3-156 | 3-156 |
M. le président. - M. Beke se réfère à son rapport écrit.
Mme Christine Defraigne (MR). - Il était à mon sens nécessaire de réduire à 15 jours le délai de 45 jours initialement prévu dans le texte de la loi de 1986. Ce délai était trop long et n'offrait pas la possibilité de trouver rapidement une famille d'adoption.
En commission et lors des auditions, certains membres ont prôné un délai de trois semaines plutôt que celui de 15 jours figurant dans la proposition de loi. Un amendement a été déposé en ce sens et on m'annonce qu'il le sera à nouveau en séance plénière.
À l'heure actuelle, en vertu de la loi et depuis 1998, beaucoup de chiens sont marqués et enregistrés. Il n'y a donc pas lieu de prolonger inutilement ce délai d'attente. Le délai de 15 jours a dès lors été accepté par les acteurs de terrain.
Lors d'une séance de la commission des Affaires sociales, nous avons été quelque peu brocardés, car un certain nombre de propositions animalières figuraient à l'ordre du jour. Ainsi, on a parlé de chiens dangereux, de gentils animaux devant trouver une capacité d'accueil, etc. Un journaliste présent a même titré dans la presse flamande : « La journée des bêtes au Sénat ». Il indiquait dans son commentaire que les sénateurs s'occupaient des animaux, alors qu'ils feraient mieux de se soucier des personnes et des enfants en particulier.
Cette vision est évidemment réductrice, voire destructrice, car il est clair que l'on peut agir sur les deux plans. On peut s'occuper des êtres humains et des enfants, ce que nous faisons tous les jours, mais aussi des animaux. L'un n'exclut pas l'autre. Dans notre société où beaucoup de gens souffrent de la solitude, se sentent seuls, il faudrait mener une réflexion sociologique et psychologique sur la question de savoir pourquoi les animaux sont si importants. Balayer cette préoccupation d'un revers de la main, la mépriser ou la dédaigner n'est pas faire oeuvre utile.
Je termine par cette phrase de Jean-Michel Folon, Belge célèbre, homme de talent, artiste, qui nous a quittés récemment : « Comment pourrait-on à la fois secourir les humains et laisser souffrir les animaux ? »
En Wallonie, à Liège, on a coutume de dire : « Qui aime les bêtes, aime les gens. »
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Ik steun dit wetsvoorstel van harte. Sommige bepalingen van de wet van 14 augustus 1986 zijn immers door recente wetgeving en praktijken achterhaald.
Vooral de invoering van de identificatieverplichting voor alle honden geboren vanaf 1 september 1998 maakt het mogelijk om de termijn van 45 dagen, waarbinnen men een hond moet afstaan aan de oorspronkelijke eigenaar, tot 15 dagen te beperken. In die periode moet het voor een hondenasiel of een dierenasiel mogelijk zijn om de vorige eigenaar op te sporen, als die tenminste zijn identiteitsgegevens geactualiseerd heeft. Als dit niet het geval is of als de vorige eigenaar zijn dier niet geregistreerd heeft, dan krijgt die toch twee weken tijd om zijn hond via navraag in dierenasielen zelf op te sporen.
Het voorstel ontlast de dierenasielen, die tot nu toe gedwongen werden om gedurende minstens anderhalve maand verloren of gedumpte honden te verzorgen en bij zich te houden. Voor de dieren zelf betekent het een snellere socialisering, wat de kans op probleemgedrag verkleint.
De voorgestelde nieuwe regeling is enkel problematisch voor oudere dieren waarop de identificatieverplichting niet van toepassing is. Dat probleem is echter veeleer theoretisch, aangezien die dieren in de praktijk niet zo snel door een asielcentrum aan een nieuwe eigenaar zullen worden toevertrouwd. Die dieren hebben immers nood aan een langere aanpassingsperiode en zullen zelden reeds na twee weken een nieuwe bestemming gevonden hebben.
Naar aanleiding van het amendement dat de heer Vankrunkelsven heeft ingediend, heb ik contact opgenomen met de verantwoordelijken van het dierenasiel van Sint-Truiden. Zij zijn van mening dat wie twee weken op vakantie gaat zonder zijn dier toe te vertrouwen aan iemand die de hond regelmatig gezelschap houdt en voedt, eigenlijk geen hond mag houden. Het amendement is dan ook nutteloos.
Ten slotte heb ik bedenkingen bij de manier waarop deze wetsvoorstellen met betrekking tot dieren op één namiddag in de commissie werden afgehandeld. Het is jammer dat zo smalend wordt gedaan over wetsvoorstellen inzake dierenwelzijn.
-La discussion générale est close.