Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-79

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 3-5829 van de heer Vandenberghe H. d.d. 7 september 2006 (N.) :
Nederlandse gezinshereniging. — ę BelgiŽroute Ľ.

Er werd de jongste maanden regelmatig geschreven over de zogenaamde ę BelgiŽroute Ľ. De ę BelgiŽroute Ľ is de naam voor een sluiproute waar Nederlandse allochtonen gebruik van maken om hun gezin te herenigen. In BelgiŽ zijn de huidige regels voor gezinshereniging soepeler dan in Nederland : de verblijfsvergunning is er goedkoper, er is geen verplichte inburgeringscursus, en de minimumleeftijd evenals het vereiste minimuminkomen liggen er lager. Steeds meer Nederlandse migranten komen daarom even in BelgiŽ wonen en laten hun bruid, bruidegom of andere familieleden van buiten de Europese Unie (EU) naar BelgiŽ overkomen. Na enkele maanden kunnen ze dan zonder problemen naar Nederland terugkeren.

Vooral in Antwerpen zou men de consequenties van de discrepantie in wetgeving tussen BelgiŽ en Nederland duidelijk voelen. Men stelt er opvallend meer inschrijvingen van Nederlanders van vreemde origine vast.

Sterker nog, wanneer je op een internetzoekmachine ę BelgiŽroute Ľ intikt, wordt je verwezen naar een website, www.buitenlandsepartner.nl. De website is een initiatief van de Stichting Buitenlandse Partner en is op zijn minst bijzonder omstreden. Wie op de website doorklikt naar ę BelgiŽroute Ľ, vindt een gedetailleerde handleiding om via ons land de veel strengere immigratiewetgeving te omzeilen. De handleiding legt haarfijn uit hoe de Belgische vreemdelingenwetgeving in elkaar steekt, waar ze een woning kunnen huren, hoe ze aan een leefloon geraken, ... Ondertussen zouden zich al meer dan 8 000 mensen geregistreerd hebben op de website.

Graag had ik van de geachte minister het volgende vernomen :

1. Hoeveel burgers met de Nederlandse nationaliteit vestigden zich in de periode 2001-2006 in BelgiŽ ?

2. Hoeveel Nederlandse allochtonen vestigden zich in de periode 2001-2006 in de provincie Antwerpen ?

3. Is de geachte minister op de hoogte van het bestaan van de BelgiŽroute, die misbruik maakt van de soepelere Belgische wetgeving, en van het bestaan van de website www.buitenlandsepartner.nl ? Is hij van plan eventueel op te treden tegen de website ?

4. Welke maatregelen wil hij nemen om de discrepantie in wetgeving tussen BelgiŽ en Nederland weg te werken en zodoende de ę BelgiŽroute Ľ op te doeken ? Is hij van plan daarover overleg te plegen met zijn Nederlandse collega ?

Antwoord : Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

1 en 2. De cijfers inzake het totaal aantal burgers met de Nederlandse nationaliteit die zich in de periode 2001-2006 in gans BelgiŽ vestigden, zijn de volgende :

2001 : 8 294;

2002 : 8 644;

2003 : 8 875;

2004 : 9 202;

2005 : 10 582;

2006 : 7 444 (tot en met september).

In de statistieken wordt geen onderscheid gemaakt tussen Nederlanders bij geboorte en Nederlanders van allochtone afkomst.

3 en 4. Reeds in het begin van dit jaar kwam ik met de Nederlandse minister Verdonck overeen dat intensiever zou worden gecontroleerd of Nederlandse onderdanen die vestiging in BelgiŽ aanvragen effectief op het opgegeven adres in BelgiŽ wonen. Ook de informatie-uitwisseling moest worden versterkt. BelgiŽ verzamelt nu gegevens over het fenomeen en over de betrokkenen. Nederland van zijn kant verzamelt gegevens over de feitelijke verblijfplaats van de Nederlandse onderdanen tijdens de verblijfsprocedure in BelgiŽ en over de terugkeer naar Nederland nadat de verblijfsvergunning werd toegekend. Er wordt eveneens nagegaan of de personen die herenigd willen worden met de ouders over voldoende, regelmatige en stabiele bestaansmiddelen beschikken.

Er hebben ondertussen al meerdere overlegrondes plaatsgehad tussen mijn diensten en de Nederlandse. Het laatste overleg vond plaats op 6 juli 2006. Conclusies waren :

1. een intensievere controle van de werkgeversattesten. In dit kader kan ik u meedelen dat Nederland onderzoekt of de Belgische autoriteiten toegang kunnen krijgen tot hun databank inzake werkgeversattesten;

2. een scherper toezicht op de dubbele inschrijvingen;

3. nagaan of betrokkenen geen sociale steun genieten in een lidstaat ťn tevens werken in een andere lidstaat.

Tegen de webstek van de Nederlandse Stichting Buitenlandse Partner zijn nog geen juridische stappen ondernomen. Er wordt onderzocht of dit mogelijk is.