1-447/2

1-447/2

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

5 NOVEMBER 1996


Wetsontwerp tot instelling van het college van procureurs-generaal en tot instelling van het ambt van federaal magistraat


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER COVELIERS

Art. 4bis (nieuw)

Onder het hoofdstuk IV, « Diverse bepalingen » van het ontwerp een nieuw artikel 4bis invoegen, luidende :

« Art. 4bis. ­ In artikel 143 van het Gerechtelijk Wetboek wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt :

« Hij wordt benoemd voor een niet-vernieuwbare termijn van vijf jaar. »

Verantwoording

Om verschillende redenen is het verantwoord dat de procureurs-generaal voor een bepaalde termijn worden benoemd.

Eerstens vermijdt dit een zeker « vastroesten » in de functie en stelt het de betrokkene in staat zich na zijn ambtsperiode te herbronnen op het gewone werkveld.

Het spreekt voor zich dat de band met zijn medewerkers daardoor nauwer zal zijn dan wanneer het een voor het leven benoemde procureur-generaal betreft : recente berichten van magistraten zelf bevestigen inderdaad dat sommige procureurs-generaal geleidelijk vervreemden van hun parket-generaal.

Vervolgens geeft het de mogelijkheid op kortere termijnen telkens de in die periode meest geschikte figuur te benoemen.

Om pro-forma herbenoemingen van telkens dezelfde figuur te voorkomen, bepaalt het amendement dat de termijn niet verlengbaar is. Niets sluit echter uit dat de uittredende procureur-generaal zich na een tussenperiode opnieuw kandidaat stelt.

Hugo COVELIERS.

Nr. 2 VAN DE HEER VANDENBERGHE C.S.

Art. 3bis (nieuw)

Een artikel 3bis invoegen, luidende :

« Art. 3bis. ­ § 1. In artikel 398 van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden « Het Hof van Cassatie heeft » vervangen door de woorden « Onverminderd de toepassing van de artikelen 143bis en 143ter heeft het Hof van Cassatie »;

§ 2. In artikel 399, eerste lid van hetzelfde Wetboek worden de woorden « De procureur-generaal bij het hof van beroep waakt » vervangen door de woorden « Onverminderd de toepassing van de artikelen 143bis en 143ter waakt de procureur-generaal bij het Hof van Beroep »;

§ 3. In hetzelfde artikel, tweede lid worden de woorden « De procureur-generaal, de procureur des Konings en de arbeidsauditeurs waken » vervangen door de woorden « Onverminderd de toepassing van de artikelen 143bis en 143ter waken de procureur-generaal, de procureur des Konings en de arbeidsauditeurs »;

§ 4. In artikel 400 van hetzelfde Wetboek worden de woorden « De minister van Justitie oefent » vervangen door de woorden « Onverminderd de toepassing van de artikelen 143bis en 143ter oefent de minister van Justitie. »

Verantwoording

Gelet op de bevoegdheid die de minister van Justitie wordt toegekend tot het vastleggen van de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid (art. 143ter ) en de bevoegdheid tot het nemen van de noodzakelijke maatregelen om de toepassing van de richtlijnen te verzekeren (art. 143bis , § 3), dienen de artikelen 398, 399 en 400 van het Gerechtelijk Wetboek in die zin te worden aangepast.

Nr. 3 VAN DE HEER VANDENBERGHE C.S.

Art. 2

Paragraaf 3 van het voorgestelde artikel 143bis van het Gerechtelijk Wetboek aanvullen met de woorden « om de toepassing van de richtlijnen te verzekeren ».

Verantwoording

Het amendement geeft de finaliteit weer van de door de minister van Justitie te nemen « noodzakelijke maatregelen ». Het maakt duidelijk dat de minister indien nodig alle noodzakelijke maatregelen kan nemen ter uitvoering van de door hem vastgelegde richtlijnen.

Hugo VANDENBERGHE.
André BOURGEOIS.
Frederik ERDMAN.
Andrée DELCOURT.

Nr. 4 VAN DE HEER DESMEDT

Art. 2

In § 5 van het voorgestelde artikel 143bis , het laatste lid vervangen als volgt :

« In het kader van de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in § 2 en in artikel 143ter kan de Koning, na overleg met het college van procureurs-generaal, specifieke taken die betrekking hebben op het inwinnen van informatie en op studiewerk opdragen aan de leden of aan sommige leden van het college. »

Verantwoording

Uit de tekst die door de Regering wordt voorgesteld, zou geconcludeerd kunnen worden dat aan leden van het college opdrachten en bevoegdheden worden toegekend die de territoriale grenzen van hun ambtsgebied overschrijden. Zulks kan alleen bij wet worden geregeld. Het lijkt dus wenselijk in de tekst te verduidelijken dat die opdrachten enkel betrekking kunnen hebben op het inwinnen van informatie of het voorbereiden van dossiers.

Nr. 5 VAN DE HEER DESMEDT

Art. 3

De Franse tekst van dit artikel vervangen als volgt :

« Article 143ter . ­ Le ministre de la Justice soumet à la discussion du collège des procureurs généraux les projets de lignes directrices de politique criminelle y compris en matière de recherche et de poursuite. Il arrête ensuite ces lignes directrices qui sont contraignantes pour tous les membres du ministère public. Les procureurs généraux près les cours d'appel veillent dans leur ressort à leur bonne exécution. »

Verantwoording

Dit amendement beoogt geen inhoudelijke wijziging van artikel 3 maar wil het artikel leesbaarder maken. De voorgestelde Franse tekst is immers zeer stroef geformuleerd en gebruikt de woorden « les lignes directrices » tot vijfmaal toe op negen regels.

Nr. 6 VAN DE HEER DESMEDT

Art. 4

In § 2 van het voorgestelde artikel 144bis de woorden « of van rechter » doen vervallen.

Verantwoording

De federale magistraten zijn magistraten van het openbaar ministerie aan wie belangrijke taken op nationaal vlak zijn opgedragen.

Het is dus wenselijk dat zij afkomstig zijn van het openbaar ministerie zelf en niet van de zittende magistratuur. Het zou niet raadzaam zijn onderzoeksrechters aan te wijzen aangezien het onderzoeksambt niet tot de taken van het openbaar ministerie behoort.

Nr. 7 VAN DE HEER DESMEDT

Art. 12

Dit artikel aanvullen als volgt :

« Indien het aantal federale magistraten tot vijf wordt uitgebreid, moeten ten minste twee federale magistraten door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctoraat of licentiaat in de rechten in het Frans hebben afgelegd en moeten ten minste twee federale magistraten door hun diploma bewijzen dat zij deze examens in het Nederlands hebben afgelegd. »

Verantwoording

Artikel 12 bepaalt dat minstens één federale magistraat van de Franse taalrol en één van de Nederlandse taalrol moet zijn.

Indien hun aantal echter tot vijf wordt uitgebreid, een mogelijkheid waarin artikel 11 voorziet, telt elke taalrol logischerwijze minstens twee federale magistraten.

Claude DESMEDT.

Nr. 8 VAN DE REGERING

Art. 2 en 3

In § 3 van het voorgestelde artikel 143bis , en in het voorgestelde artikel 143ter , in de Franse tekst de woorden « lignes directrices » vervangen door het woord « directives ».

Verantwoording

Het amendement beoogt de gelijkvormigheid te waarborgen tussen de Nederlandse en de Franse tekst. De Nederlandse tekst bevat de term « richtlijnen », die passend vertaald wordt door het woord « directives ». De bewoordingen « lignes directrices » geven ten onrechte een te vage connotatie en een minder dwingend karakter aan het beoogde instrument.

Nr. 9 VAN DE REGERING

Art. 2

Het voorgestelde artikel 143bis , § 3, aanvullen met de volgende woorden :

« om de toepassing van zijn richtlijnen te verzekeren ».

Verantwoording

De voorgestelde aanvulling beoogt het belang van de nodige maatregelen te verduidelijken die de minister van Justitie kan nemen in geval er geen consensus is binnen het college, door aan te geven wat het doel van deze maatregelen is, namelijk de toepassing van de richtlijnen van de minister. Alle nodige maatregelen ter verwezenlijking van dat doel kunnen door de minister genomen worden overeenkomstig deze bepaling.

Nr. 10 VAN DE REGERING

Opschrift

In het opschrift van het wetsontwerp, de woorden « federale magistraat » vervangen door de woorden « nationale magistraat ».

Het opschrift van hoofdstuk III vervangen door het volgende opschrift : « De nationale magistraat. »

In de artikelen 4 en 6 tot en met 11 van het ontwerp, de woorden « federale magistraten » vervangen door de woorden « nationale magistraten ».

In het artikel 12 van het ontwerp, de woorden « federaal magistraat » vervangen door de woorden « nationaal magistraat ».

Verantwoording

Aangezien de kwalificatie van « federaal » toegekend aan de bedoelde magistraten niet op adequate manier de rechterlijke organisatie in het Belgische recht weergeeft, is het wenselijk dat de reeds bestaande benaming van « nationale magistraten » behouden blijft, die meer conform is.

Nr. 11 VAN DE REGERING

Art. 4

In § 2 van het voorgestelde artikel 144bis , het woord « rechter » vervangen door het woord « onderzoeksrechter ».

Verantwoording

Gezien de verantwoordelijkheden die het ontwerp aan de nationale magistraten toekent, lijkt het aangewezen om veeleisender te zijn voor wat betreft de voorwaarden waaraan de zittende magistraten moeten voldoen om in deze functie benoemd te worden, teneinde te waarborgen dat zij over een voldoende werkervaring beschikken om deze functie adequaat te vervullen. Enkel de ervaring als onderzoeksrechter zal bijgevolg in overweging worden genomen.

Nr. 12 VAN DE REGERING

Art. 4

In de Franse tekst, punt 2 van het voorgestelde artikel 144bis , § 3, de woorden « dans le cadre de l'exercice de l'action publique » vervangen door de woorden « en vue de l'exercice de l'action publique ».

Nr. 13 VAN DE REGERING

Art. 10

In het eerste lid van het voorgestelde artikel 47bis de woorden « in het kader van de uitvoering van de strafvordering » vervangen door de woorden « met het oog op de uitvoering van de strafvordering ».

Verantwoording

Deze amendementen beogen de Franse tekst van artikel 144bis , § 3, 2º, van het Gerechtelijk Wetboek, en van artikel 47bis van het Wetboek van Strafvordering op één lijn te plaatsen met de Nederlandse tekst van artikel 144bis , § 3, 2º. De bewoordingen « met het oog op de uitvoering van de strafvordering » zijn meer verantwoord aangezien de tussenkomst van de nationale magistraat die hier wordt bedoeld, voorafgaat aan de uitoefening van de strafvordering.

Nr. 14 VAN DE REGERING

Art. 5

Artikel 5 van het ontwerp vervangen door de volgende bepaling :

« In artikel 185 van het Gerechtelijk Wetboek wordt een tweede lid ingevoegd, luidende :

« De Koning kan eveneens, overeenkomstig de bepalingen van het vorige lid, bijzondere graden instellen teneinde het secretariaat van het college van procureurs-generaal en dat van de nationale magistraten te verzorgen. De in deze secretariaten beklede ambten worden beschouwd als ambten bekleed bij een parket. » »

Verantwoording

De tekst vervat in het wetsontwerp betreffende het artikel 185 van het Gerechtelijk Wetboek is die voorgesteld door de Raad van State in zijn advies. Deze tekst bevat nagenoeg dezelfde bepaling als het eerste lid van hetzelfde artikel en houdt bovendien geen rekening met de wijziging aangebracht in het eerste lid in het kader van de wetsvoorstellen ingediend door de senatoren Erdman en Vandenberghe. Dit amendement stelt bijgevolg een aangepaste tekst voor.

Nr. 15 VAN DE REGERING

Art. 11

In het voorgestelde artikel 2 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting de woorden « tot 5 » vervangen door de woorden « tot maximum 5 ».

Verantwoording

Het doel van de wijziging voorgesteld door dit amendement bestaat erin te verduidelijken dat het aantal nationale magistraten door de Koning gebracht kan worden op vier of vijf.

Nr. 16 VAN DE REGERING

Art. 12

Het voorgestelde artikel 43bis, § 4, eerste lid, van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken aanvullen met de volgende bepaling :

« Dit aantal wordt gebracht op twee als het aantal nationale magistraten verhoogd wordt bij koninklijk besluit, overeenkomstig artikel 2 van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting. »

Verantwoording

Dit amendement beoogt het taalevenwicht onder de nationale magistraten zoveel mogelijk te beschermen in de hypothese dat hun aantal door de Koning gebracht wordt op vier of vijf. De voorgestelde tekst bepaalt dat in dat geval het minimum aantal magistraten van elke taalrol twee zal zijn.


Nr. 17 VAN DE HEREN ERDMAN EN COVELIERS

Art. 2

In § 2, 2º, van het voorgestelde artikel 143bis , de woorden « en gecoördineerde » invoegen tussen het woord « algemene » en het woord « werking ».

Frederik ERDMAN.
Hugo COVELIERS.

Nr. 18 VAN DE DAMES MILQUET EN DELCOURT-PÊTRE

Art. 2

In § 2, 2º, van het voorgestelde artikel 143bis tussen de woorden « alle nodige maatregelen » en de woorden « met het oog op » invoegen de woorden « met het oog op het toezicht en de coördinatie van de taken van gerechtelijke politie die door de politiekorpsen worden uitgeoefend en ... ».

Verantwoording

Er moet worden gewezen op de belangrijke taak die het college van procureurs-generaal uitoefent ten aanzien van de politiediensten.

Joëlle MILQUET.
Andrée DELCOURT-PÊTRE.

Nr. 19 VAN DE HEER DESMEDT

Art. 2

In § 2, 2º, van het voorgestelde artikel 143bis de woorden « bij de hoven en rechtbanken » doen vervallen.

Claude DESMEDT.

Nr. 20 VAN DE HEER HOTYAT

Art. 2

In § 5, tweede lid, van het voorgestelde artikel 143bis tussen het woord « neemt » en het woord « deel » invoegen de woorden « met raadgevende stem ».

Verantwoording

Er mag geen enkele onduidelijkheid bestaan over de betrekkingen tussen de minister van Justitie en het college van procureurs-generaal en over de aanwezigheid van de minister op de vergaderingen van het college.

Robert HOTYAT.

Nr. 21 VAN DE HEER ERDMAN

Art. 2

A. Het 3º van § 2 van het voorgestelde artikel 143bis doen vervallen.

B. Dezelfde paragraaf aanvullen met een tweede lid, luidende :

« Het college van procureurs-generaal is ook belast met het inlichten en adviseren van de minister van Justitie, ambtshalve of op diens verzoek, over elke zaak die verband houdt met de opdrachten van het openbaar ministerie. »

Nr. 22 VAN DE HEER ERDMAN

Art. 2

In § 2, 1º, van het voorgestelde artikel 143bis de woorden « zoals bedoeld in artikel 143bis » vervangen door de woorden « zoals omschreven in de richtlijnen bedoeld in artikel 143ter en met eerbiediging van de finaliteit ervan ».

Frederik ERDMAN.

Nr. 23 VAN DE HEER DESMEDT

Art. 2

In de Franse tekst van § 2, 1º, van het voorgestelde artikel 143bis de woorden « du développement cohérent » vervangen door de woorden « de la cohérence de la mise en oeuvre » .

Claude DESMEDT.

Nr . 24 VAN DE HEREN HOTYAT EN ERDMAN

Art. 2

A) De paragrafen 2 en 3 van het voorgestelde artikel 143bis vervangen als volgt :

« § 2. Het college van procureurs-generaal beslist bij consensus over alle maatregelen die nodig zijn voor :

1º de coherente uitwerking en de coördinatie van het strafrechtelijk beleid vastgelegd door de in artikel 143ter beoogde richtlijnen, en met inachtneming van de finaliteit ervan;

2º de goede algemene en gecoördinerende werking van het openbaar ministerie.

Indien het college geen consensus bereikt en indien de uitvoering van de ministeriële richtlijnen van het strafrechtelijk beleid daardoor in het gedrang komt, neemt de minister van Justitie de noodzakelijke maatregelen om de toepassing ervan te waarborgen.

§ 3. Het college van procureurs-generaal heeft daarenboven tot taak de minister van Justitie in te lichten en te adviseren, ambtshalve of op diens verzoek, over elke zaak die verband houdt met de opdrachten van het openbaar ministerie.

Bij gebreke van consensus worden de verschillende standpunten in het advies vermeld. »

B) In § 5, tweede lid, van het voorgestelde artikel 143bis de verwijzingen « 1º en 2º » doen vervallen.

C) In het voorgestelde artikel 143bis het vierde lid van § 5 vervangen als volgt :

« Met het oog op de uitoefening van de bevoegdheden van het college kan de Koning, na overleg met dat college, specifieke taken opdragen aan elk lid van het college. »

Verantwoording

A) Het is van belang een onderscheid te maken tussen de taken van het college waarvoor een bindende beslissing bij consensus vereist is en de informatietaak die niet in het gedrang mag komen wanneer er geen consensus kan worden bereikt.

Wanneer de procureurs-generaal bij de uitoefening van hun informatieopdracht uiteenlopende meningen hebben, moeten de adviezen die aan de minister worden meegedeeld derhalve alle in het college uiteengezette meningen weerspiegelen.

B) en C) Paragraaf 5 van artikel 143bis wordt aangepast aan de wijzigingen in de §§ 2 en 3.

Robert HOTYAT.
Frederik ERDMAN.

Nr. 25 VAN MEVR. MILQUET

Art. 2bis (nieuw)

Na artikel 2 een hoofdstuk Ibis invoegen, bevattende een artikel 2bis (nieuw) en luidende :

« Hoofdstuk Ibis ­

Het federaal comité voor het strafrechtelijk beleid

Art. 2bis. ­ In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 143ter ingevoegd, luidende :

« Artikel 143ter. ­ § 1. Er wordt een federaal comité voor het strafrechtelijk beleid opgericht dat onder het gezag staat van het college van procureurs-generaal.

§ 2. Dit comité wordt geleid door een federaal procureur bijgestaan door een adjunct-federaal procureur, aangewezen op advies van het college van procureurs-generaal.

§ 3. Het comité is samengesteld uit de nationale magistraten bedoeld in artikel 4, uit vertegenwoordigers van de Dienst voor het strafrechtelijk beleid, uit leden van het openbaar ministerie bij de hoven van beroep die door de minister van Justitie op advies van het college van procureurs-generaal bij die dienst gedetacheerd worden, uit vertegenwoordigers van de officieren van gerechtelijke politie van de verschillende door de minister van Justitie aangewezen politiediensten, uit een vertegenwoordiger van de Algemene Politiesteundienst en uit een vast secretariaat.

§ 4. Het comité wordt belast met de dagelijkse uitvoering van de beslissingen en de richtlijnen van het college van procureurs-generaal. Het moet het college bijstaan bij de voorbereiding of de uitoefening van zijn taken en het college adviezen en voorstellen van beslissing voorleggen.

Het college van procureurs-generaal kan het comité specifieke taken opdragen of sommige van zijn taken aan het comité delegeren. »

Verantwoording

Het lijkt opportuun een federaal comité voor het strafrechtelijk beleid op te richten dat onder het gezag staat van de minister van Justitie en van het college van procureurs-generaal.

Een dergelijk orgaan moet de vaste operationele structuur worden die thans in het ontwerp geheel ontbreekt.

Deze vaste operationele federale structuur wordt geleid door een federaal procureur, wat een nieuwigheid is, en bestaat uit nationale magistraten, personen die uit de parketten bij de hoven van beroep worden gedetacheerd, vertegenwoordigers van de Algemene Politiesteundienst, vertegenwoordigers van de misdaadbestrijding (zie infra ), van de rijkswacht en van de gemeentepolitie. Deze operationele federale structuur moet de eindbeslissingen uitvoeren die door het college van procureurs-generaal en door de minister genomen worden. Aan het comité kunnen bepaalde taken gedelegeerd worden.

Deze structuur zou daarenboven een « partnerschap » tot stand moeten brengen tussen de gerechtelijke instanties en de politiediensten die over onontbeerlijke knowhow en specifieke kennis ter zake beschikken zodat een nieuwe mentaliteit ontstaat waarin wordt samengewerkt over de korps- en arrondissementsgrenzen heen.

Het is onontbeerlijk dat aan het hoofd van die vaste operationele federale structuur voor het strafrechtelijk beleid een federaal procureur staat die bevoegd is voor het gehele grondgebied, die onder het gezag van de minister en van het college leiding geeft en die voltijds de uitvoering van de beslissingen inzake strafrechtelijk beleid beheert en coördineert.

Die procureur zou toezicht houden op onder meer het optreden van de nationale magistraten.

Nr. 26 VAN MEVROUW MILQUET

Art. 2ter (nieuw)

Na artikel 2bis een hoofdstuk Iter invoegen, bevattende een artikel 2ter (nieuw) en luidende :

« Hoofdstuk Iter ­

Het college van de procureurs des Konings

Art. 2ter. ­ In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 143quater ingevoegd, luidende :

« Artikel 143quater. ­ § 1. De procureurs des Konings vormen een college, college van de procureurs des Konings genaamd, onder het voorzitterschap van een procureur die door zijn collega's gekozen wordt.

§ 2. Dit college heeft tot taak uit eigen beweging adviezen uit te brengen aan het college van procureurs-generaal en aan het federaal comité voor het strafrechtelijk beleid over de materies bedoeld in artikel 2, § 2.

§ 3. Het college van de procureurs des Konings beslist bij consensus.

§ 4. Het college kan, met het oog op de uitvoering van zijn taken, de hoorzittingen organiseren die het nodig acht.

§ 5. Het college komt tijdens het gerechtelijk jaar minstens eenmaal per maand bijeen op uitnodiging van zijn voorzitter.

§ 6. Het college stelt zelf zijn reglement van orde op. »

Verantwoording

Het strafrechtelijk beleid kan niet uitsluitend worden opgedragen aan de procureurs-generaal, die minder direct contact hebben met de dagdagelijkse praktijk. De 27 procureurs des Konings, die in hun arrondissement de directe juridische verantwoordelijkheid terzake dragen, dienen hierbij nauw betrokken te worden. Tot nog toe bestond geen kader waarin zij elkaar konden ontmoeten en informatie en ervaringen uitwisselen, hoewel zij collectief zouden moeten meewerken aan een eenvormig strafrechtelijk beleid.

De institutionalisering van het college van de procureurs des Konings, dat een fundamentele rol te vervullen heeft als adviesorgaan voor het college van procureurs-generaal, moet bijdragen tot een hogere kwaliteit van de beslissingen van dit laatste orgaan, tot een betere doorstroming van informatie tussen de parketten en tot een optimale samenwerking en uitwerking van ideeën.

Dit vaste college moet een middel zijn om de procureurs des Konings te betrekken bij de uitwerking van een coherent beleid en de nodige ruimte bieden voor dialoog en uitwisseling van informatie en ervaringen die broodnodig zijn voor de uitbouw van een efficiënt beleid, waarvan het gemis zich momenteel zo schrijnend doet voelen.

Joëlle MILQUET.

Nr. 27 VAN DE HEER LALLEMAND

Art. 2

Paragraaf 4 van het voorgestelde artikel 143bis vervangen als volgt :

« § 4. Voor de uitvoering van zijn opdrachten kan het college zich laten bijstaan door leden van het openbaar ministerie bij de hoven van beroep. »

Nr. 28 VAN DE HEER LALLEMAND

Art. 2

In het eerste lid van § 5 van het voorgestelde artikel 143bis de woorden « tijdens het gerechtelijk jaar » doen vervallen.

Nr. 29 VAN DE HEER LALLEMAND

Art. 2

Het derde lid van § 5 van het voorgestelde artikel 143bis vervangen als volgt : « De minister zit de vergaderingen van het college voor waarop hij aanwezig is. »

Roger LALLEMAND.

Nr. 30 VAN DE HEREN ERDMAN EN BOURGEOIS

Art. 2

Het eerste lid van § 5 van het voorgestelde artikel 143bis vervangen als volgt :

« Het college van procureurs-generaal vergadert minstens eenmaal per maand, op eigen initiatief of op verzoek van de minister van Justitie. »

Frederik ERDMAN.
André BOURGEOIS.

Nr. 31 VAN MEVROUW MILQUET

Art. 2

In het eerste lid van § 6 van het voorgestelde artikel 143bis de eerste volzin doen vervallen en de aanhef van de tweede volzin doen luiden als volgt : « Het voorzitterschap wordt voor de duur ... »

Verantwoording

Wil men dat het college doortastend optreedt, dan is het ongetwijfeld niet raadzaam dat het van start gaat onder het voorzitterschap van de oudste procureur in jaren.

Joëlle MILQUET.

Nr. 32 VAN DE HEER HOTYAT

Art. 2

Paragraaf 7 van het voorgestelde artikel 143bis vervangen als volgt :

« § 7. Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de minister. Dit verslag bevat een toelichting over zijn activiteiten, een analyse en een beoordeling van het onderzoeks- en vervolgingsbeleid in het voorbije jaar, alsook de prioritaire doelstellingen voor het komende jaar.

Het verslag wordt door de minister van Justitie aan de Kamers medegedeeld en wordt openbaar gemaakt. »

Robert HOTYAT.

Nr. 33 VAN DE HEER ERDMAN

Art. 2

In het voorgestelde artikel 143bis de volgorde van de paragrafen wijzigen als volgt :

­ § 6 wordt § 8;

­ § 8 wordt § 9;

­ § 9 wordt § 6.

Frederik ERDMAN.

Nr. 34 VAN DE REGERING

Hoofdstuk III ­ Opschrift

Het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt : « De nationale magistraat ».

Nr. 35 VAN DE REGERING

Art. 4

In het voorgestelde artikel 144bis de woorden « federale magistraten » vervangen door de woorden « nationale magistraten ».

Nr. 36 VAN DE REGERING

Art. 6

In dit artikel de woorden « federale magistraten » vervangen door de woorden « nationale magistraten ».

Nr. 37 VAN DE REGERING

Art. 7

In het voorgestelde artikel 327ter de woorden « federale magistraten » vervangen door de woorden « nationale magistraten ».

Nr. 38 VAN DE REGERING

Art. 8

In het voorgestelde artikel 355bis de woorden « federale magistraten » vervangen door de woorden « nationale magistraten ».

Nr. 39 VAN DE REGERING

Art. 9

In dit artikel, de woorden « federale magistraten » vervangen door de woorden « nationale magistraten ».

Nr. 40 VAN DE REGERING

Art. 10

In dit artikel de woorden « federale magistraten » vervangen door de woorden « nationale magistraten ».

Nr. 41 VAN DE REGERING

Art. 11

In dit artikel de woorden « federale magistraten » vervangen door de woorden « nationale magistraten ».

Nr. 42 VAN DE REGERING

Art. 12

In dit artikel de woorden « federaal magistraat » vervangen door de woorden « nationaal magistraat ».