1-279/3

1-279/3

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

6 FEBRUARI 1997


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 130 van de Grondwet, om het gebruik van de talen in het onderwijs over te dragen aan de Duitstalige Gemeenschap


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE INSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR DE HEER CHANTRAINE


De commissie voor de Institutionele Aangelegenheden heeft dit voorstel besproken tijdens haar vergaderingen van 30 januari en 6 februari 1997.

Één van de indieners licht het voorstel toe. Het voorstel heeft tot doel inzake het gebruik van de talen in het onderwijs dezelfde bevoegdheden aan de Duitstalige Gemeenschap toe te kennen als de Franse en de Vlaamse Gemeenschap nu reeds hebben. Tot dusverre werd die bevoegdheid niet toegekend aan de Duitstalige Gemeenschap, met het oog op de bescherming van de Franstalige minderheid.

De vrees dat de Duitstalige Gemeenschap het gebruik van het Frans in het onderwijs zal afremmen, wordt echter weerlegd door de feiten. Er bestaat bijgevolg geen reden meer om, wat betreft het gebruik van de talen in het onderwijs, de gelijkschakeling tussen de gemeenschappen niet door te voeren. Met de overheveling van de aangelegenheid zijn geen moeilijkheden te verwachten. De spreker verwijst verder naar de toelichting bij het voorstel.

De rapporteur wenst te onderstrepen dat het voorstel volledig wordt gesteund door de PSC, de PRL-FDF en de PS.

Een lid merkt op dat, waar de tekst voorschrijft dat het « decreet (...) de rechten van de taalminderheden in het Duitse taalgebied niet (mag) aantasten », toch een concretere inhoud moet worden gegeven aan het begrip « minderheid ».

Een ander lid vraagt wat de bedoelde rechten juist inhouden.

Een indiener merkt op dat de tweede volzin van de voorgestelde tekst veeleer als een herinnering aan het algemene beginsel van de bescherming van taalminderheden is bedoeld.

Een andere indiener verklaart dat de inschrijving van de betwiste zin kadert in een breder perspectief. Op termijn zou het mogelijk moeten zijn deze bepaling op doelmatige wijze te laten toetsen door een echt grondwettelijk hof. De bevoegdheid van het Arbitragehof mag niet beperkt blijven tot de artikelen 10, 11 en 24 van de Grondwet.

De spreker stemt er wel mee in dat het voorliggende voorstel tot herziening niet het meest geschikte kader is om het debat over de verruiming van de toetsingsbevoegdheid van het Arbitragehof aan te gaan. Hij heeft er dan ook geen bezwaar tegen dat de betrokken zin wordt geschrapt.

De heer Desmedt dient het volgende amendement in (Gedr. St., Senaat nr. 1-279/2, amendement nr. 1) :

« In het voorgestelde 5º de volgende woorden schrappen :

« het decreet mag de rechten van de taalminderheden in het Duitse taalgebied niet aantasten. »

Verantwoording

Deze bepaling blijkt niet op haar plaats in een grondwettekst.

De indiener van het amendement onderstreept dat het amendement enkel beoogt uitleggingsproblemen te vermijden, doch dat men met de schrapping geen afstand wil nemen van de geest die in de geschrapte volzin tot uitdrukking werd gebracht.

Het amendement wordt aangenomen met 10 stemmen bij 1 onthouding.

De commissie beslist de woorden « inzake onderwijs » te vervangen door de woorden « voor het onderwijs », naar het voorbeeld van artikel 129, § 1, van de Grondwet.

Het aldus geamendeerde voorstel wordt, evenals de Duitse tekst, aangenomen met 10 stemmen bij 1 onthouding.

Dit verslag is eenparig goedgekeurd door de 10 aanwezige leden.

De rapporteur,
Hubert CHANTRAINE.
De voorzitter,
Frank SWAELEN.

TEKST VAN HET VOORSTEL TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE
Herziening van artikel 130 van de Grondwet, om het gebruik van de talen in het onderwijs over te dragen aan de Duitstalige Gemeenschap Herziening van artikel 130 van de Grondwet, om het gebruik van de talen in het onderwijs over te dragen aan de Duitstalige Gemeenschap
Enig artikel Enig artikel
Artikel 130, § 1, eerste lid, van de Grondwet wordt aangevuld met een 5º, luidende : Artikel 130, § 1, eerste lid, van de Grondwet wordt aangevuld met een 5º, luidende :
« 5º het gebruik van de talen inzake onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende instellingen; het decreet mag de rechten van de taalminderheden in het Duitse taalgebied niet aantasten. » « 5º het gebruik van de talen voor het onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende instellingen. » [...]
Einziger Artikel
Artikel 130 § 1 Absatz 1 der Verfassung wird durch eine Nummer 5 mit folgendem Wortlaut ergänzt :
« 5. den Gebrauch der Sprachen für den Unterricht in den von den öffentlichen Behörden geschaffenen, bezuschußten oder anerkannten Einrichtungen. »