1-279/1

1-279/1

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

7 MAART 1996


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 130 van de Grondwet, om het gebruik van de talen in het onderwijs over te dragen aan de Duitstalige Gemeenschap

(Verklaring van de wetgevende macht,
zie « Belgisch Staatsblad » nr. 74
van 12 april 1995)


VOORSTEL VAN DE HEREN FORET EN DESMEDT


TOELICHTING


Het onderwijs werd aan de Vlaamse en de Franse Gemeenschap overgedragen door artikel 127 van de Grondwet en aan de Duitse Gemeenschap door artikel 130 van de Grondwet.

Alleen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap echter hebben de bevoegdheid gekregen om in die aangelegenheid het gebruik van de talen bij decreet te regelen (art. 129 van de Grondwet). De Duitstalige Gemeenschap heeft die bevoegdheid dus niet.

In tal van resoluties en adviezen heeft de Raad van de Duitstalige Gemeenschap de bevoegdheid opgeëist om het gebruik van de talen in het onderwijs te regelen.

Zie met name :

­ de resolutie van 10 oktober 1991 betreffende de voortzetting van de Staatshervorming (C.R.I., C.C.G., zitting 1991-1992, nr. 2, blz. 60-61);

­ de resolutie van 25 mei 1992 betreffende de verruiming van het statuut van autonomie van de Duitstalige Gemeenschap (C.R.I., C.C.G., zitting 1991-1992, nr. 12, blz. 546-549);

­ het met redenen omkleed advies van 10 mei 1993 betreffende het wetsvoorstel tot vervollediging van de federale staatsstructuur (C.R.I., C.C.G., zitting 1992-1993, nr. 10, blz. 511-524);

­ de resolutie van 9 maart 1995 gericht aan de federale Kamers van België betreffende de verklaring tot herziening van de Grondwet (C.R.I., C.C.G., zitting 1994-1995, nr. 9, blz. 440-441);

Voor een dergelijke overdracht van bevoegdheden kunnen verschillende argumenten aangehaald worden.

In de eerste plaats zijn de bevoegdheden inzake het taalgebruik op alle niveaus zo belangrijk dat het in de Duitstalige Gemeenschap niet mogelijk is een coherent onderwijsbeleid te voeren zonder dat men over de desbetreffende bevoegdheid beschikt. Het wetgevend proces is veel te zwaar en complex.

Het is belangrijk aan te stippen dat de dagelijkse gang van zaken in de onderwijsinstellingen die in het Duitse taalgebied gelegen zijn, thans geregeld wordt door verschillende koninklijke besluiten en besluiten genomen door de Duitstalige Gemeenschap. Deze besluiten zouden ter goedkeuring voorgelegd moeten worden aan de federale Wetgevende Kamers en zouden bij wet bekrachtigd moeten worden vooraleer zij in werking kunnen treden. Dat is nooit gebeurd. Deze besluiten, die weliswaar onwettig zijn, worden verder toegepast want zij zijn onmisbaar voor de organisatie van de scholen.

Talrijke problemen en moeilijkheden blijven bestaan en vragen om gepaste antwoorden, waarbij rekening moet worden gehouden met het eigen karakter van de streek. Alle jongeren, zowel Franstaligen als Duitstaligen die de Duitstalige scholen bezoeken, hebben er belang bij voor hun opleiding over aangepaste middelen te kunnen beschikken. De mogelijkheid dat de federale overheid concrete initiatieven op touw zet, is weinig waarschijnlijk.

Tot op heden is het federale beleid inzake het gebruik van de talen zelden tegemoetgekomen aan het streven en het verlangen van de Duitstaligen. Een dergelijk beleid zou rekening moeten houden met de pedagogische gegevens maar ook met alle maatschappelijke, economische en culturele elementen die eigen zijn aan de streek.

Vervolgens heeft de wetgever altijd de bedoeling gehad voor de Duitstalige Gemeenschap een autonomie te ontwikkelen die gelijk zou zijn aan die van de twee andere Gemeenschappen. Deze beschikken echter over decretale bevoegdheid inzake het gebruik van de talen in het onderwijs. Dit voorstel heeft tot doel de Duitstalige Gemeenschap op volkomen gelijke voet te plaatsen met andere Gemeenschappen.

Wij erkennen natuurlijk dat de grondwetgever bij het instellen van deze discriminatie er wellicht de voorkeur aan gaf de bevoegdheid inzake het gebruik van de talen in de negen gemeenten van het Duitse taalgebied in handen te laten van de federale overheid. Deze gemeenten genoten immers een speciaal regime met het oog op de bescherming van hun minderheden. Het is immers zo dat de andere Gemeenschappen zelf evenmin bevoegd zijn om het gebruik van de talen te regelen in gemeenten die een speciaal regime genieten.

Daarop antwoorden wij onmiddellijk dat de toestand in deze andere gemeenten « met een speciaal statuut » niet vergelijkbaar is met de toestand in de Duitstalige Gemeenschap. Het doel dat in deze Gemeenschap nagestreefd wordt, is een waarachtige tweetaligheid voor alle leerlingen hetgeen hen in staat moet stellen hun hogere studie in België voort te zetten en werk te vinden buiten de enige grenzen van het Duitse taalgebied. De vrees dat de Duitstalige Gemeenschap het gebruik van het Frans in het onderwijs zal afremmen, wordt weerlegd door de feiten. Ook worden in het onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap aan Franstalige leerlingen faciliteiten geboden die veel verder gaan dan wat wettelijk voorgeschreven is.

Hoewel niemand ontkent dat het belangrijk is verschillende talen te leren, moet men onderstrepen dat tweetaligheid en meertaligheid van bijzonder belang zijn voor alle Duitstalige leerlingen. De plaatselijke beleidslieden wensen de voorwaarden te scheppen en te behouden om tweetaligheid op een passende wijze te bevorderen. Ondanks de aanzienlijke inspanningen die de Duitse Gemeenschap op dit vlak geleverd heeft, stelt men toch vast dat de jonge Duitstaligen steeds minder goed Frans spreken. Bovendien laat de kennis van het Duits bij de Franstaligen die in het Duitse taalgebied wonen, te wensen over.


De volgende tabellen geven de zeer bijzondere toestand weer waarin het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap zich bevindt gelet op de populatie die deze instellingen bezoekt.

1. Kleuterscholen (schooljaar 1995/1996)

Herkomst
­
Origine
Aantal leerlingen
­
Nombre d'élèves
Absoluut cijfer. ­ Chiffre absolu Pct. ­ P.c.
Totaal. ­ Total 3 368 100
Franse Gemeenschap. ­ Communauté française 264 7,83
Bondsrepubliek Duitsland. ­ R.F.A. 137 4,06
Luxemburg. ­ Luxembourg 8 0,23

2. Lagere scholen (schooljaar 1995/1996)

Herkomst
­
Origine
Aantal leerlingen
­
Nombre d'élèves
Absoluut cijfer. ­ Chiffre absolu Pct. ­ P.c.
Totaal. ­ Total 5 468 100
Franse Gemeenschap. ­ Communauté française 435 7,95
Bondsrepubliek Duitsland. ­ R.F.A. 167 3,05
Luxemburg. ­ Luxembourg 34 0,62

3. Secundaire scholen (schooljaar 1995/1996)

Herkomst
­
Origine
Aantal leerlingen
­
Nombre d'élèves
Absoluut cijfer. ­ Chiffre absolu Pct. ­ P.c.
Totaal. ­ Total 4 332 100
Duitstalige Gemeenschap. ­ Communauté germanophone 3 511 81
Franse Gemeenschap. ­ Communauté française 654 15
Bondsrepubliek Duitsland. ­ R.F.A. 96 2
Luxemburg. ­ Luxembourg 56 1
Andere landen. ­ Autres pays 15

In verband met het secundair onderwijs moet vermeld worden dat 15 pct. van de totale schoolbevolking afkomstig is uit Franstalige gemeenten terwijl in de Franse Gemeenschap slechts 0,2 pct. van de totale schoolbevolking uit Duitstalige gemeenten komt. Dit heeft een niet onaanzienlijke invloed op de organisatie van het onderwijs van de Duitse Gemeenschap temeer omdat er privé-lessen georganiseerd worden voor de Franstalige leerlingen. Deze eigenheid rechtvaardigt in ruime mate een aangepaste wetgeving.

Om elke mogelijke vrees vanwege de Franstalige minderheid in de streek weg te nemen, zijn wij bovendien ten volle bereid om een mechanisme in te voeren dat de eerbiediging van de rechten van de taalminderheid in het Duitse taalgebied moet waarborgen. Daarom hebben wij ervoor gezorgd in ons voorstel een zin in te voegen waarin duidelijk bepaald wordt dat het decreet de rechten van de minderheden niet mag aantasten. Wij menen zelfs dat het op termijn mogelijk zou moeten zijn deze bepaling op doelmatige wijze te laten toetsen door een echt grondwettelijk hof.

Wij wensen immers de zaken ruimer te bekijken en de bevoegdheid van het Arbitragehof niet meer te beperken tot de artikelen 10, 11 en 24 van de Grondwet maar zijn bevoegdheid uit te breiden tot alle artikelen van onze fundamentele wet. De P.R.L.-F.D.F. is sinds lang voorstander van het instellen van individuele vorderingen van privé-personen tegen elke aantasting van hun grondrechten bij een echt grondwettelijk hof dat borg moet staan voor de eerbiediging van de rechten en vrijheden van alle medeburgers.

Ten slotte moet de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot het gebruik van de talen in het onderwijs een algemene bezinning op gang brengen, vernieuwen, doelen voorstellen en de middelen vinden om ze te bereiken. In de komende jaren zal de Raad van de Duitstalige Gemeenschap zich moeten uitspreken over fundamentele keuzen inzake opvoeding, onderwijs en opleiding. Hij zal moeten beslissen over krachtlijnen, doelstellingen, bekwaamheidseisen, ...

Men kan zich moeilijk voorstellen dat de Raad zijn opdracht behoorlijk kan vervullen zonder te beschikken over bevoegdheden in een van de belangrijkste aangelegenheden voor de toekomst van de jongheren van heel de streek. Wij zijn ervan overtuigd dat alle Duitstalige bewindslieden een beleid wensen voort te zetten dat gericht is op openheid en doordrongen is van tolerantie en flexibiliteit.

Om al deze redenen stellen wij voor artikel 130 van de Grondwet te wijzigen teneinde de Duitstalige Gemeenschap in staat te stellen het gebruik van de talen in het onderwijs te regelen.

Michel FORET.

VOORSTEL


Enig artikel

Artikel 130, § 1, eerste lid, van de Grondwet wordt aangevuld met een 5º, luidende :

« 5º het gebruik van de talen inzake onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende instellingen; het decreet mag de rechten van de taalminderheden in het Duitse taalgebied niet aantasten. »

Michel FORET.
Claude DESMEDT.