3-200 | 3-200 |
De heer Wouter Beke (CD&V), rapporteur. - Dit verplicht bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend en eenparig aangenomen, waarna het werd overgezonden aan de Senaat.
Het ontwerp brengt wijzigingen aan in de preventiemaatregelen en de interne procedures van de antipestwet en wordt behandeld volgens artikel 77 van de Grondwet.
Het ontwerp vormt een geheel met een tweede ontwerp betreffende wijzigingen aan de gerechtelijke procedures van de antipestwet, dat wordt behandeld volgens artikel 78 van de Grondwet.
De wet van 4 augustus 1996 legt aan elke werkgever de verplichting op om een preventieadviseur aan te wijzen die deskundig is op het vlak van de psychosociale aspecten, om een interne procedure uit te werken die de mogelijkheid biedt de feiten waarover werknemers klagen, te onderzoeken en om alle preventiemaatregelen te treffen die nodig zijn om dergelijke gedragingen te voorkomen.
Bij de evaluatie van deze wet werd evenwel duidelijk dat een aantal wijzigingen moesten worden aangebracht.
Deze wijzigingen beogen meer nadruk te leggen op primaire preventie, het statuut van de vertrouwenspersoon te versterken, voorrang te verlenen aan de interne procedures, de rol van de inspectie Toezicht Welzijn op het werk te verduidelijken, de middelen van de rechtbank duidelijker te omschrijven, de bepaling betreffende de bescherming tegen ontslag te verduidelijken, bijzondere aandacht te geven aan de werknemers die het slachtoffer zijn van grensoverschrijdend gedrag gepleegd door derden, de toegang tot stukken en informatie te verduidelijken en, tot slot, de omzetting van de Europese richtlijnen inzake antidiscriminatie.
Het wetsontwerp werd in de commissie eenparig goedgekeurd.
-De algemene bespreking is gesloten.