1-798/1

1-798/1

1-798/1

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

28 NOVEMBER 1997


Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 54, 57/11, 57/12, 57/14bis en 71 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen


ONTWERP OVERGEZONDEN DOOR DE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 54, § 3, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd door de wet van 15 juli 1996, worden de woorden « , of de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, » opgeheven.

Art. 3

Artikel 57/11, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 6 mei 1993, wordt opgeheven.

Art. 4

Artikel 57/12, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 14 juli 1987 en gewijzigd door de wet van 6 mei 1993, wordt opgeheven.

Art. 5

In dezelfde wet wordt een artikel 57/14bis ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 57/14 bis. ­ Ieder vast lid van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, die tekortgekomen is aan de waardigheid van zijn ambt of aan de plichten van zijn staat kan, naargelang het geval, worden geschorst of afgezet, bij een arrest dat door de Raad van State wordt uitgesproken.

De schorsing wordt uitgesproken voor een termijn van minstens zeven dagen en maximum zes maanden en heeft de inhouding van de wedde voor gevolg zolang zij duurt.

De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit de rechtspleging voor de Raad van State inzake de tuchtregeling.

Voor de tuchtvordering adieert de auditeur-generaal of de adjunct-auditeur-generaal, ambtshalve of op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken, de Raad van State. De vordering wordt uitgeoefend door de auditeur-generaal of door de adjunct-auditeur-generaal overeenkomstig artikel 75, tweede lid, van de gecoordineerde wetten op de Raad van State. »

Art. 6

Artikel 71, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 10 juli 1996, wordt vervangen door het volgende lid :

« De vreemdeling die met toepassing van artikel 74/5 vastgehouden wordt in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats, kan tegen die maatregel beroep instellen door een verzoekschrift neer te leggen bij de raadkamer van de correctionele rechtbank van de plaats waar hij wordt vastgehouden. »

Brussel, 27 november 1997.

De Voorzitter van de
Kamer van Volksvertegenwoordigers,

Raymond LANGENDRIES.

De Griffier van de
Kamer van Volksvertegenwoordigers,

Francis GRAULICH.