1-490/7

1-490/7

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

28 FEBRUARI 1997


Wetsontwerp houdende maatregelen teneinde de gerechtelijke achterstand weg te werken bij de hoven van beroep


AMENDEMENTEN


Nr. 38 VAN DE REGERING

(Subamendement op het amendement nr. 29 van de regering)

Art. 4

Aan het voorgestelde eerste lid de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. De woorden « van deze kamers » doen vervallen.

B. De woorden « wanneer uit » vervangen door de woorden « wanneer na beraadslaging door de wetgevende Kamers over ».

Nr. 39 VAN DE REGERING

(Subamendement op het amendement nr. 23 van de heren Lallemand en Erdman)

Art. 4

Aan de voorgestelde § 2 de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. Het tweede lid vervangen als volgt :

« Het voorzitterschap kan niet worden waargenomen door een plaatsvervangend raadsheer die advocaat in functie is. »

B. Het derde lid doen vervallen.

Nr. 40 VAN DE HEER ERDMAN c.s.

(Subamendement op het amendement nr. 23 van de heren Lallemand en Erdman)

Art. 4

In artikel 106bis, § 1, tweede lid, tussen de woorden « deze kamers » en de woorden « een bijzonder reglement » invoegen de woorden « die uitsluitend in burgerlijke en handelszaken zitting houden ».

Frederik ERDMAN.
Hugo VANDENBERGHE.
Roger LALLEMAND.
Andrée DELCOURT-PÊTRE.
Claude DESMEDT.
Philippe MAHOUX.
Stephan GORIS.

Nr. 41 VAN DE HEER VANDENBERGHE c.s.

(Subamendement op het amendement nr. 40 van de heer Erdman c.s.)

Art. 4

De woorden « in burgerlijke en handelszaken » vervangen door de woorden « in burgerlijke en fiscale zaken en in handelszaken ».

Hugo VANDENBERGHE.
Andrée DELCOURT-PÊTRE.
André BOURGEOIS.

Nr. 42 VAN DE HEREN ERDMAN EN LALLEMAND

(Subamendement op het amendement nr. 23 van de heren Lallemand en Erdman)

Art. 4

Het tweede lid van § 2 van het voorgestelde artikel 106bis vervangen als volgt :

« Zij mogen niet worden voorgezeten door een advocaat ingeschreven op het tableau van de Orde van advocaten. »

Frederik ERDMAN.
Roger LALLEMAND.

Nr. 43 VAN DE HEER VANDENBERGHE c.s.

Art. 20

Paragraaf 2 van het voorgestelde artikel 379ter aanvullen als volgt :

« Wordt hij geroepen om in deze kamer zitting te nemen als voorzitter, dan heeft hij recht op een maandelijkse vergoeding zoals bepaald in artikel 379. »

Verantwoording

Gezien het belang van de functie van voorzitter van een aanvullende kamer en de van hem te verwachten inzet is het raadzaam in een aangepast financieel statuut te voorzien. Daarenboven zal dit de aantrekkingskracht van de functie verhogen.

Hugo VANDENBERGHE.
Andrée DELCOURT-PÊTRE.
André BOURGEOIS.

Nr. 44 VAN DE HEREN VANDENBERGHE EN BOURGEOIS

(Subamendement op het amendement nr. 22 van de regering)

Art. 9

Het voorgestelde 4º aanvullen met de woorden « aan een rechtsfaculteit ».

Hugo VANDENBERGHE.
André BOURGEOIS.

Nr. 45 VAN DE HEER BOURGEOIS

(Subamendement op het amendement nr. 23 van de heren Lallemand en Erdman)

Art. 4

In het laatste lid van § 1 van het voorgestelde artikel 106bis tussen het woord « verdeeld » en het woord « overeenkomstig » invoegen de woorden « in samenspraak met de magistraat-coördinator en ».

Verantwoording

Zie artikel 4bis.

André BOURGEOIS.

Nr. 46 VAN DE REGERING

Art. 9

Het voorgestelde artikel 207bis aanvullen met een § 3, luidende :

« § 3. De minister van Justitie wint over de kandidaten bedoeld in § 1, onder meer het schriftelijk advies in, naar gelang van de categorie van kandidaten, van de volgende personen :

1º voor de kandidaten bedoeld in § 1, 1º :

­ de stafhouder van het arrondissement waar de kandidaat ingeschreven was of is op het tableau;

­ de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de kandidaat ingeschreven was of is op het tableau;

2º voor de kandidaten bedoeld in § 1, 2º :

­ de stafhouder van het arrondissement waar de kandidaat ingeschreven is op het tableau;

­ de voorzitter van de rechtbank waar de kandidaat tot plaatsvervangend rechter is benoemd;

3º voor de kandidaten bedoeld in § 1, 3º :

­ de stafhouder van het arrondissement waar de kandidaat het laatst in functie was;

­ de voorzitter van de rechtbank waar de kandidaat het laatst in functie was;

4º voor de kandidaten bedoeld in § 1, 4º :

­ de decaan van de faculteit waaraan de hoogleraar verbonden is;

5º voor de kandidaten bedoeld in § 1, 5º :

­ de stafhouder van het arrondissement waar de kandidaat ingeschreven was of is op het tableau;

­ de decaan van de faculteit waaraan de hoogleraar verbonden is of was;

­ de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de kandidaat ingeschreven was of is op het tableau.

Deze adviezen worden door de minister van Justitie overgezonden aan het wervingscollege der magistraten dat een schriftelijk advies uitbrengt over de voorgeschreven ervaring en bekwaamheid van de kandidaten om als plaatsvervangend raadsheer zitting te hebben. Dit advies wordt binnen dertig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek om advies aan de minister van Justitie meegedeeld. »

Verantwoording

In de memorie van toelichting is bepaald dat vanwege het grondwettelijk voorschrift van toepassing op de raadsheren bij de hoven van beroep zoals voorzien in artikel 151 van de Grondwet het noodzakelijk is om voor de benoeming van de plaatsvervangende raadsheren bedoeld in § 1 deze benoemingsprocedure over te nemen. Terzelfder tijd wordt opgemerkt dat voornoemde procedure thans ter discussie staat en binnen afzienbare tijd zal worden gewijzigd. Het ontwerp bevindt zich dan ook in een overgangsfase en zal derhalve worden aangepast aan de ontwikkelingen terzake.

Naar aanleiding van de besprekingen is de vraag gesteld om nu reeds een verdergaande objectivering in te bouwen. Dit mag evenwel niet leiden tot een onwerkzame verzwaring van de benoemingsprocedure. Van de kandidaten wordt bovendien een zeer substantiële ervaring gevraagd die garant moet staan voor de vereiste bekwaamheid. Aan het wervingscollege der magistraten wordt derhalve opgedragen om de voorgeschreven ervaring per kandidaat naar waarde te schatten bij middel van een schriftelijk advies. Hiertoe beschikt het wervingscollege over een aantal adviezen van personen uit de professionele omgeving van deze kandidaten, die voorafgaandelijk worden ingewonnen door de minister van Justitie.

Nr. 47 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 20

§ 2 van het voorgestelde artikel 379ter vervangen als volgt :

« § 2. De plaatsvervangend raadsheer-voorzitter en de plaatsvervangende raadsheer die geroepen worden om zitting te nemen in een aanvullende kamer zoals bedoeld in artikel 102, § 2, hebben recht op een vergoeding als voorzitter of als plaatsvervangend raadsheer per zitting, waarvan de regels nader worden vastgesteld door de minister van Justitie. »

Verantwoording

Zie amendement nr. 43.

Nr. 48 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 24

Aan dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. De woorden « waarvoor de Koning de datum van inwerkingtreding vaststelt » doen vervallen.

B. Het artikel aanvullen met de volgende bepaling :

« De artikelen 4 en 6 treden in werking op de datum die de Koning vaststelt, maar ten laatste zes maanden na de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad. »

Hugo VANDENBERGHE.