Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-36

ZITTING 2000-2001

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van FinanciŽn

Vraag nr. 1239 van de heer Van Quickenborne d.d. 18 april 2001 (N.) :
Witwasoperaties bij de invoering van de euro. ≠ Cel voor financiŽle informatieverwerking. ≠ Toepassing van de HARM-tactiek in Nederland. ≠ Belgische strategie.

De bedoeling van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiŽle stelsel voor het witwassen van geld, ook wel de preventiewet genoemd, is de gehele financiŽle sector enerzijds een aangifteplicht en anderzijds een controleplicht op te leggen.

De banken en de andere financiŽle instellingen moeten de Cel voor financiŽle informatieverwerking inlichten indien zij weten of vermoeden dat het gaat om het witwassen van geld dat voorkomt uit zware criminele activiteiten en dit in principe vůůr de uitvoering van de betrokken wisselverrichting. Deze cel onderzoekt de bekomen inlichtingen. Indien uit dat onderzoek blijkt dat er ernstige aanwijzigingen bestaan voor het witwassen van geld dat voortvloeit uit de criminele activiteiten, geeft zij de informatie door aan het gerecht.

Luidens de regering zal deze wetgeving ę ook van toepassing zijn bij de omwisseling van biljetten en munten in Belgische frank tegen biljetten en munten in euro Ľ.

Verder stelt de regering dat deze regeling afdoende is om het witwassen bij de introductie van de euro te voorkomen. De heer Evert-Jan Lammers, directeur Forensic Services van het accountantskantoor KPMG, wijst echter op de enorme volumes die straks op de banken en de financiŽle instellingen afkomen.

Ook de procureur-generaal D. Steenhuis uit Nederland verwacht dat criminelen in de eerste vier weken bij de introductie van de euro zullen profiteren van de drukte bij de banken.

In Nederland is een vrijwel identieke witwaswetgeving van kracht als in BelgiŽ. In het kader van deze meldingsplicht heeft men in Nederland bij het BLOM, de politie-eenheid ter ondersteuning van de landelijke officiers van justitie/Meldpunt ongebruikelijke transacties (MOT), een speciale recherchetactiek ontwikkeld, toegespitst op geldstroomonderzoek. Deze tactiek is de Hit And Run Moneylaundering oftewel de HARM-tactiek.

Deze tactiek vangt aan bij de melding door een financiŽle instelling van een voorgenomen transactie voor substantiŽle bedragen. Op basis van zo'n melding wordt een kortlopend onderzoek ingezet. Primair doel is bewijslast aan te dragen inzake heling van geld (witwassen) en/of wet wisselkantoren en/of fiscaal strafrechtelijke feiten en/of aanzienlijke uitkeringsfraude. Secundair wordt beoogd de criminele organisaties te verstoren. Het HARM-onderzoek start met het verzamelen van informatie uit politieregisters, openbare bronnen en andere registers. Doel is de verdenking te onderbouwen. Zo spoedig mogelijk na de melding wordt een observatieteam opgezet en bij voldoende verdenking wordt de telefoon van de verdachte afgeluisterd. Het onderzoek concentreert zich op de aanhouding van de geldloper en eventuele begeleiders/opdrachtgevers ten tijde van of kort na het uitvoeren van de transactie.

Het HARM-onderzoek levert idealiter binnen de veertien dagen een afgerond PV op. Essentieel is dat er binnen de 48 uur met grote snelheid moet geopereerd worden om tot bevredigende resultaten te komen. Een HARM-zaak leent zich prima voor een ę korte klap Ľ, waarbij een stevige klap wordt uitgedeeld aan criminelen en/of criminele netwerken.

Deze succesvolle tactiek heeft tot gevolg dat men sinds kort regionale HARM-teams heeft samengesteld (in Amsterdam is deze in oprichting, in Rotterdam is deze reeds actief).

Hier bleef het echter niet bij. Gezien het grote succes van deze tactiek hebben het BLOM en het Landelijk Parket het initiatief genomen tot de oprichting van een landelijke HARM-voorziening. In overleg met de betrokken departementen en de raad van hoofdcommissarissen is besloten om binnen het kader van de integrale aanpak van het witwassen bij de invoering van de euro een tijdelijk landelijk HARM-team op te richten.

De eerste doelstelling van dit centrale team is het ondersteunen van de regiokorpsen en andere opsporingsdiensten bij onderzoeken waarbij de HARM-tactiek kan worden toegepast. Deze ondersteuning zal in eerste instantie bestaan uit het aanleveren van de informatie waarop een onderzoek kan worden gestart, maar kan ook bestaan uit het ter beschikking stellen van observatiecapaciteit of tactische rechercheurs met ervaring met de HARM-tactiek. De tweede doelstelling is het zelfstandig uitvoeren van HARM-onderzoeken als de betrokken regio over voldoende capaciteit beschikt of als het een regio overschrijdend onderzoek betreft.

Essentieel is dat zo spoedig mogelijk na ontvangst van de melding een observatieteam wordt ingezet en zo mogelijk telefoongesprekken worden afgeluisterd. In de praktijk is het bijvoorbeeld gebleken dat wisseltransacties al worden aangekondigd terwijl de daaraan voorafgaande drugstransactie nog moet plaatsvinden. Daarom beschikt het landelijke HARM-team over een eigen operationele poot, inclusief observatiecapaciteit en wordt aan het HARM-team een eigen (landelijke) officier van justitie verbonden die de toestemming kan geven om de vermelde onderzoeksdaden te stellen. Het landelijjke HARM-team beschikt over ervaren medewerkers die toegang hebben tot alle landelijke politieregisters, fiscale registers en openbare bronnen en die in verbinding staan met de regionale info-desken.

1. Deelt de geachte minister de bezorgdheid van procureur-generaal D. Steenhuis, de organisatie ę Groupe d'action financiŤre sur le blanchiment de capital Ľ (GAFI) en de heer Evert-Jan Lammers, directeur Forensic Services van het accountantskantoor KPMG, die vrezen dat de criminelen in de eerste vier weken bij de introductie van de euro zullen profiteren van de drukte bij de banken ?

2. Heeft de geachte minister er zich van vergewist, gezien de essentiŽle rol van de financiŽle instellingen als eerste doorgeefluik van informatie, dat de banken en andere financiŽle instellingen maatregelen hebben getroffen qua personeelsbezetting en aanpassing van hun controlesysteem, opdat de witwascontrole, die in iedere instelling moet plaatsvinden, de te verwachten toevloed van transacties in de eerste vier weken van de conversie in de euro op een correcte manier kan worden uitgevoerd ? Zo ja, kan hij dan enkele voorbeelden geven van aanpassingen van de controlesystemen en kan hij bij benadering aangeven hoeveel extra personeelsleden in deze instellingen voor deze taak werden aangesteld ?

3. Volgens de Nederlandse Bank NV is circa 14 miljard gulden onttrokken van het reguliere geldverkeer. Aangenomen wordt dat een aanzienlijk deel hiervan criminele vermogens betreft. Daarnaast neemt de Nederlandse Bank aan dat de Nederlandse criminelen ook gelden verbergen in andere Europese valuta die straks ook in euro's moeten worden geconverteerd. Om hoeveel geld gaat het volgens de geachte minister in BelgiŽ ?

4. Is er binnen het kader van de integrale aanpak van het witwassen bij de invoering van de euro overleg geweest tussen de verschillende betrokken parketten, de Cel voor financiŽle informatieverwerking, de federale politie en de betrokken recherche-eenheden ? Zo ja, wanneer vonden deze plaats, wat waren de resultaten en is er opvolging voorzien ?

5. Heeft men binnen het kader van de integrale aanpak van het witwassen bij de invoering van de euro eveneens een vergelijkbare landelijke instantie (zoals het tijdelijke landelijke HARM-team in Nederland) opgericht die enkel met deze problematiek bezig is en tevens instaat voor bijkomende coŲrdinatie hieromtrent (ter verduidelijking : ik heb het hier niet over de Cel voor financiŽle informatieverwerking, daar deze qua taak en bevoegdheid vergelijkbaar is met haar Nederlandse tegenhanger, het Meldpunt ongebruikelijke transacties, die slechts subsidiair betrokken is bij het HARM-team) ? Beschikt deze instantie over regionale antennes, zoals in Nederland ?

6. Zo ja, wat zijn dan haar verschillende doelstellingen en welke zijn de instrumenten waarover deze beschikt ? Beschikt deze landelijke instantie, gezien uit de praktijk is gebleken dat bijvoorbeeld wisseltransacties al worden aangekondigd terwijl de daaraan voorafgaande drugstransactie nog moet plaatsvinden, over een eigen operationele poot bestaande uit : een eigen observatieteam, eigen rechercheurs met specifieke ervaring rond deze problematiek en een eigen nationale magistraat, zoals voorzien in Nederland ? Wat bedraagt het totale budget voor de instantie ?

7. Zo neen, kan de geachte minister een en ander verklaren ?

8. Heeft de geachte minister gezien de essentiŽle rol van doorgeefluik aan het gerecht van de Cel voor financiŽle informatieverwerking en gezien het feit dat, zeker de eerste weken van de conversie in euro's, er een enorme toevloed van informatie van de verschillende financiŽle instanties zal zijn, een uitbreiding voorzien van het personeelskader van de Cel voor financiŽle informatieverwerking ? Zo ja, om hoeveel mensen gaat het en welke is hun relevante expertise ? Zo neen, kan de geachte minister dit verklaren ?

9. Hoeveel tijd verloopt er tussen de melding van een verdachte transactie en de aflevering van een afgerond PV ?

10. Wat vindt de geachte minister van de Nederlandse HARM-tactiek ? Gaat men deze onderzoekstactiek implementeren in BelgiŽ ?