3-1480/1

3-1480/1

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

9 DECEMBER 2005


Voorstel van resolutie betreffende de betere ondersteuning van palliatieve zorg

(Ingediend door mevrouw Mia De Schamphelaere)


TOELICHTING


Op 14 juni 2002 werd de wet betreffende de palliatieve zorg aangenomen (Belgisch Staatsblad 26 oktober 2002). Die wet legt het recht van elke patiŽnt vast op een voor iedereen even toegankelijke palliatieve zorg bij de begeleiding van het levenseinde en het recht op informatie over zijn gezondheidstoestand en over de mogelijkheden van het ontvangen van palliatieve zorg.

Daarnaast bevat zij ook een reeks maatregelen die de verbetering van het aanbod van palliatieve zorg voor ogen hebben. Zo werd de Koning opgedragen een Evaluatiecel op te richten binnen het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, die geregeld de noden inzake palliatieve zorg en de kwaliteit van de gevonden oplossingen dient te evalueren en om de twee jaar een evaluatieverslag aan de Wetgevende Kamers moet voorleggen.

De Evaluatiecel, waarin vertegenwoordigers zetelen van de drie federaties voor palliatieve zorg in BelgiŽ en van de verschillende ziekenfondsen evenals externe experts, is nu reeds twee jaar aan het werk en heeft in die periode onder meer een inventarisatie gemaakt van de lacunes en knelpunten. Op basis daarvan heeft de Evaluatiecel een lijst van prioriteiten voor de sector opgesteld.

Uit het evaluatierapport palliatieve zorg blijkt dat er een financieringstekort is voor die sector en dat daarom niet alle nodige maatregelen genomen kunnen worden. Zo kan de huidige financiering van bepaalde teams (de palliatieve samenwerkingsverbanden, de federaties, de mobiele supportteams in ziekenhuizen) zelfs vaak de loonkost van de vereiste hulpverleners niet dekken. De Evaluatiecel vraagt dus de regularisering van de financiering. Daarnaast vormt de therapeutische hardnekkigheid ťťn van de grootste hinderpalen voor kwalitatieve en vooral tijdige palliatieve zorg in ons land. Het jaarlijks budget voor palliatieve zorg in BelgiŽ vertegenwoordigt slechts een fractie van de gigantische kosten voor de maatschappij welke het geven van maximale curatieve zorg aan terminale patiŽnten — zonder (voldoende) ethische (team)reflectie over de vraag ę is dit de juiste medische aanpak ? Ľ — met zich meebrengt. Het overstappen van ę cure Ľ naar ę care Ľ en van een ę resultatenethiek Ľ naar een ę attitude-ethiek Ľ dient zich aan als de oplossing voor de thans heersende enorme tekorten in de ziekteverzekering. Bovendien is er, zoals bij alle vormen van de gezondheidszorg, nood aan onderbouwing van palliatieve zorg met objectief wetenschappelijk onderzoek. Op dit punt is BelgiŽ ook geen koploper. Behoefteonderzoek, levenskwaliteit, deugdelijkheid van de geboden zorg, tevredenheid en evaluatie van organisaties van palliatieve zorg : zijn de onderwerpen die wetenschappelijk onderbelicht zijn. Investeren in onderzoek en opleiding/vorming is een diepte-investering en levert zijn vruchten af, zowel financieel als kwalitatief.

Op basis van die analyse heeft de Evaluatiecel een reeks prioritair te nemen maatregelen voorgesteld om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar palliatieve zorg en om de kwaliteit en de toegankelijkheid ervan te blijven waarborgen.

Mia DE SCHAMPHELAERE.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Overwegende dat het Evaluatierapport Palliatieve Zorg (mei 2005) drie knelpunten vaststelt, namelijk het financieringstekort, de therapeutische hardnekkigheid en de nood aan onderzoek en opleiding.

B. Overwegende dat de Evaluatiecel volgende maatregelen voorstelt :

— Een verhoging van 25 % van het budget; de voorzieningen moeten minstens in staat zijn om een minimale continuÔteit van zorg te financieren, zonder voortdurend aangewezen te zijn op benefietacties.

— Het uitbouwen en beheer van een systematische registratie; er mogen geen eenduidige verzamelde gegevens ontbreken om tot een adequate vergelijking van de werking te komen.

— De verwerking van de overlijdensstatistieken in BelgiŽ; het was niet mogelijk om op nationaal niveau te evalueren of de werking van de equipes voor palliatieve zorg de mogelijkheid om mensen thuis te laten sterven daadwerkelijk verhoogt. Dit is immers wat 70 % van de mensen wenst. Er bestaan immers voor WalloniŽ geen verwerkte statistische gegevens over de sterfte sinds 1997. Voor Vlaanderen zijn die beschikbaar tot 2002. Dit vormt niet alleen een probleem voor de evaluatie van de palliatieve zorg, maar dit betekent ook dat BelgiŽ in het kader van internationale vergelijkingen niet in staat is om recente gegevens te leveren.

— Tegengaan van therapeutische hardnekkigheid; het grootste deel van het extra budget dat wordt gevraagd is ter financiering van de palliatieve supportteams in de ziekenhuizen en de financiering van de palliatieve zorg in ROB en RVT. De palliatieve supportteams in de ziekenhuizen, welke momenteel onvoldoende worden gefinancierd, hebben als belangrijke opdracht een cultuur te creŽren die de therapeutische hardnekkigheid moet tegengaan. Dit is ook bijzonder relevant in de ROB's en de RVT's.

— Tegengaan van disproportionele financiering; als men naar de kosten van therapeutische hardnekkigheid kijkt, stelt men vast dat deze extravagant hoog zijn in vergelijking met adequate en kwalitatief hoogstaande palliatieve zorg.

C. Overwegende dat de Evaluatiecel Palliatieve Zorg aanbeveelt deze problematiek wetenschappelijk te onderzoeken.

Verzoekt het Federaal Kenniscentrum de bovenstaande problematiek wetenschappelijk te onderzoeken en tevens een antwoord te geven op volgende vragen :

1. Wat is de oorzaak van de disproportionaliteit (hoge kosten voor therapeutische hardnekkigheid in vergelijking met kosten van kwalitatief hoogstaande palliatieve zorg) in de financiering ?

2. Op welke manier kan de cultuur van de therapeutische hardnekkigheid best bestreden worden ?

3. Wat zal de toekomst brengen in functie van de toenemende vergrijzing van de bevolking ?

4. Is er in de bestaande opleiding geneeskunde voldoende aandacht voor de problematiek van de palliatieve zorgen ?

28 september 2005.

Mia DE SCHAMPHELAERE
Clotilde NYSSENS
Wouter BEKE
Sabine de BETHUNE
Etienne SCHOUPPE
Jan STEVERLYNCK
Erika THIJS
Hugo VANDENBERGHE
Luc VAN DEN BRANDE.