hebben potentiŽle spelers voor de casino's aan te brengen, dan wel het vervoer te verzorgen voor bezoekers van culturele of ontspanningsactiviteiten die in de casino's worden georganiseerd.

7. Kredietverlening aan spelers

Tijdens de hoorzitting is gebleken dat gokverslaafden nog steeds al te gemakkelijk cumulatief leningen kunnen aangaan. Het bestaan van een negatieve gegevensbank voor schulden heeft weinig verandering gebracht in de moeilijkheden die hieruit voortkomen.

De commissie acht het, in het licht hiervan, wenselijk dat een ernstig onderzoek wordt gewijd aan de mogelijkheden inzake de uitbouw van een positieve gegevensbank voor schulden.

De commissie is van oordeel dat de in het regeringsamendement voorgestelde artikelen 54 en 55 de kredietverlening aan spelers terecht sterk aan banden leggen. In het licht van de getuigenissen die tijdens de hoorzittingen werden gedaan, stelt zij echter voor dat in de tekst ook bepalingen worden opgenomen die het installeren van bankcontactautomaten en wisselautomaten voor muntstukken in kansspelinrichtingen van het type I, II en III verbieden.

Tevens acht de commissie het wenselijk dat de kansspelinrichtingen worden verplicht het verbod op kredietverlening uitdrukkelijk ter kennis van hun cliŽnteel te brengen.

De commissie wenst ten slotte in dit verband de aandacht te vestigen op artikel 1965 van het Burgerlijk Wetboek : ę De wet staat geen rechtsvordering toe voor een speelschuld of voor de betaling van een weddenschap. Ľ

Een aantal leden stellen voor dat, wat de organisatoren van kansspelen betreft, de mogelijkheid om deze exceptie in te roepen, wordt geschrapt.

Andere leden zijn van oordeel dat een dergelijke maatregel weinig zou opleveren. Een speluitbater die de winsten niet uitbetaalt, zal waarschijnlijk niet lang overleven.

8. Algemene maatregelen ter bescherming van spelers

De commissie wenst een aantal aanbevelingen te doen die de bescherming van de speler ten goede kunnen komen :

≠ Naar het voorbeeld van een aantal buitenlandse wetgevingen zou een bij wet verplicht sluitingsuur voor kansspelinrichtingen moeten worden ingesteld.

≠ Er zou een centraal contactadres en/of telefoonnummer moeten worden ingesteld, waar spelers met klachten over kansspeluitbaters terecht kunnen. Eventueel zou deze opdracht kunnen worden toevertrouwd aan de Kansspelcommissie, die het meest geŽigende orgaan is om dergelijke klachten te onderzoeken.

≠ De uitbaters van kansspelen dienen te worden verplicht, bijvoorbeeld via een folder, hun cliŽnteel te wijzen op de mogelijke gevaren die aan het spelen verbonden zijn.

≠ Het verbod op on-linesystemen, waarbij kansspelen op elkaar worden aangesloten, dient expliciet in de wet te worden opgenomen.

Over twee mogelijke maatregelen is de Commissie verdeeld :

≠ Een aantal leden tonen zich voorstander van een volledig verbod op reclame voor kansspelen. Anderen kunnen niet instemmen met deze maatregel, die overigens in eerste instantie de Nationale Loterij zou treffen.

≠ Sommige leden pleiten voor een verplichte opleiding voor personeel van kansspelinrichtingen, inzake het herkennen van en omgaan met gokverslaving.

Anderen zijn van oordeel dat dergelijke opleidingen weliswaar op vrijwillige basis door de uitbaters kunnen worden gegeven, maar dat de overheid er niet kan mee volstaan de verantwoordelijkheid terzake bij de sector te leggen, die rechtstreeks betrokken partij is.

Dit advies werd eenparig goedgekeurd door de 8 aanwezige leden.

De rapporteurs, De voorzitster,
Lisette NELIS-VAN LIEDEKERKE.
Jacques D'HOOGHE.
Lydia MAXIMUS.