Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-968

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 27 mei 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Beheersvennootschappen - Boekjaren 2014 en 2015 - Foutieve bedragen - Controlediensten - Cijfers

financiŽle administratie
auteursrecht
cultuurbeleid
boekhouding

Chronologie

27/5/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 30/6/2016 )
13/7/2016 Antwoord

Vraag nr. 6-968 d.d. 27 mei 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar mijn schriftelijke vraag nr. 6-791 van 8 januari 2016 en uw antwoord.

In BelgiŽ zijn verschillende collectieve beheersmaatschappijen actief op het gebied van audiorechten en audiovisuele rechten. Het betreft een hele rits beheersvennootschappen die worden onderverdeeld in diverse groepen : de beheersvennootschappen van auteurs, de beheersvennootschappen van uitgevers, de beheersvennootschappen van uitvoerende kunstenaars, de beheersvennootschappen van producenten en de overkoepelende beheersvennootschappen.

Verscheidene maatschappijen kwamen in het verleden meermaals in een slecht daglicht te staan. Om het hele kluwen transparanter te maken werden diverse wetgevende initiatieven genomen.

In uw antwoord gaf u aan dat u de cijfers voor het boekjaar 2014 nog niet kon mededelen omdat de controlediensten foutieve bedragen hebben vastgesteld bij enkele beheersvennootschappen wat betreft hun schuld aan de rechthebbenden.

Het auteursrecht en onder meer de billijke vergoeding zijn inherent verbonden aan cultuur en cultuurbeleid alsook aan het mediabeleid (via onder meer de televisie- en uitzendrechten en de reprografische rechten). Het is dan ook bij uitstek een transversale gemeenschapsaangelegenheid.

Hieromtrent heb ik de volgende vragen :

1) Beschikt u momenteel over de cijfers van het boekjaar 2014 en kunt u de gedetailleerde cijfers van het uitkeringspercentage, de openstaande saldo's en de inning en de betaling van de rechten van het boekjaar 2014 geven voor elke beheersvennootschap ? Zo neen, waarom niet en wanneer kunnen we deze cijfers verwachten, aangezien we eigenlijk reeds over de cijfers van het boekjaar 2015 zouden moeten beschikken ?

2) Sommige beheersvennootschappen hebben met hun leden afgesproken dat zij de rente op de achterstallige betalingen aanwenden om de kosten van de inning te drukken. Is dat voor alle beheersvennootschappen zo afgesproken en om welke bedragen gaat het per beheersvennootschap voor het laatst gekende boekjaar?

3) Welke problemen hebben uw controlediensten aangetroffen bij bepaalde beheersvennootschappen inzake de schuld aan de rechthebbenden ?

4) Kunt u gedetailleerd oplijsten om welke bedragen het gaat voor de " problemen " die uw controlediensten hebben aangetroffen bij bepaalde beheersvennootschappen voor de schuld aan de rechthebbenden, alsook om welke beheersvennootschappen het gaat? Werden er concrete maatregelen getroffen om dergelijke problemen in de toekomst te vermijden ?

Antwoord ontvangen op 13 juli 2016 :

1) De verificatie van de door de beheersvennootschappen aangegeven cijfers wordt afgesloten met het versturen van een brief naar deze beheersvennootschappen waarin de cijfers (van 2014) worden opgenomen. Dit maakt het onderwerp uit van een publicatie in het jaarverslag (2015) van de Controledienst. De brief, die op 3 mei 2016 werd verstuurd, geeft een termijn van één maand aan de beheersvennootschappen om hierop hun opmerkingen te geven. De analyse van de ontvangen opmerkingen is nog steeds bezig. Het is momenteel dan ook nog niet mogelijk om de definitieve cijfers voor het boekjaar 2014 te geven. Echter, in bijlage III bij het jaarverslag 2014 van de Controledienst worden de bedragen wat betreft de inningen en de verdelingen voor het boekjaar 2014 aangegeven. De andere cijfers voor het boekjaar 2014 zullen vermeld worden in het jaarverslag 2015 van de Controledienst beheersvennootschappen. Tevens zijn de jaarrekeningen van de beheersvennootschappen beschikbaar via de website van de Nationale Bank.

2) Sinds boekjaar 2015 is het niet toegestaan om de financiële opbrengsten te verrekenen met de commissie. Dit houdt met andere woorden in dat de beheersvennootschap zich financiert door middel van de financiële opbrengsten die uit de rechten werden gehaald. In het koninklijk besluit van 25 april 2014 betreffende de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle, de boekhouding en de jaarrekeningen van de vennootschappen voor het beheer van auteursrechten en naburige rechten alsook de informatie die zij moeten verschaffen wordt namelijk verduidelijkt onder artikel 3, § 1, 3°, dat de financiële opbrengsten die voortvloeien uit het beheer van de auteursrechten tot het vermogen van de rechthebbenden behoren. Dit vermogen is strikt gescheiden van het eigen vermogen dat de beheersvennootschap opbouwt, met name via de vergoeding die ze ontvangt uit haar diensten voor het beheer van de rechten. Sinds zijn jaarverslag 2013 weigert de Controledienst om voor de berekening van de werkingskosten van het boekjaar 2012 en de daaropvolgende jaren de interesten in mindering te brengen voor de berekening van de werkingskosten. Deze weigering wordt specifiek vermeld onder bladzijde 24 van het jaarverslag 2013. Zoals het jaarverslag 2012 op bladzojde 19 uitdrukkelijk stelt, aanvaardde de Controledienst tot dan de praktijk dat de interesten in mindering konden worden gebracht met de werkingskosten wanneer de evaluatieregels van de beheersvennootschappen dit toelaten. Deze praktijk had betrekking op de jaren 2007 tot 2011 en voor de volgende beheersvennootschappen : Société des auteurs et compositeurs dramatiques (SACD), Société d’auteurs belgeBelgische Auteurs Maatschappij (SABAM), Société civile des auteurs multimédia (SCAM), Multimediamaatschappij van de auteurs van de visuele kunsten (SOFAM) et Société de l'industrie musicale – Muziekindustrie Maatschappij (SIMIM).

3) Bij enkele beheersvennootschappen is de schuld aan de rechthebbenden zoals ze vermeld hebben in hun aangifteformulier niet gelijk aan de bedragen die in hun jaarrekeningen staan. Om deze reden werden de aangegeven bedragen niet gepubliceerd onder bijlage III van het jaarverslag 2014 en heeft de Controledienst het bedrag van de schuld moeten herberekenen. Anderzijds is het zo dat de jaarrekeningen voorafgaand aan het boekjaar 2015, dat wil zeggen de jaarrekeningen die niet onder de toepassing van het hierboven vernoemd koninklijk besluit van 25 april 2014 vallen, niet toelaten om de verschillende bestanddelen van de schuld te identificeren. Zodoende is het ook niet mogelijk om de gevallen te identificeren waarbij de niet-verdeling niet gerechtigd is. In die gevallen kon de analyse van de door de beheersvennootschappen gegeven uitleg aanleiding geven tot verschillende interpretaties. Een ander probleem bestaat erin dat de aanname van repressieve maatregelen door de Controledienst niet noodzakelijk tot gevolg zou hebben dat de verdeling versneld wordt.

4) Volgens de aangiften van de beheersvennootschappen bedroeg de schuld aan de rechthebbenden op 31 december 2014 488 424 390 euro. Volgens de Controledienst bedroeg deze schuld op 31 december 2014 578 718 790 euro. Er is dus een verschil van 90 294 400 euro. Voorts moet worden vermeld dat het bedrag van 578 718 790 euro een stijging van 54 685 421 euro bedraagt ten opzichte van de schuld op 31 december 2013. De vennootschappen die andere bedragen hebben aangegeven dan deze berekend door de Controledienst zijn de volgende : Association de gestion internationale collective des œuvres audiovisuelles (AGICOA), Beheers- en belangenvenootschap voor audiovisuele producenten (BAVP), Coopérative de perception et d'indemnisation des éditeurs belges (COPIEBEL), deAUTEURS, Librius, License2Publish, Collectieve beheersvennootschap van producenten voor het kopiëren voor eigen gebruik in België (PROCIBEL), Coöperatieve vennootschap voor de reprografierechten van de uitgevers van de periodieke pers (REPROPP), REPROPRESS, Société de droit d’auteur des journalistesJournalisten Auteursmaatschappij (SAJ-JAM), SIMIM en Toneelfonds J. Janssens. De beheersvennootschappen werden bij een brief van 3 mei 2016 uitgenodigd om hun commentaren over de cijfers te geven. De analyse van de antwoorden is nog steeds lopende. Vanaf de aangiften van 2016 over de jaarrekeningen van 2015 zal er geen probleem meer zijn omtrent verschillen tussen de jaarrekening en de aangifte. In het kader van de elektronische aangifte zal de schuld namelijk niet meer aangegeven worden door de beheersvennootschappen maar automatisch uit hun jaarrekeningen geëxtraheerd worden. Deze automatische extractie is onder andere mogelijk gemaakt door de gelijkschakeling van de presentatie van de jaarrekeningen dankzij een model van de jaarrekening opgesteld door de Controledienst op basis van de presentatie van de jaarrekening opgelegd door het hierboven vernoemd koninklijk besluit van 25 april 2014.