2-38

2-38

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 30 MAART 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de verspreiding van de P90 en andere oorlogswapens» (nr. 2-199)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Een paar dagen geleden werd in Momignies een wapenhandel overvallen. Daarbij werd opnieuw een groot aantal oorlogswapens buitgemaakt. Volgens persberichten zou er ook een P90 zijn meegenomen, maar ik heb daar achteraf geen bevestiging van gekregen. In elk geval rijzen er vragen rond de manier waarop deze wapens in omloop kunnen komen. Daarom kreeg ik graag een antwoord op volgende vragen.

Hoe ver staat het onderzoek naar deze overval? Welke wapens zijn er buitgemaakt? Hoeveel oorlogswapens zijn er het afgelopen jaar in België buitgemaakt?

Weet de Belgische overheid hoeveel P90's werden geproduceerd en geëxporteerd? Welke landen hebben een licentie om dit wapen in ons land aan te kopen?

De meeste politiediensten plaatsen hun bestellingen bij wapenhandelaars en niet rechtstreeks bij de wapenfabrikanten. Dit zorgt ervoor dat een vrij grote verantwoordelijkheid bij de wapenhandelaars komt te liggen. Volgens de berichtgeving faalde het veiligheidssysteem van de betrokken wapenhandelaar. Bestaan er strikte veiligheidsnormen om dit soort wapens te stockeren en is daar voldoende controle op?

Voor de aankoop van oorlogswapens hebben de ordediensten een speciale vergunning van de gouverneur of van de minister van Binnenlandse Zaken nodig. Hoeveel licenties voor de P90 werden al aan de diverse politiediensten afgegeven? Worden deze wapens al dan niet gebruikt in de opleidingscentra van de politie?

De heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken. - Ik zal trachten een zeer precies antwoord te geven.

Het behoort niet tot mijn bevoegdheid informatie te geven over de stand van zaken van een gerechtelijk onderzoek. De rijkswachtbrigade van Momignies heeft de vaststellingen gedaan en heeft het proces-verbaal doorgestuurd naar het parket van Charleroi. Het onderzoek wordt momenteel gevoerd door de bijzondere opsporingsbrigade van de rijkswacht van Charleroi.

Bij deze diefstal werden geen wapens van het type P90 buitgemaakt.

In 1999 en tot op heden werd geen aangifte gedaan van diefstallen van oorlogswapens.

De administratie van de Buitenlandse Economische Betrekkingen op het ministerie van Buitenlandse Zaken geeft de vergunning voor de export van oorlogswapens. Ik heb geen zicht op de productie of de export van de P90.

Het koninklijk besluit van 24 april 1997 bevat de veiligheidsvoorwaarden waaraan moet worden voldaan bij het opslaan, in bewaring geven en verzamelen van vuurwapens en munitie.

Voor de aankoop van de P90 heeft de rijkswacht geen specifieke vergunning nodig. Artikel 22, tweede lid van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie bepaalt immers dat de wet niet van toepassing is op de ambtenaren van het openbaar gezag of van de openbare macht die een wapen dat tot hun voorgeschreven uitrusting behoort, in dienst bij zich hebben of voor de dienst over een dergelijk wapen beschikken. De reglementaire uitrusting van de rijkswacht, die onder meer machinepistolen en automatische vuurwapens omvat, werd vastgelegd in het ministerieel besluit van 25 november 1994. De rijkswacht bezit 114 P90's. Ze worden gebruikt bij bijzondere opdrachten, zoals de begeleiding van waardetransporten. Enkel de personeelsleden die deze bijzondere opdrachten uitvoeren, volgen een specifieke opleiding voor het gebruiken van dat wapen. Ingevolge het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot regeling van de bewapening van de gemeentepolitie kan ik de politiecorpsen een machtiging voor bijzondere bewapening verlenen. De burgemeester moet daartoe een behoorlijk gemotiveerde aanvraag indienen. Ik heb de gemeentepolitie geen enkele bijzondere machtiging voor de P90 verleend. De P90 wordt dan ook niet gebruikt in de opleidingscentra van de politie.