Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-958

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 13 mei 2016

aan de staatssecretaris voor Armoedebestrijding, Gelijke Kansen, Personen met een beperking, en Wetenschapsbeleid, belast met Grote Steden, toegevoegd aan de Minister van FinanciŽn

Roofkunst - Tweede Wereldoorlog - Belgische oorsprong - Nederland- Weeskunst - Restitutie

Tweede Wereldoorlog
kunstvoorwerp
cultuurgoed
museum
diefstal
jood
handel in kunstvoorwerpen

Chronologie

13/5/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 16/6/2016 )
16/6/2016 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-957

Vraag nr. 6-958 d.d. 13 mei 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag (nr. 6-891) en het antwoord van de Staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Personen met een Handicap en Wetenschapsbeleid.

Nederland heeft luidens de databank "Herkomst Gezocht" 1621 schilderijen staan waarvan het land niet weet tot wie ze behoren omdat de eigenaars overleden zijn, gevlucht zijn of geen aangifte deden. Er staan ook werken op die na de oorlog per vergissing vanuit Duitsland naar Nederland werden verzonden.

Veel kunstverzamelaars zowel in Nederland als in ons land werden gedwongen hun bezittingen te koop aan te bieden aan tussenpersonen die optraden namens personen binnen het nazi-regime. Het kwam ook voor dat de nazi's de werken rechtstreeks roofden of in beslag namen van politieke gevangenen of bij de vervolging van de Joden.

Nederland heeft een onafhankelijke adviescommissie opgericht die onder meer de minister advies geeft over claims op voorwerpen in de rijkscollectie en de kunstwerken in het bezit van de Staat (lokaal, provinciŽn, enz.) .

Ons land voerde hieromtrent eerder onderzoek. Ik verwijs naar de Commissie voor de Schadeloosstelling van de leden van de Joodse Gemeenschap van BelgiŽ die het onderzoek en de behandeling van de aanvragen tot schadeloosstelling op 31 december 2007 heeft beŽindigd. Het secretariaat van de Commissie heeft eveneens de werkzaamheden stopgezet. De opvolging wordt vanaf 1 januari 2008 verzekerd door de diensten van de Kanselarij van de eerste Minister en vallen heden onder de FOD Wetenschapsbeleid.

De krant De Standaard, in samenwerking met het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek, ging op zoek naar stukken die van Belgische oorsprong zijn en die zich op de Nederlandse databank bevinden. Zij troffen 23 stuks aan. Van deze 23 passeerden er 15 door de handen van een malafide kunsthandelaar, Walter Paesh, die optrad als tussenpersoon voor het toenmalige nazi-regime zoals onder meer Herman GŲring. Zij legden de lijst van 23 werken voor aan de Nederlandse en Belgische experten inzake restitutiezaken, zonder dat ze dit van elkaar wisten. Na kritisch onderzoek zijn al deze experten het alvast onvoorwaardelijk eens over zeven werken. Ze zijn tijdens de oorlog in BelgiŽ gekocht, naar nazi-Duitsland vertrokken en nadien aan Nederland overgemaakt.

Naar verluidt zouden er over deze werken voorbereidende gesprekken hebben plaatsgevonden tussen BelgiŽ en Nederland om af te toetsen of een overdracht tot de mogelijkheden behoort. Een officiŽle vraag werd nog niet gesteld.

Het betreft een transversale aangelegenheid wat de Gemeenschappen betreft. Zowel federale musea als de musea die onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen vallen zijn in het bezit van roofkunsten en zij hebben mogelijke claims op weesstukken die zich in het buitenland bevinden. Het betreft een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij samenwerking aangewezen is om te komen tot een correct restitutiebeleid van roofkunst en dit zowel vanuit onze musea naar andere landen en de rechtmatige eigenaren, alsook vanuit andere landen naar onze musea toe.

Ik had hieromtrent dan ook volgende vragen:

1) Hoe reageert u op de recente onthullingen? Hieruit blijkt dat alleen al wat betreft de weesschilderijen die in bezit zijn van de Nederlandse overheid er 23 werken een link hebben met ons land en er 7 luidens zowel de Nederlandse als de Belgische overheidsexperten in restitutiezaken tijdens de oorlog in ons land werden "gekocht", naar nazi-Duitsland werden gebracht en daarna per vergissing naar Nederland werden verzonden waar ze zich nu nog bevinden.

2) Heeft u weet van of andere werken van Belgische oorsprong (schilderijen, incunabelen, beeldhouwwerken, enz.) die tijdens de oorlog al of niet via tussenpersonen werden "aangekocht" en/of rechtstreeks geroofd door het toenmalige Duitse regime bij particulieren en/of openbare collecties en die achteraf in een ander land per vergissing werden toegestuurd? Zo ja, kan u deze concreet oplijsten (aantallen, namen, oorsprong, land waar ze nu zitten) en aangeven welke concrete stappen er reeds werden ondernomen om deze te laten overdragen aan ons land en de rechtmatige eigenaars of hun erfgenamen, zo zij nog leven? Zo neen, waarom niet en kan u dan aangeven wie er heden actief en concreet onderzoek voert naar deze werken?

3) Kan u een stand van zaken geven wat betreft de hierboven aangehaalde werken en het overleg dat reeds zou hebben plaatsgevonden tussen Nederland en BelgiŽ?

4) Bent u bereid een officiŽle vraag in te dienen tot restitutie van alvast de zeven schilderijen waaromtrent de Belgische en Nederlandse overheidsexperten het eens zijn dat deze legitiem kunnen worden geclaimd door ons land gelet op de historiek, de achterliggende stukken, de datum van aanschaf en de overdracht naar de toenmalige Duitse bezetter? Zo ja, kan u dit concreet toelichten naar timing en inhoud ? Zo neen, kan u uitvoerig aangeven waarom niet?

5) Bent u alvast bereid opdracht te geven om verder onderzoek te laten uitvoeren naar de 23 schilderijen van Belgische oorsprong die heden in Nederland zijn en die mogelijks onder de noemer "roofkunst" vallen en kan u dit concreet toelichten naar timing en budgetten? Wie gaat dit onderzoek concreet doen? Zo neen, waarom niet en kan u toelichten?

Antwoord ontvangen op 16 juni 2016 :

1) Verder onderzoek moet uitwijzen of deze kunstwerken inderdaad per vergissing naar Nederland zijn teruggegeven en niet eerder zijn gekocht via Nederlandse tussenpersonen en naar het toenmalige Duitsland zijn overgebracht.

2) Een paar keer gedurende de laatste drie jaren werden via internationale veilingen verwezen naar kunstwerken, gelieerd aan de Tweede Wereldoorlog en België, die worden verhandeld. Lijsten met tijdens de Tweede Wereldoorlog in België verkochte en verdwenen kunstwerken zijn reeds in de jaren negentig overgemaakt aan de belangrijkste veilinghuizen en aan verschillende internationale diensten die zich met deze problematiek bezighouden. Dit aantal opgenomen kunstwerken zal zeker toenemen wanneer meer en meer Oost-Europese musea hun volledige artistieke verzamelingen online plaatsen.

3) Het Federaal Wetenschapsbeleid en de Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI) zijn niet op de hoogte van deze besprekingen.

4) Indien het om gefundeerde vragen tot restitutie handelt, ben ik bereid om in overleg met federale departementen en de Gemeenschappen hiervoor alle nodige stappen te ondernemen.

Dit moet gebeuren op basis van overleg met de andere genoemde entiteiten.