3-973/1 (Senaat)
1583/001 (Kamer)

3-973/1 (Senaat)
1583/001 (Kamer)

Belgische Senaat en Kamer van Volksvertegenwoordigers

ZITTING 2004-2005

24 DECEMBER 2004


De Europese Raad van 16 en 17 december 2004


VERSLAG

NAMENS HET FEDERAAL ADVIESCOMITÉ VOOR DE EUROPESE ANGELEGENHEDEN

UITGEBRACHT DOOR DE HEREN MAHOUX (S) EN DE CROO (K)


Het is in het Adviescomité gebruikelijk om bij elke vergadering van de Europese Raad een gedachtewisseling te hebben met de eerste minister en/of een ander lid van de Belgische regering over de voorbereiding en de resultaten van deze Europese Raad.

Het Adviescomité heeft twee vergaderingen (op dinsdag 14 en 21 december 2004) gewijd aan de Europese Raad van Brussel op 16 en 17 december 2004. Dit rapport is een kort overzicht van de gedachtewisseling met eerste minister Guy Verhofstadt op beide vergaderingen, waaraan ook de Commissies voor de Buitenlandse Betrekkingen van Kamer en Senaat deelnamen.

I. BRIEFING OVER DE EUROPESE RAAD VAN 16 EN 17 DECEMBER 2004

1. Uiteenzetting van de heer Guy Verhofstadt, eerste minister

a) Openen van de toetredingsonderhandelingen met Turkije

De eerste minister herinnert eraan dat het de Europese Raad toekomt een beslissing te nemen over het openen van toetredingsonderhandelingen met Turkije op basis van het regelmatig verslag van de Commissie en haar aanbeveling over de vooruitgang die Turkije op de weg naar de toetreding heeft gemaakt. De Commissie meent dat Turkije voldoende beantwoordt aan de politieke criteria van Kopenhagen en stelt voor toetredingsonderhandelingen met Turkije aan te vatten in de loop van 2005 mits een aantal strenge voorwaarden in acht worden genomen en dit gecontroleerd wordt.

Het resultaat van die onderhandelingen zal van Turkije zelf afhangen. Het kan positief of negatief zijn. België is het daar volledig mee eens.

Het probleem Cyprus blijft open in de Raad. In hoeverre moet Turkije een initiatief nemen om het Griekse gedeelte van het eiland te erkennen ? Is dat niet al het geval in de feiten, gezien de beslissing van Turkije om het Akkoord van Ankara van 1964 — het Douane-akkoord tussen Turkije en de EU — aan te passen om rekening te houden met de toetreding tot de EU van 10 nieuwe lidstaten, waaronder Cyprus ?

Het ontwerp van nota aan de Ministerraad betreffende het openen van toetredingsonderhandelingen met Turkije, die door de eerste minister in de vergadering werd overhandigd, vindt men als bijlage 1.

b) Financiële vooruitzichten (financieel kader 2007-2013)

De eerste minister wijst erop dat de Europese Raad een eerste debat zal houden over de financiële perspectieven voor 2007-2013. De Belgische regering heeft een gemeenschappelijk standpunt, samen met de regeringen van de gemeenschappen en de gewesten.

België vat het debat over de financiële vooruitzichten aan met de zorg de uitgebreide Europese Unie voldoende middelen te geven om al haar taken te vervullen. Men mag zich niet blindstaren op het voorstel van de Europese Commissie — 1,25 % van het bruto nationaal inkomen van de Unie of op het cijfer van 1 % dat door zes Lidstaten wordt vooropgesteld — maar men moet de taken van de Europese Unie diepgaand onderzoeken en rekening houden met de nieuwe taken die ze door het ontwerp van grondwettelijk verdrag zal krijgen.

Die analyse heeft het Overlegcomité ertoe gebracht 1,15 % van het bruto nationaal inkomen van de Unie voor te stellen inzake de verbinteniskredieten. Van de vijf rubrieken die de Commissie voorstelt, moeten volgende twee sub-rubrieken de voorkeur krijgen :

1.a) Concurrentievermogen voor de groei en de werkgelegenheid (van bijzonder belang in het raam van de Lissabon-strategie);

1.b) Cohesie voor de groei en de werkgelegenheid (het gaat hoofdzakelijk om structurele en sociale fondsen die ter beschikking worden gesteld van de EU).

Het debat over de financiële vooruitzichten moet de komende maanden worden voortgezet, om de inhoud van de vijf rubrieken nader te bepalen.

Tot besluit heeft de eerste minister er ook op gewezen dat er een einde moet worden gemaakt aan de korting die het Verenigd Koninkrijk heeft verkregen. Die voorkeursbehandeling is nu niet meer gerechtvaardigd.

Het Belgisch standpunt betreffende de financiële vooruitzichten vindt men als bijlage 2.

2. Gedachtewisseling

a) Toetreding van Turkije

De heer Francis Van den Eynde, volksvertegenwoordiger, betreurt dat de eerste minister de twee vermelde documenten zo laat heeft rondgedeeld. Wat Turkije betreft, weerlegt spreker de argumenten die worden aangehaald om de toetreding van dat land tot de EU te steunen. Het debat over Turkije is geen debat waarvan de uitkomst onzeker is (men zal alleen beslissen onderhandelingen aan te vatten, maar men weet niet of ze tot een resultaat zullen leiden), zoals men beweert. In werkelijkheid stevent men bewust op de toetreding van Turkije af, door het gebruik van de « salamitactiek » (om die toetreding voor de publieke opinie aanvaardbaar te maken, behandelt men het toetredingsproces van Turkije in schijfjes). Tijdens het debat in de Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen van de Kamer heeft de minister van Buitenlandse Zaken onderstreept dat het hoog tijd was dat dit dossier werd afgerond, omdat het niet langer mogelijk is Turkije op een beslissing te laten wachten.

Turkije heeft een associatieverdrag met de Europese Gemeenschap dat reeds van 1963 dateert. De minister heeft ongetwijfeld gelijk dat er dringend een beslissing moet worden genomen, maar de enige beslissing die zich opdringt is dat de toetreding van Turkije tot de EU niet mag worden geaccepteerd. Dat standpunt wordt door de meerderheid van de burgers in België, alsook in de andere lidstaten, gedeeld.

Het is eveneens foutief te beweren dat Turkije een Europees land is. Het is niet omdat de Russische tsaar Alexander I in zijn tijd verklaard heeft dat Turkije « de zieke man van Europa » was, dat men daaruit mag besluiten dat Turkije deel uitmaakt van Europa. Die zin moet vanzelfsprekend in zijn historische context worden geplaatst. Indien men die redenering doortrekt, dan moet Mongolië als een Europees land worden beschouwd, aangezien de Mongolen ooit Boedapest hebben bezet.

Turkije maakt noch historisch, noch geografisch, noch cultureel deel uit van Europa. Oekraïne bijvoorbeeld is Europeser dan Turkije. Tot slot stelt hij met verbazing vast dat de socialistische partij de toetreding van Turkije tot de Europese Unie verdedigt en aldus haar houding afstemt op die van de Verenigde Staten.

De heer Pieter De Crem, volksvertegenwoordiger, wijst erop dat men zich deze vier vragen moet stellen : Heeft de Europese Unie grenzen ? Welke Unie wensen we ? Is de Europese Unie bereid Turkije te verwelkomen ? Is Turkije bereid tot de Unie toe te treden ?

In 1964 werd het akkoord van Ankara tussen het Europa van de Zes en Turkije ondertekend. In 1987 stelt Turkije zijn officiële kandidatuur voor zijn toetreding tot de Unie. In 1999 geeft de Europese Raad van Helsinki Turkije het statuut van kandidaat-land. In december 2002 besluit de Europese Raad van Kopenhagen : « Indien de Europese Raad in december 2004 op basis van een verslag en een aanbeveling van de Commissie besluit dat Turkije aan de politieke criteria van Kopenhagen voldoet, zal de Europese Unie onverwijld toetredingsonderhandelingen met Turkije openen. ».

Deze besluiten werden opnieuw bevestigd door de Europese Raad van Brussel in juni 2004. De Europese Commissie heeft zich voortaan bereid verklaard om toetredingsonderhandelingen aan te vatten, gelet op de democratische vooruitgang die reeds geboekt is. Het verslag van de Commissie is echter vrij kritisch omdat het groen licht dat zij gegeven heeft voor de opening van de toetredingsonderhandelingen gepaard gaat met strenge voorwaarden. Er is bovendien geen datum vastgelegd voor het opstarten van de onderhandelingen, wat een vrij ongebruikelijke procedure is. Het is verheugend vast te stellen dat Turkije aanzienlijke inspanningen heeft geleverd om te evolueren naar een maatschappij die gegrond is op de maatschappelijke en politieke waarden van de Europese Unie. De heer De Crem wijst er echter op dat er geen precieze datum vastgelegd moet worden voor het opstarten van toetredingsonderhandelingen zolang Turkije niet voldoet aan de politieke criteria van Kopenhagen. Momenteel is slechts een kleine meerderheid voorstander van het opstarten van toetredingsonderhandelingen. Er moet dus een « oranje licht » gegeven worden : Turkije moet volledig voldoen aan de politieke criteria van Kopenhagen (onder andere met betrekking tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden).

De CD&V-fractie pleit voor open onderhandelingen, met andere woorden een proces waarvan de uitslag niet op voorhand vastligt. De onderhandelingen moeten op ieder ogenblik onderbroken of afgebroken kunnen worden en uitmonden in een effectief lidmaatschap, maar ook, in voorkomend geval, in een bevoorrecht partnerschap.

Tot slot benadrukt de heer De Crem dat de Europese Unie ook de nodige institutionele hervormingen achter de rug moet hebben vóór de toetreding van Turkije. Indien het ontwerp van grondwettelijk verdrag niet aangenomen wordt, moeten de toetredingsonderhandelingen opgeschort worden. Bovendien zijn nog andere institutionele hervormingen nodig na de goedkeuring van het grondwettelijk verdrag.

Ten slotte stelt de heer De Crem vast dat de betrekkingen met Turkije thans stevig verankerd zijn, zowel in Europees verband als binnen de NAVO.

b) Cyprus

De heer Francis Van den Eynde, volksvertegenwoordiger, merkt op dat de Belgische regering volledig van standpunt veranderd is. 40 jaar lang heeft België terecht gesteld dat Turkije het noorden van Cyprus onrechtmatig en manu militari bezet houdt. Het noordelijke deel van Cyprus is nooit erkend geweest en wordt geboycot. Vele Grieks-Cyprioten zijn op de vlucht geslagen.

Het recente referendum over het vredesplan van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties is door de meerderheid van de Grieks-Cyprioten verworpen. De Europese Unie was niet enthousiast over dat resultaat. De uitbreiding van het akkoord van Ankara tot de tien EU-lidstaten, waaronder Cyprus, verandert niets aan die toestand. De politieke lijn moet dus dezelfde blijven als vroeger. Turkije bezet illegaal en militair het noordelijke deel van Cyprus. Het is toch ondenkbaar dat een land dat in conflict is met een EU-lidstaat zelf tot de Unie kan toetreden.

c) Financiële vooruitzichten

De heer Luc Van den Brande, senator, verklaart dat een zekere budgettaire orthodoxie gepaard zal moeten gaan met voldoende financiële middelen om de ambities van de EU uit te voeren. Hij sluit zich aan bij het cijfer van 1,15 % dat de regering voorstelt. De doelstellingen in het kader van de strategie van Lissabon zullen hoe dan ook bereikt moeten worden. Dat is ook in het belang van België. Hetzelfde gold voor de toetreding tot de eurozone : niet alleen Europa, maar ook België had er belang bij om de Maastrichtnormen te halen waardoor een Staat kon toetreden tot de eurozone. Het Vlaams Parlement zal ook de strategie van Lissabon en het verslag-Kok aandachtig onderzoeken. Het document met het Belgische standpunt inzake de financiële vooruitzichten legt de nadruk op de twee uitgavencategorieën die een bijzonder belang hebben voor België, namelijk de subrubrieken 1.a) en 1.b). De heer Van den Brande heeft vragen bij het standpunt van de Belgische regering wat betreft de concrete inhoud van die rubrieken. Die vraag roept een andere vraag op. Als men niet tot een akkoord komt over het bedrag van 1,26 % van het Bruto Nationaal Inkomen van de EU, zoals de Europese Commissie voorstelt, zullen de cijfers die de Commissie heeft voorgesteld voor elke rubriek of subrubriek verlaagd moeten worden.

Als men aan Waalse zijde geen evenredige vermindering van deze vastleggingskredieten aanvaardt, zal het beschikbare bedrag voor de strategie van Lissabon kleiner zijn. Vlaanderen zal niet in aanmerking komen voor de structurele fondsen en het cohesiefonds. Een evenredige vermindering van alle rubrieken ligt voor de hand als het plafond van 1,26 % van het Bruto Nationaal Inkomen niet gehaald wordt. Een andere mogelijkheid is dat men een bedrag van 1,18 % in plaats van 1,15 % overeenkomt, wat bijkomende financiële middelen zou vrijmaken indien men geen evenredige vermindering toepast.

d) Midden-Afrika

De heer Lionel Vandenberghe, senator, ondervraagt de eerste minister over de dramatische toestand in Congo, Burundi en Rwanda. Hij wenst dat de Belgische regering en de Europese Unie zware druk uitoefenen op alle regeringen in de regio. De MONUC moet versterkt worden om de plunderaars en roversbendes uit te schakelen. Deze kwestie zou op de agenda moeten verschijnen van de Europese Raad van 16 en 17 december 2004.

3. Antwoorden van de eerste minister

a) Financiële perspectieven

De eerste minister herinnert eraan dat België van oordeel is dat de jaarlijkse begroting van de Europese Unie voor de periode 2007-2013 wat betreft de vastleggingskredieten maximum 1,15 % van het Bruto Nationaal Inkomen van de Unie mag bedragen. Van de vijf rubrieken die de Commissie voorstelt meent België dat de subrubrieken 1.a) en 1.b) het meest zouden moeten stijgen.

Om te weten of het gaat om een vermindering of een verhoging, moeten die 1,15 % vergeleken worden met het huidige plafond. 1,15 % betekent een verhoging van 28 miljoen euro. Als men die 1,15 % vergelijkt met de 1,25 % die de Commissie voorstelt, gaat het om een vermindering van 15 miljoen euro.

Het overlegcomité is tegen een evenredige vermindering, of, in voorkomend geval, een evenredige verhoging van deze rubrieken. Wat rubriek 2 betreft, staat het toegekende bedrag vast, maar de eerste minister merkt op dat het niet altijd zo zal zijn.

b) Toetreding van Turkije

De eerste minister wijst erop dat de Commissie nooit precieze data vastlegt voor het opstarten van toetredingsonderhandelingen. Dat doet de Europese Raad. De Commissie heeft duidelijk bevestigd dat Turkije op afdoende wijze voldoet aan de politieke criteria van Kopenhagen. Zij heeft ook zes specifieke punten in de Turkse wetgeving opgesomd die gewijzigd zouden moeten worden. Vijf daarvan zijn reeds gewijzigd en het zesde (de toepassing van de straffen) wordt in 2005 gewijzigd. De Commissie heeft voor het onderhandelingsproces ook een monitoringsysteem ingevoerd.

De beslissing over het opstarten van de onderhandelingen zal unaniem genomen worden, en niet met een gekwalificeerde meerderheid. Er zal dus geen « meerderheid » zijn « voor » of « tegen » het openen van toetredingsonderhandelingen, maar wel « eenparigheid » of « geen eenparigheid ». Die onderhandelingen kunnen slechts op twee zaken uitmonden : de toetreding van Turkije als ze succesvol zijn, of het « niet-lidmaatschap » van Turkije in geval van mislukking.

In de besluiten van de Europese Raad zal onderstreept worden dat Turkije altijd een band zal hebben met de Europese Unie en dat de toetredingsonderhandelingen een open proces zijn van onbepaalde duur.

Wat het al dan niet openen van de toetredingsonderhandelingen betreft, moet alleen rekening worden gehouden met de politieke criteria van de Europese Raad van Kopenhagen.

Tot hen die de uitbreiding als een bedreiging zien, zegt de eerste minister dat de Europese Unie nu tien nieuwe Lidstaten telt en dat het dus te laat is om dat argument te gebruiken. Binnenkort moet Kroatië toetredingsonderhandelingen aanvatten en het is duidelijk dat landen als Bosnië-Herzegovina, Servië-Montenegro of Macedonië geroepen zijn om tot de Unie toe te treden. De uitbreiding is onomkeerbaar en zal zich misschien over de grenzen van Roemenië uitstrekken. Na 2010 kunnen meer dan 30 staten van de EU deel uitmaken.

Zal die Unie kunnen functioneren ? Het is vanzelfsprekend een actuele vraag en morgen wordt ze dat nog meer. Ze staat evenwel los van het uitbreidingsproces als dusdanig. Het klopt dat de uitbreiding de noodzaak op de voorgrond stelt om de Unie uit te diepen en een beroep te doen op meer samenwerking, waardoor een aantal landen hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen in een reeks welomschreven materies, zoals nu gebeurt met Schengen of de euro.

c) Centraal-Afrika

De eerste minister verwijst naar conclusies 55 en 56 van het ontwerp van conclusies van het Voorzitterschap van de Europese Raad. De Europese Raad zal die problematiek dus wel degelijk behandelen. Overigens heeft de Europese Unie, dankzij het optreden van België, beslist deel te nemen aan de conferentie over de Grote Meren in Dar Es Salaam. Vanzelfsprekend zullen middelen moeten worden vrijgemaakt.

4. Replieken van de leden

De heer Cemal Cavdarli, volksvertegenwoordiger, verheugt zich over het standpunt van de eerste minister over Turkije en de grenzen van Europa. Hij onderstreept dat hij respect heeft voor de ongerustheid van de heer De Crem over de nauwgezette vervulling van de politieke criteria van Kopenhagen, die ook voor andere kandidaat-landen gelden. Hij betreurt evenwel niets te hebben gehoord over de voordelen op lange termijn van de toetreding van Turkije tot de EU. Die toetreding zal de stabiliteit in Europa vergroten, omdat dan aan de islamwereld zal worden aangetoond dat de Europese Unie nooit heeft overwogen tussen haarzelf en de islam een « Berlijnse muur » op te trekken. De toetreding van Turkije zal bewijzen dat de Europese Unie voorstander is van de integratie van een seculiere moslimstaat en geen christelijk bastion is. In de huidige chaotische wereld is dat een positief signaal.

De heer Francis Van den Eynde, volksvertegenwoordiger, wijst erop dat de eerste verzen van de Ilias waarover hij het had, in hun historische context moeten worden geplaatst. Het is juist dat de Ilias over de oude stad Troje op de westkust van Turkije gaat, maar dat land bestond toen nog niet en werd niet door de Turken in de hedendaagse betekenis van het woord bewoond. Wie ten slotte de christelijke oorsprong van Europa ontkent, negeert de historische werkelijkheid. De Arabische landen beschouwen Turkije als een koloniale mogendheid. De Turkse islam is de woordvoerder niet van de hele islam.

De heer Karel Pinxten, volksvertegenwoordiger, wijst erop dat wanneer men Europa geografisch wenst te bepalen, men er geen karikatuur mag van maken. De zaak is veel complexer : het is immers gemakkelijk de geografische grenzen van Europa in het zuiden en het westen te bepalen, maar voor het oostelijke deel van Europa is die oefening heel wat moeilijker.

De heer Guido Tastenhoye, volksvertegenwoordiger, vraagt de eerste minister welke stemprocedure zal worden gebruikt op de Europese Raad van 16 en 17 december 2004, om zich uit te spreken over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Turkije. minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht heeft op de vergadering van de Commissie voor de Buitenlandse Zaken van de Kamer over Turkije meegedeeld dat die beslissing bij meerderheid zou worden genomen. De eenparigheid zou slechts noodzakelijk zijn op het einde van de toetredingsonderhandelingen, wanneer men zich zal moeten uitspreken voor of tegen de toetreding van Turkije tot de EU. Nu komt de eerste minister zeggen dat de beslissing over het openen van de toetredingsonderhandelingen eenparig zal worden genomen.

De heer Herman Van Rompuy, volksvertegenwoordiger, onderstreept dat uit een aandachtige lezing van het verslag van de Europese Commissie over de vooruitgang van Turkije op de weg naar de toetreding blijkt dat dit land de politieke criteria van Kopenhagen nog steeds niet volledig heeft vervuld. Indien de Europese Raad beslist de toetredingsonderhandelingen met Turkije te openen, gaat het dus om een beslissing van politieke aard.

De heer Van Rompuy wijst er ook op dat Turkije sinds zowat 80 jaar een seculiere staat is, met sinds decennia een democratisch politiek systeem. De buurlanden hebben niet dezelfde weg afgelegd. Er is gezegd dat de uitbreiding van de Europese Unie met een seculiere moslimstaat een voorbeeld kan zijn voor de buurlanden. Het is evenwel duidelijk dat die voorbeeldfunctie tot dusver niet de verhoopte invloed heeft gehad op de buurlanden van Turkije.

Het ontwerp van grondwettelijk verdrag is het institutionele antwoord op de recente uitbreiding van de EU. Het was echter beter geweest de Europese Grondwet aan te nemen vooraleer men tot een dergelijke belangrijke uitbreiding overging. De heer Van Rompuy heeft de indruk dat men het paard achter de wagen heeft gespannen, ook al werd die uitbreiding enigszins gewettigd door politieke motieven. Indien de Europese Grondwet niet door alle lidstaten van de EU geratificeerd wordt, moet men het proces van de uitbreiding van de Unie tot andere kandidaat-landen opschorten, opdat de Unie institutioneel correct kan functioneren. Voor Turkije tot de EU toetreedt, moet ook het beslissingsproces van de EU worden herzien.

Wanneer men het idee oppert van een harde kern van landen die willen samenwerken om in een aantal materies vooruitgang te boeken, zoals dat nu het geval is voor Schengen of de euro, dan belandt men automatisch in een Europa à la carte indien het geheel van de Unie niet versterkt wordt. Indien men nu het idee laat varen om de institutionele hervormingen voort te zetten ondanks de komende uitbreidingen, dreigt men met talrijke problemen te worden geconfronteerd. Ons doel, onderstreept de heer Van Rompuy, is een « Unie van waarden ». Het volstaat bijgevolg niet de vooruitgang of de vorderingen van een kandidaat-land te vermelden. Dat land moet in staat zijn een positieve en heldere balans voor te stellen.

De heer Luc Van den Brande, senator, wijst erop dat de bovengrens van 1,15 % van het Bruto Nationaal Inkomen van de EU, die door België werd voorgesteld in het raam van de financiële vooruitzichten 2007-2013, in vergelijking met het voorstel van de Commissie (1,25 %) van budgettaire orthodoxie getuigt. Het door België voorgestelde percentage is vanzelfsprekend een stijging ten opzichte van de huidige bovengrens voor de verbinteniskredieten. Men dient evenwel rekening te houden met het feit dat die 1,15 % geldt voor een Europese Unie van 25 lidstaten. Dat was niet het geval toen het vorige financiële kader werd vastgelegd. Indien men een proportionele vermindering wenst van alle rubrieken, met uitzondering van sub-rubrieken 1.a) en 1.b), zoals de Belgische regering voorstelt, is het aangewezen de bovengrens van 1,15 % op te trekken tot 1,18 of 1,19 %.

5. Replieken van de eerste minister

De eerste minister wijst erop dat het standpunt van België vergelijkbaar is met dat wat het Europees Parlement in de commissie heeft aangenomen. Op woensdag 15 december 2004 zal het Europees Parlement zich in plenaire zitting uitspreken over het standpunt van de commissie. De heer Verhofstadt deelt het standpunt van de heer Cavdarli, dat het om geostrategische redenen belangrijk is dat er toetredingsonderhandelingen met Turkije worden aangevat. Het gaat om een positief signaal — de scheiding tussen Kerk en Staat in een moderne maatschappij — aan het adres van de moslimgemeenschappen van andere landen. De Turkse eerste minister, de heer Erdogan, van wie sommigen vreesden dat hij de door de internationale gemeenschap reeds jarenlang gewenste hervormingen niet zou doorvoeren, heeft sinds hij twee jaar geleden aan de macht is gekomen meer gerealiseerd dan in de twintig jaar ervoor is gebeurd. De hollende inflatie bijvoorbeeld is gestopt en de inflatie is nu historisch laag.

Wat het Europese karakter van Turkije betreft, wijst de eerste minister op de eerste verzen van de Ilias van Homerus, die zich op de westkust van Turkije afspeelt.

Op de opmerkingen dat het voorbeeld van Turkije niet veel invloed heeft gehad op de buurlanden, wijst de eerste minister erop dat de toetreding van dat land het moslimfundamentalisme dat zich in een aantal Arabische landen ontwikkelt, zal helpen afremmen.

Wat het beroep op meer samenwerking betreft, onderstreept hij dat die vorm van samenwerking tussen bepaalde lidstaten van de EU coherenter en nauwer moet worden. Het gaat om een onomkeerbaar proces en de eerste minister verwijst wat dat betreft naar de analyses die destijds werden gemaakt door de gewezen voorzitter van de Europese Commissie, de heer Jacques Delors.

II. DEBRIEFING BETREFFENDE DE EUROPESE RAAD VAN 16 EN 17 DECEMBER 2004

1. Uiteenzetting door de heer Guy Verhofstadt, eerste minister

a) Uitbreiding van de Europese Unie met Roemenië en Bulgarije

De Europese Raad heeft beslist om einde april 2005 het toetredingsverdrag met deze landen te ondertekenen met de bedoeling om de toetreding mogelijk te maken vanaf januari 2007. Voor Roemenië werden wel een aantal voorwaarden inzake leefmilieu verstrengd.

b) Uitbreiding van de Europese Unie met Kroatië

De onderhandelingen met Kroatië zullen van start gaan op 17 maart 2005. Een tweede beslissing van de Raad is dus niet meer nodig, maar er zal wel op worden toegezien dat de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal gunstig blijft verlopen.

c) Uitbreiding van de Europese Unie met Turkije

De onderhandelingen met Turkije gaan van start op 3 oktober 2005. Dit is gekoppeld aan een aantaal voorwaarden. Zo dienen er tegen die datum nog een zestal aangelegenheden geregeld te worden in de Turkse wetgeving. Dit zal worden opgevolgd door de Europese Commissie, maar het merendeel hiervan is intussen reeds gebeurd.

Verder is een noodremmechanisme voorzien waardoor de Europese Unie kan ingrijpen in de onderhandelingen als de situatie van de mensenrechten en de democratie in Turkije plots zou verslechteren.

Er zal een monitoring worden ingesteld voor deze onderhandelingen die lang zullen duren, getuige het feit dat bepaald werd dat de financiële gevolgen van deze uitbreiding slechts opgevangen kunnen worden door de financiële perspectieven 2014-2020.

Ten slotte is de mogelijkheid voorzien om vrijwaringsclausules op te nemen inzake bepaalde materies, moest dit nodig blijken.

Wat Cyprus betreft, is overeengekomen dat Turkije het Protocol bij de Ankara-overeenkomst uit 1963 zal uitbreiden naar de 10 nieuwe lidstaten van de Europese Unie, voor het begin van de onderhandelingen op 3 oktober 2005. Dit houdt geen erkenning in van Cyprus, maar is wel een eerste fundamentele stap in de toenadering van beide landen. In de loop van de onderhandelingen zal dan een definitieve oplossing moeten worden gevonden voor de kwestie Cyprus op basis van de voorstellen gedaan door de internationale gemeenschap.

d) Financiële perspectieven 2007-2013

Er is een eerste verkennende ronde geweest van gesprekken over de financiële perspectieven voor de periode 2007-2013. De Europese Raad heeft richtlijnen meegegeven aan het Luxemburgs Voorzitterschap om deze onderhandelingen in goede banen te leiden in de hoop vlot tot een vergelijk te komen.

e) Oost-Congo

Tijdens de bilaterale contacten die België had met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties los van de Europese Raad, is bevestigd om de MONUC-vredesmacht snel te verhogen tot 16 000 man. Deze troepenmacht zal voornamelijk bestaan uit zeer goed uitgeruste Indische en Pakistaanse eenheden om eindelijk te kunnen beginnen aan de vredeshandhaving in de regio.

2. Gedachtewisseling

a) Toetreding van Turkije tot de Europese Unie

De heer Francis Van den Eynde, volksvertegenwoordiger, is van oordeel dat de conclusies van de Europese Raad haaks staan op het principe dat Turkije Cyprus eerst zal moeten erkennen vooraleer het kan toetreden tot de Europese Unie. Dit is nog eens bevestigd door de woordvoerder van Commissievoorzitter Barosso die in « De Morgen » bevestigde dat Turkije Cyprus niet hoeft te erkennen. Ook de triomfantelijke ontvangst van de Turkse eerste minister in zijn land spreekt boekdelen.

Men kan dan ook enkel concluderen dat dit geen open onderhandelingen zijn, maar dat nu reeds vaststaat dat Turkije kost wat kost zal moeten delen toetreden tot de Europese Unie.

Dit is erg gevaarlijk voor Europa en dit wordt nog eens bevestigd door voormalig Europees commissaris Van Miert die deze onderhandelingen bestempelt als avonturisme, en niet begrijpt dat Turkije voor het begin van de onderhandelingen Cyprus niet hoeft te erkennen. Meer nog, de toetreding van Turkije is een doodsvonnis voor de verdere ontwikkeling van een politieke Europese Unie.

Ten slotte houdt het argument dat een toetreding van Turkije zal leiden tot een matiging van de islam en de creatie van een Europese islam, geen steek. Europa zal immers nooit kunnen beslissen of bepalen wat een moderne Europese islam is en hoe deze godsdienst zal evolueren.

De actuele beslissing betreffende de toetredingsonderhandelingen van Turkije zal dan ook niet in dank worden afgenomen door de Belgische bevolking.

De heer Herman Van Rompuy, volksvertegenwoordiger, vindt het merkwaardig dat men onderhandelingen start over het lidmaatschap van een club waarbij men op voorhand zegt dat men één lid niet erkent. Dit is onaanvaardbaar, en zou zeker niet worden geaccepteerd indien het zou gaan om Frankrijk of Duitsland in plaats van om Cyprus.

Een tweede vaststelling betreft het feit dat men begint te onderhandelen zonder dat men zeker is dat de Europese grondwet zal worden geratificeerd. Indien dit niet zou lukken, moet men deze onderhandelingen schorsen.

Verder neemt men een groot risico door te beginnen met onderhandelingen terwijl de politieke discussie rond de Europese grondwet nog volop wordt gevoerd. Dit kan bij een eventueel referendum leiden tot een gevaarlijke vermenging, waarbij een complex vraagstuk als de grondwet compleet wordt overschaduwd door een lidmaatschap van Turkije bij de Europese Unie.

Het is duidelijk dat een Turks lidmaatschap zeer veel geld zal kosten. Thans vertegenwoordigt het Turks BBP 30 % van het gemiddelde van de 25 huidige EU-lidstaten. Hoewel dit een land is in volle ontwikkeling, zal er ongetwijfeld zeer diep in de buidel moeten worden getast. Opvallend is trouwens dat de landen die het hevigst voor de toetreding zijn, ook die landen zijn die het hardst strijden voor een vermindering van het EU-budget.

Het is goed dat de democratie in Turkije, het respect voor de mensenrechten en de ontwikkeling van de rechtsstaat van nabij zullen worden gevolgd. Het verslag van de Commissie heeft immers duidelijke tekortkomingen aangeduid op dit vlak, en de vooruitgang van Turkije onvoldoende genoemd.

Het feit dat men spreekt over open onderhandelingen, is van geen tel. Nog nooit zijn onderhandelingen niet geëindigd in een toetreding tot de EU, en dit zal hier ook niet het geval zijn. Men kan alleen maar hopen dat de grondwet voorafgaand aan deze toetreding opnieuw aangepast en vernieuwd zal kunnen worden om de Europese slagkracht te bewaren.

Zelfs indien men vindt dat Turkije een belangrijk land is voor Europa, moet men zich de bedenking maken wat men met sommige andere landen moet doen. Ook Oekraïne is een sterke kandidaat, en de vraag is wat men zal doen mocht dit land beslissen om te willen toetreden tot de Europese Unie. Zal men dit eveneens toelaten ?

Ten slotte dienen niet enkel de mensen in Turkije te worden overtuigd van het nut van de toetreding, ook in Europa zelf is er op dat vlak nog enorm veel te doen. Enkel met een brede steun bij de bevolking heeft dit een kans op slagen.

De heer Antoine Duquesne, lid van het Europees Parlement, is verheugd over het opstarten van onderhandelingen met Turkije. Die onderhandelingen zijn geen gok, maar berusten op een ernstige en nauwkeurige analyse. Het werd tijd dat een dossier dat al 40 jaar aansleept, nu tot een goed einde wordt gebracht. Turkije heeft altijd actief meegewerkt aan het Europees veiligheidsbeleid. Wij leven nu in een door de Verenigde Staten gedomineerde eenpolige wereld. Weldra komt er echter een tweede pool, China of Azië.

Turkije zal een aantal belangrijke voorwaarden moeten vervullen, waarop de Europese Commissie in de loop van het onderhandelingsproces nauwlettend zal toezien. De weg is nog lang, aangezien de toetreding niet zal plaatsvinden voor 2014, op het ogenblik dat een nieuw financieel kader voor de Europese Unie vastgelegd wordt.

Turkije heeft enorme vooruitgang geboekt wat betreft de gelijkheid van mannen en vrouwen, de mensenrechten, en de neutraliteit van de Staat. Het beschikt ook over troeven inzake handel en energie. Er is veel bezorgdheid over de interne migratie. De recente toetreding van tien nieuwe Staten heeft echter aangetoond dat die bezorgdheid ongegrond is.

Als de onderhandelingen niet tot een goed einde gebracht kunnen worden, is het belangrijk een bevoorrechte band met Turkije te behouden.

De heer Duquesne wijst er ook op dat niemand een lijst heeft willen opmaken van de nadelige gevolgen van een weigering om toetredingsonderhandelingen met Turkije te openen, met andere woorden een weigering van de Europese Unie om woord te houden. Wat zouden de politieke gevolgen van een dergelijke weigering geweest zijn, gelet op het feit dat Turkije harde garanties aan de Unie biedt ten opzichte van een aantal gevaren ?

De uitkomst is echter verre van zeker. De onderhandelingen zijn niet zomaar een formaliteit. De kwestie-Cyprus is daar een goed voorbeeld van. Hoewel de ondertekening door Turkije van een protocol bij het Akkoord van Ankara inderdaad geen erkenning van Cyprus inhoudt, is zij niettemin een belangrijke stap in die richting. De Raad zal een duidelijker antwoord moeten bieden voor 3 oktober 2005. Men mag die zaak niet laten aanslepen. De Voorzitter van de Raad heeft laten weten dat een weigering van Turkije om Cyprus te erkennen een reden vormt om de onderhandelingen af te breken.

Mevrouw Fatma Pehlivan, senator, is verheugd over de genomen beslissing inzake Turkije. Dit is een duidelijk signaal dat Turkije hoort tot de Europese Unie. Het is al een tijdje duidelijk dat dit land eveneens de universele normen en waarden heeft erkend. Er is dan ook geen reden om de toetreding te weigeren.

Het is ook duidelijk geworden dat Europa geen christelijk bastion is, maar een echte pluralistische maatschappij is waar plaats is voor democratieën met verschillende achtergrond.

In de marge hiervan is het echter wel opvallend dat sommige politieke partijen geen consequente houding aannemen in het debat. Zo steunt de heer Ivo Belet in het Europees Parlement de toetredingsonderhandelingen, terwijl zijn partij in het nationale parlement een andere mening is toegedaan.

De heer Philippe Mahoux, voorzitter, verwijst naar de resolutie aangaande Turkije die de Senaat recentelijk heeft aangenomen en waarin alle voorwaarden staan die volgens hem moeten worden ingevuld vooraleer Turkije kan toetreden.

b) Andere opmerkingen betreffende de uitbreiding van de Europese Unie

Voor de heer Antoine Duquesne, lid van het Europees Parlement, moet men even veeleisend zijn voor Roemenië en Bulgarije als voor Turkije. Roemenië heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt na vijftig jaar « middeleeuws » bewind. De corruptie blijft echter een probleem. De heer Duquesne verheugt zich ook over de positieve evolutie in Oekraïne wat betreft de bevordering van democratische waarden.

De uitbreiding van de Europese Unie leidt niet tot een verzwakking, maar integendeel tot een versterking van de Unie. De tien nieuwe lidstaten spannen zich tot het uiterste in om de Europese ideeën en waarden te bevorderen. Hongarije heeft zopas het ontwerp van grondwettelijk verdrag unaniem goedgekeurd.

De tien nieuwe Europese lidstaten zijn de grootste voorstanders van Europese integratie, terwijl sommige landen die zich tot de Europese kern rekenen heel wat terughoudender zijn.

c) Ontwerp van Europese Grondwet

De heer Antoine Duquesne, lid van het Europees Parlement, stelt vast dat het ontwerp van grondwettelijk verdrag de grondrechten van de Europese burgers versterkt en het begin inluidt van een politiek Europa. Niemand heeft totnogtoe kunnen aantonen dat dit ontwerp van grondwettelijk verdrag een achteruitgang betekent ten opzichte van de huidige verdragen. De Europese Unie heeft dan ook alle redenen om optimistisch te zijn als het zichzelf de middelen toekent om zijn ambities waar te maken.

d) Betrekkingen met China

De heer Lionel Vandenberghe, senator, informeert naar conclusie 57 van de Europese Raad en het behoud van het wapenembargo tegen China. De Europese Raad stelt hierin dat er verder moet worden gewerkt aan het opheffen van dit embargo, maar stelt ook dat dit niet mag leiden tot de toename van de uitvoer. Wat wordt hiermee bedoeld ?

Het is duidelijk dat het met de mensenrechten in China nog niet in orde is, denkt men maar aan de situatie in Tibet, de positie van de politieke dissidenten in China, enz. Men mag dan ook niet komen tot een beleid waarbij alles moet wijken voor een vrije toegang tot de Chinese markt.

e) Financiële vooruitzichten 2007-2013

Mevrouw Marie Nagy, volksvertegenwoordiger, merkt op dat het financieel kader dat de Europese Commissie voorstelt 1,24 % van het Bruto Nationaal Inkomen van de Unie bedraagt, terwijl België, na overleg tussen de federale Staat en de deelstaten, 1,15 % voorstelt. De besprekingen betreffende het veralgemeende correctiemechanisme gaan door. Zij wenst te vernemen welke grote beleidslijnen zich aftekenen in de besprekingen betreffende de financiële toekomstperspectieven van de EU voor de periode 2007-2013.

f) Oost-Congo

De heer Philippe Mahoux, voorzitter, is blij met de beslissing die in de rand van de Europese Raad is genomen inzake de levensnoodzakelijke uitbreiding van de MONUC-vredesmacht. Alleen zo heeft het vredesproces een kans op slagen.

g) Relaties met Latijns-Amerika

De heer Philippe Mahoux, voorzitter, is verheugd over de conclusies van de Europese Raad aangaande Centraal- en Zuid-Amerika. Dit bewijst dat Europa op het internationaal toneel een rol van betekenis heeft, en niet langer genegeerd kan worden.

3. Antwoord van de eerste minister

a) Toetreding van Turkije tot de Europese Unie

De heer Guy Verhofstadt, eerste minister, benadrukt dat er geen sprake kan zijn van een toetreding tot de EU indien Turkije niet voorafgaandelijk Cyprus erkent.

Alle mensenrechtenverenigingen steunen volop de toetreding van Turkije tot de EU, wat de democratie en de naleving van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden alleen maar kan versterken. Wat betreft het « opslorpingsvermogen » van de Unie, dat is een oud concept dat men reeds hanteerde toen men moest beslissen over het opstarten van toetredingsonderhandelingen met Spanje, Griekenland of Portugal.

Met de toetredingsonderhandelingen streeft de Unie geen geostrategisch doel na, maar in de eerste plaats een politiek doel : de Turkse samenleving verankeren in de moderne wereld. Europa beschermen tegen andere culturen of religies beantwoordt niet aan de idealen waarmee Europa in 1957 gesticht is.

b) Financiële vooruitzichten 2007-2013

Voor het volgende financiële kader stelt de commissie 1,24 % van het Nationaal Inkomen van de Unie voor, wat meer is dan de huidige 1,12 %.

De Europese Raad heeft erop gewezen dat het huidige plafond wat betreft de eigen middelen overschreden kan worden. Men zal het voorstel om een veralgemeend correctiemechanisme in te stellen, verder onderzoeken, wat een manier is om te zeggen dat er hierover geen eensgezindheid is. België is geen voorstander van dat voorstel. Over het financieel kader voor de periode 2007-2013 is slechts een korte bespreking gehouden ter gelegenheid van de goedkeuring van de besluiten door de Europese Raad.

c) Toestand in Congo

Wat betreft de ontmoeting met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, herinnert de heer Verhofstadt eraan dat men het aantal soldaten van de MONUC zal verhogen. Twee brigades, een Indische en een Pakistaanse, zullen de bestaande troepenmacht versterken. Zij zullen beschikken over zwaar materieel zoals gevechtshelikopters en tanks. Het doel is om de orde en de stabiliteit in Oost-Congo te herstellen en om het overgangsproces te doen slagen.

d) Het ontwerp van Europese Grondwet en de uitbreiding

Het Verdrag van Nice is, ondanks zijn gebreken, uitdrukkelijk voorbestemd om het hoofd te bieden aan de uitbreiding van de Unie. Het voert bijvoorbeeld een nieuwe weging van de stemmen binnen de Raad in. Het ontwerp van grondwettelijk verdrag voegt een aantal bijkomende maatregelen toe inzake democratie en transparantie.

Wat betreft het risico op een vermenging van het debat over het grondwettelijk verdrag met dat over Turkije, merkt de eerste minister op dat Europa voortdurend aan het evolueren is, en dat er dus altijd belangrijke dossiers aan de gang zullen zijn. Er zal dus altijd een risico bestaan dat het debat over Turkije vermengd wordt met dat over andere moeilijke en gevoelige dossiers. Er zal een duidelijk onderscheid gemaakt moeten worden tussen het debat over de grondwet en dat over Turkije om het debat over de grondwet niet te vergiftigen met andere dossiers die niets te maken hebben met de toekomstige Europese Grondwet. De eerste minister wijst er ook op dat hij nooit ook maar enige kritiek tegen het grondwettelijk verdrag in het Parlement gehoord heeft. Als alle betrokken politici het spel eerlijk spelen, is er geen reden om te vrezen dat de kwestie-Turkije de goedkeuring van het grondwettelijk verdrag door België in het gedrang brengt. Hij herinnert er ook aan dat de toetredingsonderhandelingen met Turkije slechts afgerond kunnen worden na het vastleggen van het financieel kader voor de periode die in 2014 begint.

Als men kijkt naar vorige uitbreidingen van de Unie, zijn Griekenland, Spanje en Portugal landen die een dictatoriaal bewind gekend hebben. Hun aansluiting bij de Unie heeft de democratische waarden in die landen stevig verankerd. Hetzelfde geldt voor de Baltische Staten en de landen van Centraal- en Oost-Europa die decennialang onder het communisme gebukt zijn gegaan. Als de Unie zich klaarmaakt om toetredingsonderhandelingen op te starten met Kroatië, en als andere Balkanstaten, die geleden hebben onder zware gevechten onder andere door op de spits gedreven religieuze tegenstellingen, ook geroepen zijn om tot de Unie toe te treden, zoals de Europese Commissie onderstreept heeft, dan is dat om te vermijden dat die regio opnieuw het kruitvat wordt dat het vroeger geweest is.

e) Betrekkingen met China

Wat China betreft, merkt de eerste minister op dat een amendement op initiatief van België werd ingediend op paragraaf 57 van de besluiten van de Europese Raad, waarin men de nadruk legt op de noodzaak voor China om nieuwe vooruitgang te boeken op het vlak van de politie en burgerlijke rechten.

4. Replieken van de leden

De heer Herman Van Rompuy, volksvertegenwoordiger, benadrukt dat de Europese Grondwet er is gekomen omdat de onderhandelingen in Nice, bedoeld om de Europese Unie klaar te maken voor de uitbreiding, zwaar waren mislukt. Men mag dus geen overdreven belang hechten aan Nice. Verder moet men niet naïef zijn en denken dat de toetreding van Turkije en de ratificatie van de Europese Grondwet niet zullen worden vermengd. De beste illustratie hiervoor is het feit dat Frankrijk een referendum over beide zal organiseren met 10 jaar interval.

Een uitbreiding met Turkije is op geen enkele manier te vergelijken met vorige uitbreidingsgolven. Turkije is Europa niet, en zal dit nooit zijn. Zeggen dat christelijk Europa tegen deze uitbreiding is, is de waarheid geweld aandoen. Hetzelfde kan immers gezegd worden van andere families en politieke groepen in andere landen. Feit is echter wel dat de universele waarden die gelden in Europa, en die ook in de christelijke leer fundamenteel zijn, zullen verwateren door de toetreding van een groot islamitisch land als Turkije.

Wat de financiële perspectieven betreft, moet men zich realiseren dat de huidige uitbreiding al amper te financieren is. Een financieringsvoet van 1 % is dan ook veel te weinig om de EU in de toekomst te laten functioneren.

De heer Koenraad Dillen, lid van het Europees Parlement, vindt dat, als men toch van oordeel is dat Europa dichter bij de burger moet worden gebracht, dit wil zeggen dat er twee referenda moeten worden georganiseerd : één over de Europese Grondwet, en één over Turkije. Pas dan kan men zeggen dat men de wil van de bevolking wenst te respecteren.

De voorzitters-rapporteurs,

Herman DE CROO. (K)
Philippe MAHOUX. (S)


BIJLAGE I


Projet de note au Conseil des Ministres

Ouverture des négociations d'adhésion avec la Turquie

Sur base du rapport régulier et de la recommandation de la Commission concernant les progrès réalisés par la Turquie sur la voie de l'adhésion, le Conseil européen du 17 décembre 2004 sera amené à décider :

— si la Turquie satisfait suffisamment aux critères politiques de Copenhague,

— de l'ouverture des négociations d'adhésion,

— de la date à laquelle les négociations débuteront.

La présente note a pour objet de définir la position que la délégation belge défendra sur ces divers points.

1. Le Conseil européen d'Helsinki de décembre 1999 avait octroyé à la Turquie le statut de pays candidat en précisant sa vocation à rejoindre l'Union sur la base des mêmes critères que ceux qui s'appliquent aux autres pays candidats.

Ces critères sont ceux définis au Conseil européen de Copenhague de juin 1993, à savoir :

— des institutions stables garantissant la démocratie, la primauté du droit, les droits de l'homme, le respect des minorités et leur protection;

— l'existence d'une économie de marché viable ainsi que la capacité de faire face à la pression concurrentielle et aux forces du marché à l'intérieur de l'Union;

— la capacité du pays candidat à en assumer les obligations, et notamment à souscrire aux objectifs de l'union politique, économique et monétaire.

Il y a été en outre précisé que la capacité de l'Union à assimiler de nouveaux membres tout en maintenant l'élan de l'intégration européenne constituait également un élément important répondant à l'intérêt général, aussi bien de l'Union que des pays candidats.

Lors du Conseil européen qui s'est tenu à Copenhague en décembre 2002, les Chefs d'État et de Gouvernement se sont donnés rendez-vous en décembre 2004 afin de décider, sur la base d'un rapport et d'une recommandation de la Commission, d'ouvrir sans délai des négociations d'adhésion avec la Turquie pour autant qu'elle satisfasse aux critères politiques de Copenhague.

Le Conseil européen de Bruxelles, qui s'est réuni en juin 2004, a réaffirmé cet engagement.

2. Le 6 octobre dernier, la Commission a remis un rapport régulier et une recommandation concernant les progrès réalisés par la Turquie sur la voie de l'adhésion dans lesquels elle indique dans quelle mesure la Turquie respecte les critères de Copenhague. Ces documents doivent permettre au Conseil européen de se prononcer sur l'ouverture éventuelle de négociations d'adhésion avec ce pays.

2.1. La Commission estime que:

— la Turquie a accompli des progrès substantiels dans le cadre de son processus de réformes politiques. La Commission précise néanmoins que des chantiers sont encore en cours, et met l'accent sur la loi sur les associations, le nouveau code pénal et la loi sur les cours d'appel intermédiaires qui ne sont pas encore entrès en vigueur; le code de procédure pénale, la législation portant création de la police judiciaire et la loi sur l'exécution des peines et des mesures qui sont toujours en attente d'adoption.

— la législation et le processus de mise en ?uvre doivent être davantage consolidés et étendus (notamment en ce qui concerne la politique de tolérance zéro dans la lutte contre la torture et les mauvais traitements ainsi que pour l'application des dispositions concernant la liberté d'expression, la liberté religieuse et les droits des femmes, les normes de l'OIT et les droits des minorités).

Compte tenu des avancées globales déjà réalisées en matière de réformes et sous réserve de la mise en vigueur par la Turquie de la législation en suspens mentionnée au premier tiret, la Commission considère que la Turquie satisfait suffisamment aux critères politiques et recommande l'ouverture de négociations d'adhésion.

2.2. La Commission propose un encadrement très étroit des négociations à l'aide d'une stratégie reposant sur trois piliers :

2.2.1. Soutien et vérification du processus de réforme :

— Sur la base de la révision au printemps 2005 du partenariat pour l'adhésion qui fixerait des priorités précises dont la mise en oeuvre serait évaluée à la fin de chaque année.

— La Commission mettra en ?uvre son arsenal financier et technique d'aide à la pré-adhésion.

— Elle appelle à des initiatives particulières pour développer le sud-est de la Turquie.

—La Commission pourrait par ailleurs recommander la suspension des négociations en cas de violation grave et persistante des principes de liberté, de démocratie, du respect des droits de l'homme et des libertés fondamentales et de l'État de droit, sur lesquels l'Union est fondée. La Commission suggère que, le cas échéant, le Conseil statue à la majorité qualifiée sur une telle recommandation.

2.2.2. Déroulement des négociations :

— Une fois prise la décision d'ouvrir les négociations, la Commission se lancerait dans une évaluation détaillée de l'acquis — le screening — pour constituer la base des discussions.

— Les négociations auraient lieu dans le cadre d'une CIG dans laquelle les décisions se prendraient à l'unanimité (la non reconnaissance de Chypre par la Turquie risquerait de bloquer le processus).

— Pour chaque chapitre, des critères de référence (benchmarks) tels que l'alignement sur ou une transposition satisfaisante de l'acquis seraient fixés pour la clôture provisoire des négociations, et même pour l'ouverture des négociations s'agissant de certains chapitres.

— De longues périodes de transition pourraient être nécessaires.

— Dans certains secteurs, tels que les politiques structurelles ou l'agriculture, des accords spécifiques pourraient être conclus et, pour la libre circulation des travailleurs, des mesures de sauvegarde permanentes pourraient être envisagées (la Commission pense ici à la possibilité permanente d'interrompre la libre circulation des travailleurs en provenance de Turquie).

— L'UE devra définir ses perspectives financières pour la période post-2014 avant que les négociations ne soient conclues.

2.2.3. Dialogue avec la société civile : la Commission est plus concise sur ce point, des propositions concrètes étant attendues à un stade ultérieur. Elle évoque des forums d'échange sur la religion, la culture, la migration, les minorités...

2.3. La Commission souligne par ailleurs explicitement ce qui, lors des précédents élargissements, était implicite. A savoir, que tout en posant clairement que l'objet des négociations est bien l'adhésion, les négociations sont un processus open-ended dont l'issue ne peut être garantie à l'avance.

2.4. Parallèlement à l'élaboration du rapport et de la recommandation, la Commission a procédé à une évaluation préliminaire des effets d'une adhésion éventuelle de la Turquie sur l'Union et ses politiques. Le document qu'elle a présenté, a pour objet de donner une vue d'ensemble des questions découlant de la perspective d'adhésion de la Turquie, qui nécessiteront une réflexion et une analyse plus approfondies au cours des années à venir : incidence budgétaire; incidence institutionnelle; impact sur l'environnement régional de la Turquie en cas d'adhésion et sur les relations entre l'Union européenne et ses nouveaux voisins; caractère exemplatif de l'adhésion de la Turquie en tant que pays à population majoritairement musulmane; incidences sur économie de l'Union, sur les disparités économiques entre les régions de l'Union, sur le marché intérieur, sur l'immigration, sur la politique agricole, sur l'approvisionnement énergétique de l'UE; gestion des nouvelles frontières extérieures, ...

En outre la Commission assurera le suivi, pendant les négociations, de la capacité de l'Union à assimiler de nouveaux membres et à approfondir l'intégration en tenant pleinement compte des objectifs du Traité en ce qui concerne les politiques communes et la solidarité.

3. Au vu du rapport et de la recommandation de la Commission au Conseil, il est proposé que la Belgique réaffirme ce qu'elle a défendu lors des précédents Conseils européens, à savoir une ouverture des négociations d'adhésion sans délais avec la Turquie pour autant qu'elle satisfasse aux critères politiques de Copenhague.

Lors du Conseil européen du 17 décembre, elle soutiendra que l'ouverture des négociations doit intervenir dans le courant de l'année.2005, pour autant que la Turquie adopte ou mette en ?uvre les législations spécifiques identifiées au para 2.1, 1er tiret, qui font encore défaut.

On ne pourra enfin négliger l'impact de la non-reconnaissance de Chypre par la Turquie. Même si la Commission n'indique pas que cette reconnaissance soit une condition préalable à l'ouverture des négociations, le Conseil européen ne pourra probablement pas faire l'économie d'un débat sur le sujet.

Le scénario qui pourrait satisfaire nos attentes serait ainsi le suivant :

— Sur base de la recommandation de la Commission, le Conseil européen estime que la Turquie satisfait suffisamment aux critères politiques de Copenhague pour entamer les négociations d'adhésion.

— Le 17 décembre, le Conseil européen fixe la date pour l'ouverture des négociations.

— Cette date d'ouverture formelle des négociations, qui se situera en 2005, laissera le temps à la Turquie de mettre en ?uvre les six actes législatifs susmentionnés au para 2.1. 1er tiret

4. Le Conseil des ministres est invité à marquer son accord sur les lignes directrices définies dans la présente note en ce qui concerne l'ouverture et les modalités d'une négociation d'adhésion avec la Turquie.


BIJLAGE II


FINANCIËLE PERSPECTIEVEN

BELGISCHE POSITIE

Algemene principes

België vat het debat van de financiële perspectieven aan met de bekommernis de uitgebreide Europese Unie te voorzien van afdoende middelen om haar rol te vervullen. De besprekingen over de financiële perspectieven hebben niet tot doel het in vraag stellen van de gekozen beleidslijnen, maar wel het vastleggen van de middelen waarbij de toekenning ervan mèerbepaald rekening houdt met hun toegevoegde waarde. Het debat dient tegelijkertijd betrekking te hebben op de inkomsten en de uitgaven. Dat veronderstelt een evenwichtige aanpak tussen alle begrotingsrubrieken die toelaat te komen tot het vastleggen van een realistische en ambitieus uitgavenplafond en een billijke verdeling van de begrotingsinspanningen over alle Lidstaten.

Algemeen Uitgavenplafond en prioriteiten

België is van oordeel dat de jaarlijkse EU-begroting in de periode 2007-2013 gemiddeld dient geplafonneerd te worden rond 1,15 % van het Bruto Nationaal Inkomen van de Unie en dit voor wat betreft de vastleggingskredieten.

Dit percentage getuigt van begrotingsdiscipline vermits het overeenkomt met het niveau van 2006, het laatste jaar van de huidige periode. Zulke discipline is verenigbaar met het voeren van een ambitieus Europees beleid op tal van domeinen.

België aanvaardt de nieuwe voorstelling van de rubrieken, door de Commissie, die een verbetering zal toelaten van de leesbaarheid van de Europese begroting.

Voor België zijn de uitgavencategorieën « concurrentiekracht voor groei en tewerkstelling » (rubriek 1a) en « Cohesie voor groei en tewerkstelling » (rubriek 1b) van bijzonder belang.

Flexibiliteit

De flexibiliteit kan niet los worden gezien van de hoogte van het globaal uitgavenplafond en van het aantal (sub)rubrieken en van de toegepaste budgettaire discipline. De reductie van het aantal rubrieken dient gepaard te gaan met regels die de nodige marge creëren binnen de rubrieken.

De evaluatie van het systeem zoals het tot op heden heeft gewerkt is positief. Voor het financiële kader dat de Commissie voorstelt, is er volgens België geen dwingende noodzaak tot invoering van nieuwe flexibiliteitinstrumenten. De door de Commissie voorgestelde herverdelingsflexibiliteit ter vervanging van het huidig flexibiliteitsinstrament en het groei-aanpassingsfonds worden dan ook met de nodige voorzichtigheid bejegend. Het solidariteitsfonds dient te blijven bestaan, maar de vraag stelt zich of dit in het budget dient te worden opgenomen.

Een definitief antwoord op de vraag inzake flexibiliteit lijkt pas op het einde van de besprekingen mogelijk.

Veralgemeend correctiemechanisme

Het verder in stand houden van de in 1984 besliste'Britse rebate'is niet langer aanvaardbaar. Het uitgebreide lidmaatschap, de gestegen welvaart in het VK en de gewijzigde beleidsprioriteiten in de EU laten dit niet langer toe.

Het Commissievoorstel ter invoering van een veralgemeend correctiemechanisme voor de netto-bijdragers vanaf het overstijgen van 0,35 % van hun BNI en voorziend in een maximum terugbetaling van 66 % en in een jaarlijkse plafonnering van het totaal van de toegekende correcties op 7,5 milliard euro, kan worden aanvaard. Alle lidstaten dienen zonder onderscheid deel te nemen in de financiering van alle correctiebetalingen in het kader van dit mechanisme.

Eigen inkomsten

België is voorstander van het behoud van het algemene plafond voor eigen middelen van 1,24 % van het BNI.

België ziet het veralgemeend correctiemechanisme zoals voorgesteld door de Commissie slechts als tijdelijke oplossing in afwachting van de introductie op middellange termijn van nieuwe echte autonome financieringsbronnen.

België steunt het Commissievoorstel om een besluit te nemen voor 2012 inzake fiscale eigen middelen met het oog op introductie vanaf 2014. Dit kan de band met de burger en de onderneming versterken en de schadelijke logica van « juste retour » afzwakken.

België steunt het principe dat de invoering van nieuwe eigen middelen budgettair neutraal dient te zijn.

Timing

België is van oordeel dat het essentieel vast te houden aan de kalender voorzien in het Strategisch meerjarenplan en meerbepaald een politiek akkoord te bekomen in juni 2005. Elke vertraging ten opzichte van deze kalender zou immers het risico inhouden een situatie van juridische onzekerheid te scheppen, de harmonieuze programmering en uitvoering van gemeenschapsbeleid (in het bijzonder voor de structuurfondsen) in gevaar te brengen en nogmaals, vermits het gaat om een beslissing van groot politiek belang die de nodige media-aandacht krijgt, schade toe te brengen aan de geloofwaardigheid van de Unie. Deze situatie zou bijzonder schadelijk zijn voor de nieuwe Lidstaten.

Strategie

België heeft er belang bij zich actief in het debat over de financiële perspectieven op te stellen. Het kan hierbij een rol van bruggenbouwer vervullen tussen enerzijds deze landen die zich enkel laten inspireren door een budgettair restrictieve aanpak en anderzijds die landen die hiervoor net te weinig aandacht hebben.

België zal er bij de Commissie op aandringen dat zij duidelijk en met de nodige sturing en verantwoording de richting wijst voor een globaal toekomstgericht compromis waarin alle lidstaten zich kunnen terugvinden en de globale evenwichten tot hun recht komen.

Bilaterale contacten zullen verder worden geïntensiveerd teneinde verdere punten van overeenkomst te vinden met gelijkgezinde lidstaten.

Bijlagen :

— Overzichtstabel Europese Commissie

— Simulatie Planbureau

CADRE FINANCIER 2007-2013

En millions d'euros à prix 2004

Crédits d'engagement 2006 (a) 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013
1. Croissance durable 46 621 58 735 61 875 64 895 67 350 69 795 72 865 75 950
1a. Compétitivité pour la croissance et l'emploi 8 791 12 105 14 390 16 680 16 965 21 250 23 540 25 625
1b. Cohésion pour la croissance et l'emploi (b) 37 830 46 630 47 465 48 215 46 385 48 545 49 325 50 125
2. Conservation et gestion des ressources naturelles 56 015 57 180 57 900 58 115 57 980 57 850 57 825 57 805
dont Agriculture, liberté, sécurité et justice 43 735 43 500 43 673 43 354 43 034 42 714 42 506 42 293
3. Citoyenneté, liberté, sécurité et justice 2 342 2 570 2 935 3 235 3 530 3 835 4 145 4 455
4. L'UE en tant que partenaire mondial (c) 11 232 11 280 12 115 12 885 13 720 14 495 15 115 15 740
5. Administration (d) 3 436 3 675 3 615 3 950 4 090 4 225 4 365 4 500
Compensations (e) 1 041 120 60 60
Total crédits d'engagement 120 088 133 560 138 700 143 140 146 870 150 200 154 315 158 450
Total crédits de paiements (b) (c) 114 740 124 600 136 500 127 700 126 000 132 400 138 400 143 100 Moyenne
Crédits de paiements an pourcentage du RNB 1,09 % 1,15 % 1,23 % 1,12 % 1,08 % 1,11 % 1,14 % 1,15 % 1,14 %
Marge disponible 0,15 % 0,09 % 0,01 % 0,12 % 0,16 % 0,13 % 0,10 % 0,09 % 0,10 %
Plafond ressources propres en pourcentage du RNB 1,24 % 1,24 % 1,24 % 1,24 % 1,24 % 1,24 % 1,24 % 1,24 % 1,24 %

(a) Les dépenses 2008 dans le cadre des perspectives financières actuelles ont été ventilées selon la nouvelle nomenclature proposée à des fins de référence et pour les comparaison. Les dépenses des rubriques 3 et 4 comprennent les montants correspondants à l'instrument de solidarité (961 millions d'euros à prix 2004) et au FED (estimés à 3 milliards d'euros), respectivement.

(b) Incluant les dépenses pour l'instrument de Solidarité (1 milliard d'euros en 20O4 à prix courants) à partir de 2008. Cependant, les paiements correspondants sont uniquement calculées à partir de 2007.

(c) L'intégration du FED dans la budget de l'UE devrait prendra effet en 2008. Les engagements pour 2006 et 2007 sont inclus à des fins de comparaison uniquement. Les paiements pour engagements avant 2008 ne sont pas prix en compte dans les montants des paiements.

(d) Incluant les dépenses administratives des institutions autres que la Commission. les retraites et les écoles européennes. Les dépenses administratives de la Commission sont Intégrées dans les quatre premières rubriques de dépenses.

(e) Montants prévus dans la position commune de l'Union européenne en vue de la Conference d'adhésion avec la Bulgarie.

Baseline: communication de la CE du 10 février 2004

Pour cent du RNB

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Moy.
1. Sustainable growth 0,45 0,55 0,57 0,58 0,59 0,59 0,61 0,82 0,59
1a. Competitiveness for growth and employment 0,08 0,11 0,13 0,15 0,16 0,18 0,19 0,21 0,16
1b. Cohesion for growth and employment 0,37 0,44 0,44 0,43 0,42 0,42 0,41 0,41 0,42
2. Preservation and management of natural resources 0,53 0,53 0,52 0,51 0,50 0,49 0,48 0,46 0,50
2a. Agriculture : market related expenditure and direct payments 0,42 0,40 0,38 0,38 0,37 0,36 0,35 0,34 0,37
2b. Other 0,12 0,13 0,13 0,13 0,13 0,13 0,13 0,12 0,13
3. Citizenship freedom security and justice 0,01 0,02 0,02 0,02 0,02 0,02 0,03 0,03 0,02
4. The EU as global partner 0,11 0,11 0,11 0,11 0,12 0,12 0,12 0,13 0,12
5. Administration 0,03 0,03 0,03 0,03 0,04 0,04 0,04 0,04 0,04
Total engagements (y compris compensations en 2006) 1,15 1,23 1,25 1,26 1,26 1,26 1,27 1,27 1,26
Payments (plafonds) 1,09 1,15 1,23 1,12 1,08 1,11 1,14 1,15 1,14

Millions d'euros de 2004

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Moy. Total
1. Sustainable growth 47 562 59 675 62 795 65 800 68 235 70 660 73 715 76 785 68 238 47 7665
1a. Competitiveness for growth and employment 8 791 12 105 14 390 16 680 18 965 21 250 23 540 25 825 18 855 132 755
1b. Cohesion for growth and employment 38 791 47 570 45 405 49 120 49 270 49 410 50 175 50 860 49 273 344 910
2. Preservation and management of natural resources 56 015 57 180 57 900 58 115 57 960 57 850 57 825 57 805 57 806 404 655
2a. Agriculture : market related expenditure and direct payments 43 735 43 500 43 673 43 354 43 034 42 714 42 508 42 293 43 011 301 742
2b. Other 12 280 13 560 14 227 14 761 14 946 15 136 15 319 15 512 14 797 103 581
3. Citizenship freedom security and justice 1 381 1 630 2 015 2 330 2 645 2 970 3 295 3 620 2 644 18 505
4. The EU as global partner 11 232 11 400 12 175 12 948 13 720 14 495 15 115 15 740 13 656 95 590
5. Administration 3 438 3 675 3 815 3 950 4 090 4 228 4 358 4 500 4 069 28 620
Total engagements (y compris compensations en 2006) 120 687 133 560 138 700 143 140 146 670 150 200 154 315 168 450 146 434 1 025 035
Payments (plafonds) 114 740 124 600 136 500 127 700 126 000 132 400 138 400 143 100 132 671 928 700

Taux de croissanca réel en pour cent

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Moy.
1. Sustainable growth 25,4 5,2 4,8 3,7 3,6 4,3 4,2 7,1
1a. Competitiveness for growth and employment 37,7 18,9 15,9 13,7 12,0 10,8 9,7 16,6
1b. Cohesion for growth and employment 22,8 1,8 1,5 0,3 0,3 1,5 1,6 4,0
2. Preservation and management of natural resources 2,1 1,3 0,4 -0,2 -0,2 0,0 0,0 0,6
2a. Agriculture : market related expenditure and direct payments -0,5 0,4 -0,7 -0,7 -0,7 -0,5 -0,5 -0,5
2b. Other 11,4 4,0 3,8 1,3 1,3 1,2 1,3 3,4
3. Citizenship freedom security and justice 18,0 23,6 15,8 13,6 12,3 10,9 9,9 14,8
4. The EU as global partner 1,5 6,8 6,3 8,0 6,8 4,3 4,1 4,9
5. Administration 7,0 3,8 3,8 3,6 3,3 3,3 3,1 3,9
Total engagements (y compris compensations en 2006) 10,7 3,8 3,2 2,6 2,4 2,7 2,7 4,0
Payments (plafonds) 8,6 8,6 -6,4 -1,3 5,1 4,8 3,4 3,2

Pour cent du total

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Moy.
1. Sustainable growth 30,4 44,7 45,3 46,0 46,5 47,0 47,8 48,5 46,5
1a. Competitiveness for growth and employment 7,3 9,1 10,4 11,7 12,9 14,1 15,3 16,3 12,8
1b. Cohesion for growth and employment 32,1 35,6 34,9 34,3 33,6 32,9 32,5 32,2 33,7
2. Preservation and management of natural resources 46,4 42,8 41,7 40,8 39,5 38,5 37,5 36,5 39,6
2a. Agriculture : market related expenditure and direct payments 36,2 32,6 31,5 30,3 29,3 28,4 27,5 26,7 28,5
2b. Other 10,2 10,2 10,3 10,3 10,2 10,1 9,9 9,8 10,1
3. Citizenship freedom security and justice 1,1 1,2 1,5 1,8 1,8 2,0 2,1 2,3 1,0
4. The EU as global partner 9,3 8,5 8,8 9,0 9,4 9,7 9,8 9,9 9,3
5. Administration 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8 2,8
Total engagements (y compris compensations en 2006) 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0
Financement par la Belgique (ressources TVA et PNB) 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 Moy. Total
Millions d'euros de 2004 3 000 3 265 3 618 3 352 3 298 3 484 3 658 3 783 3 495 24 458
Pour cent du RNB de la Belgique 1,04 1,04 1,20 1,09 1,05 1,08 1,11 1,13 1,11