1-185/7

1-185/7

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

6 FEBRUARI 1997


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 41 van de Grondwet


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER VERREYCKEN

Enig artikel

In het voorgestelde eerste lid de woorden « binnengemeentelijke territoriale organen » vervangen door het woord « stadsdeelraden » .

Verantwoording

Meermaals werd reeds gewezen op de noodzaak tot het leveren van leesbare en begrijpelijke teksten. Het lijkt mij dan ook aangewezen hiermee eindelijk te beginnen, en opgeblazen omschrijvingen te vervangen door benamingen die ook voor de beoogde bestuurde begrijpelijk zijn.

Nr. 2 VAN DE HEER VERREYCKEN

Enig artikel

In het tweede lid het getal « 100 000 » vervangen door het getal « 250 000 » .

Verantwoording

Het aantal van 250 000 werd weerhouden in het Senaatsverslag, maar niet uitdrukkelijk in de tekst opgenomen. Een verlaging naar 100 000 strookt dus niet met de oorspronkelijke intenties van degenen die instemden met de Senaatstekst. Indien dan toch een aantal moet worden neergeschreven, lijkt het mij meer aangewezen om het oorspronkelijke aantal te hernemen, ditmaal niet in een verslag maar in de tekst zelf.

Nr. 3 VAN DE HEER VERREYCKEN

Enig artikel

In het tweede lid de tweede volzin aanvullen als volgt :

« door de burgers die ook bij gemeenteraadsverkiezingen stemgerechtigd zijn. »

Verantwoording

De stadsdeelraden zullen deel-verantwoordelijkheden krijgen vanwege de gemeenteraad. De kiezers die de stadsdeelraden samenstellen moeten dan ook gelijk zijn aan degenen die de gemeenteraden samenstellen.

Wim VERREYCKEN.

Nr. 4 VAN DE HEREN DESMEDT EN FORET

Enig artikel

In het tweede lid het getal « 100 000 » vervangen door het getal « 200 000 ».

Verantwoording

Overeenkomstig de wil van de indieners van het oorspronkelijke voorstel tot herziening van artikel 41 van de Grondwet moet alleen aan de stedelijke entiteiten met de grootste bevolkingsaantallen de mogelijkheid worden geboden om binnengemeentelijke organen op te richten (cf. voorstel van de heer Erdman c.s., Gedr. St., Senaat nr. 1-185/1, blz. 3).

De Belgische instellingen zijn immers reeds ingewikkeld genoeg voor onze medeburgers. De gemeente blijft als een van de enige gezagsniveaus nog begrijpelijk. Als sommigen koppig vasthouden aan het idee om een bijkomend gezagsniveau in te lassen, dan mag deze eventuele onderverdeling alleen openstaan voor gemeenten die er niet meer in slagen nauw contact te houden met hun bevolking.

Nr. 5 VAN DE HEREN DESMEDT EN FORET

Enig artikel

In het tweede lid de tweede volzin aanvullen als volgt :

« door de burgers die de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer hebben. »

Verantwoording

In de Grondwet moet worden neergelegd dat de kiezers die de leden van de binnengemeentelijke territoriale organen verkiezen, dezelfden zijn als die welke deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen.

De aangelegenheden die deze organen moeten behandelen, behoren immers tot de « gemeentelijke belangen » in de zin van het huidige artikel 41 van de Grondwet.

Bovendien verplichten zowel het Verdrag van Maastricht (artikel 8b ) als richtlijn 94/80 van 19 december 1994 de Lid-Staten van de Europese Unie hun intern rechtsstelsel te wijzigen om de Europese onderdanen in staat te stellen deel te nemen aan de plaatselijke verkiezingen. België is hierdoor trouwens verplicht artikel 8 van de Grondwet en de gemeentekieswet te wijzigen.

In dit perspectief dient men te voorkomen dat aan de Europese onderdanen het recht ontzegd wordt om deel te nemen aan de verkiezingen van binnengemeentelijke organen omdat zij actief en passief stemrecht bezitten voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Claude DESMEDT.
Michel FORET.