Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-946

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 27 april 2016

aan de staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Domicilie- en uitkeringsfraude - Herhaalde fraude - Stand van zaken - Preventie - Straffen - Terugvorderingen - Samenwerking met gemeenten

institutionele samenwerking
sociale woning
zwartwerk
domicilie
werkloosheidsverzekering
gemeente
OCMW
FAMIFED
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering
fraude
officiŽle statistiek
valsheid in geschrifte

Chronologie

27/4/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 26/5/2016 )
27/5/2016 Antwoord

Vraag nr. 6-946 d.d. 27 april 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Wat betreft het transversaal karakter: de lokale besturen zijn een gewestbevoegdheid. Het beleidsvoorstel om de gemeenten meer controle te laten uitvoeren op adressen waar reeds eerder domiciliefraude werd gepleegd vergt bijgevolg een overleg tussen de federale overheid en de Gewesten. De strijd tegen domiciliefraude wordt zowel op het federale niveau gevoerd als op het gewestelijk niveau en dan in het bijzonder voor sociale woningbouw, waar de strijd tegen domiciliefraude een prioriteit is. Het is bijgevolg een transversale gewestaangelegenheid.

Uit onderzoek van het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat er een zeer groot draagvlak is onder de Nederlandse burgers om sociale fraude harder aan te pakken. Uit een schrijven van uw Nederlandse evenknie blijkt herhaalde fraude met uitkeringen regelmatig voor te komen. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) alleen al heeft jaarlijks al 2 500 keer te maken met personen die binnen twee jaar opnieuw frauderen.

Ik heb geen weet van recente cijfers hieromtrent wat ons land betreft.

Vanwege onderzoekers op het terrein verneem ik ook dat domiciliefraude dikwijls op dezelfde adressen plaatsvindt. Een interessante beleidssuggestie uit Nederland is dat de gemeente adressen waar domiciliefraude reeds heeft plaatsgevonden nauwlettender controleert.

Graag had ik dan ook van de staatssecretaris een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1) Hoeveel keer liep iemand opnieuw tegen de lamp die eerder betrapt werd op domiciliefraude en dit voor de laatste drie jaar op jaarbasis?

2) Hoeveel keer werd iemand opnieuw betrapt op fraude rond kindergeld, met name door een vals aantal aangegeven kinderen, en dit respectievelijk voor de laatste drie jaar op jaarbasis? Zijn deze cijfers vergelijkbaar met Nederland?

3) Hoeveel keer werd iemand opnieuw betrapt op fraude rond werkloosheidsuitkeringen, met name door een vals aantal aangegeven werkjaren, C4-fraude, of bijverdienen in het zwart, en dit respectievelijk voor de laatste drie jaar op jaarbasis?

4) Hoeveel keer werd iemand opnieuw betrapt op fraude rond leefloon, met name door een vals aangegeven inkomen, valse identiteit, valsheid in geschrifte bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), of bijverdienen in het zwart, en dit respectievelijk voor de laatste drie jaar op jaarbasis?

5) Hoeveel keer werd iemand opnieuw betrapt op fraude rond invaliditeitsuitkeringen, met name door het veinzen van ziekte of handicap, gebruik van valse papieren of valse identiteit, bijverdienen in het zwart of combineren met andere inkomens of uitkeringen, en dit respectievelijk voor de laatste drie jaar op jaarbasis?

6) Beschikt hij over studies of cijfergegevens die de Nederlandse tendens bevestigen, namelijk dat er bij uitkeringsfraude dikwijls sprake is van herhaling van uitkeringsfraude en kan hij deze cijfers en / of studies vrijgeven? Zo neen, is hij bereid dit te laten onderzoeken en in voorkomend geval de gepaste conclusies hieruit te nemen?

7) Is hij er voorstander van om de straffen ingeval van herhaling drastisch op te trekken en zo ja, kan hij dit gedetailleerd meedelen wat de inhoud en het tijdschema zijn?

8) Kan hij meedelen hoeveel deze hardleerse fraudeurs de overheid op jaarbasis kosten aan onterecht uitbetaalde uitkeringen en dit voor de laatste drie jaar? Hoeveel werd hiervan teruggevorderd?

9) Wat vindt hij van de beleidssuggestie om samen te werken met de gemeenten om strenger toe te zien op adressen waar domiciliefraude eerder werd vastgesteld en gaat hij hieromtrent samenzitten met de deelstaten? Kan hij toelichten?

Antwoord ontvangen op 27 mei 2016 :

1) Wat betreft het aantal keren dat iemand opnieuw tegen de lamp liep nadat die eerder betrapt werd op domiciliefraude kan ik u het volgende meedelen :

– Famifed en Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) : geen enkele keer ;

– Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA) : voor de jaren 2013, 2014 en 2015 werden respectievelijk 32, 54 en 60 werklozen administratief gesanctioneerd wegens herhaling van eerdere feiten.

Bij de programmatorische overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI) zijn er geen gegevens bekend over hoeveel keer iemand opnieuw betrapt werd. In tegenstelling tot andere sociale uitkeringen, wordt het recht op maatschappelijke integratie niet federaal toegekend maar door de lokale overheden. De beslissing tot toekenning van het recht op maatschappelijke integratie en de financiële steun aan vreemdelingen wordt na een sociaal onderzoek door het Openbare Centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) toegekend. Het zijn bijgevolg de OCMW’s die in eerste lijn instaan voor de bestrijding van de sociale fraude.

2) Wat betreft het aantal keer dat iemand opnieuw (herhaald) betrapt werd op fraude rond kindergeld, kan ik u meedelen dat sinds oktober 2013, datum van oprichting van een Sociale Fraudecel die binnen Famifed belast is met het beheer en de behandeling van frauduleuze dossiers, er geen enkel geval van recidive werd vastgesteld bij sociaal verzekerden die voorheen reeds hadden gefraudeerd.

3) De RVA heeft in de jaren 2013, 2014 en 2015 respectievelijk 22 349, 21 435, en 20 874 werklozen administratief gesanctioneerd omdat zij hun verplichtingen in verband met hun controlekaart niet waren nagekomen. Meestal ging het om het niet aanduiden van arbeidsprestaties of het niet kunnen voorleggen van de controlekaart terwijl de werkloze nochtans arbeid verrichtte. Er waren respectievelijk 148, 254 en 305 gevallen van herhaling.

In diezelfde jaren werden respectievelijk 182, 206 en 192 werklozen administratief gesanctioneerd omdat zij gebruik maakten van onjuiste stukken, bijvoorbeeld om de toegang tot de uitkeringen te genieten of om verder aanspraak te kunnen maken op uitkeringen. Er werden twee gevallen van herhaling vastgesteld.


2013

2014

2015

Sancties wegens onregelmatigheden met controlekaart

22 349

21 435

20 874

Idem, met herhaling

148

254

305

Sancties wegens gebruik van onjuiste stukken

182

206

192

Idem, met herhaling

-

-

2

4) Met betrekking tot het aantal keer dat iemand opnieuw betrapt werd met fraude rond leefloon kan ik meedelen dat de diensten van de POD MI niet over deze gegevens beschikken.

Belangrijk om weten is wel dat er sinds juli 2014 voor elke aanvraag tot het bekomen van een leefloon en maatschappelijke hulp een kruising plaatsvindt met de gegevensstromen van de KSZ.

Wanneer er uit de kruising blijkt dat bepaalde gegevens niet verenigbaar zijn met de aanvraag zal er een waarschuwing doormiddel van een knipperlicht gegeven worden aan het betrokken OCMW dat er op het ogenblik van de aanvraag een voldoende hoog inkomen aanwezig is zodat de aanvraag volledig of gedeeltelijk ten onrechte gebeurde. Voor lopende dossiers gebeuren deze kruisingen tevens op geregelde tijdstippen.

Voor de dossiers waarvoor er een knipperlicht gegeven werd, dient het OCMW doormiddel van een feed-back-lijst de POD MI op de hoogte te brengen van de stappen die het OCMW naar aanleiding van dit knipperlicht genomen heeft. Het beheer en de controle op deze lijsten gebeurt door de inspecteurs.

Met betrekking tot het voorkomen van een aantal vormen van sociale fraude werden de OCMW’s verplicht om bij elke aanvraag de gegevensstromen te raadplegen. Voor een toekenning van een leefloon is het tevens verplicht om een huisbezoek te doen. De inspecteurs van de POD MI houden doormiddel van een controle op de dossiers hierop toezicht.

De cijfers waarover de POD MI beschikt zijn het aantal dossiers waarvoor er een knipperlicht werd gegeven. Voor de periode juli 2014 tot maart 2016 werd 3 224 035 euro teruggevorderd aan toelagen voor een totaal van 11 422 formulieren.

Dit bedrag heeft betrekking op correctieformulieren die door de OCMW’s werden overgemaakt naar aanleiding van een knipperlicht.

5) Wat de fraude met invaliditeitsuitkeringen betreft zijn er voor de laatste drie jaar volgende aantallen gevallen van recidive vastgesteld door het RIZIV :

– 2013 = 3 gevallen ;

– 2014 = 3 gevallen ;

– 2015 = 3 gevallen.

6) Momenteel beschik ik niet over cijfergegevens of studies waaruit zou blijken of er bij uitkeringsfraude vaak sprake is van herhaling. Hoewel ik bereid ben om dit te onderzoeken, kies ik er voor om de middelen waarover ik beschik aan te wenden om alle gevallen van sociale fraude te voorkomen, ongeacht of die fraude nu voor de eerste dan wel voor de derde keer voor hetzelfde individu of op hetzelfde adres vastgesteld wordt. Ik zet hiervoor niet alleen in op datamatching en datamining, maar ik wijs ook op de aanwerving van zesennegentig inspecteurs ter versterking van de inspectiediensten die door de Ministerraad werd goedgekeurd naar aanleiding van de laatste begrotingscontrole.

7) Op uw vraag of ik er voorstander van ben om de straffen in geval van herhaling drastisch te verhogen, kan ik meegeven dat ik er vooral voorstander van ben dat misbruiken ook effectief opgespoord en gesanctioneerd worden.

Zo voorziet de regelgeving van de POD MI in geval van herhaling binnen de drie jaar vanaf de dag dat een sanctie definitief is geworden, dat de uitbetaling van het leefloon geheel of gedeeltelijk geschorst wordt voor een periode van ten hoogste twaalf maanden, of in geval van bedrieglijk opzet voor een periode van vierentwintig maanden.

In geval van recidive binnen de twee jaar kan het RIZIV de administratieve sanctie aan de sociaal verzekerde verdubbelen.

Recidive bij de RVA heeft voor de werkloze dan weer een verdubbeling van de eerder opgelegde administratieve sanctie bij een eerste herhaling en een verlies van het recht bij een tweede herhaling tot gevolg.

8) Voor de laatste drie jaren werden door het RIZIV volgende bedragen aan onterecht betaalde uitkeringen vastgesteld, waarbij er sprake was van recidive :

– 2013 = 67 149,03 euro ;

– 2014 = 4 626,56 euro ;

– 2015 = 86 263,11 euro.

De RVA houdt geen cijfers bij die specifiek slaan op het bedrag aan onterecht betaalde uitkeringen aan personen die bij herhaling werden gesanctioneerd.

In het algemeen werden in de drie afgelopen jaren op het vlak van domiciliefraude beslist de volgende bedragen terug te vorderen van de uitkeringsgerechtigde werklozen :

2013

2014

2015

33 010 9872,35 euro

36 786 331,57 euro

30 698 541,78 euro

9) Met betrekking tot uw vraag om samen te werken met gemeenten om domiciliefraude vast te stellen, kan ik u meegeven dat de RVA nu reeds nauw samenwerkt met de gemeenten om domiciliefraude op te sporen. De RVA doet immers een beroep op de lokale politie om woonstvaststellingen te doen en bevestiging te vragen van de gezinssamenstelling.

Wanneer hij een onregelmatige gezinstoestand vaststelt deelt de RVA dit mee aan de gemeente. Sinds september 2015 kan de RVA ook opnieuw zelf de werkloze thuis bezoeken, zonder deze eerst naar het werkloosheidsbureau te moeten uitnodigen.

Ook tussen de OCMW’s en de gemeenten bestaat reeds een nauwe samenwerking. De verplichting van het huisbezoek bij elke nieuwe aanvraag van een leefloon vermindert sterk de kans op een domiciliefraude. Wat betreft het overleg met de deelstaten namen mijn beleidsmedewerkers reeds contact op met de beleidscel van mevrouw Homans, om na te gaan of en op welke manier de push van energiegegevens die wij zullen gebruiken in een pilootproject met RVA, Famifed en RIZIV om domiciliefraude op te sporen, ook ter beschikking gesteld kan worden van steden en gemeenten om domiciliefraude of leegstand vast te stellen. Het spreekt voor zich dat deze gegevens enkel kunnen uitgewisseld worden wanneer hiervoor een wettelijke basis aanwezig is en met het nodige respect voor de privacy.

Verder kan ik u meegeven dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalde energiegegevens gebruikt om leegstand op te sporen, net als enkele Waalse steden dit reeds doen.

Tot slot werd in het kader van de begrotingscontrole een Plan strijd tegen de sociale fraude en sociale dumping goedgekeurd op de Ministerraad van 22 april 2016 waarin de rol van delokale politie versterkt wordt in het kader van de strijd tegen de domiciliefraude. Dit zal in de komende maanden verder uitgewerkt worden.