Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-902

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 31 maart 2016

aan de minister van Justitie

Salafisme - giften aan veroordeelde terroristen - opvolging en screening - bevriezen fondsen

extremisme
islam
vluchtelingenhulp
moslim
religieus conservatisme
Nederland
terrorisme

Chronologie

31/3/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/5/2016 )
24/11/2016 Rappel
6/4/2017 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-901

Vraag nr. 6-902 d.d. 31 maart 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ik verwijs naar mijn eerdere schriftelijke vraag nr.6-822 en uw antwoord op mijn vragen betreffende de extremistische stichting Al-Ighaatha die zowel in Nederland als in België opereert.

"Beste broeders en zusters, zoals velen van jullie weten gaan wij vandaag naar een vluchtelingenkamp in Brussel." Het is september 2015 als een man met een lange zwarte baard de eerste actie van Al-Ighaatha aankondigt in een video op Facebook. "We gaan daar vandaag verschillende dingen uitdelen aan de behoeftigen, zoals verzorgingsproducten, kleding voor vrouwen, dekens, snoep voor kinderen en ook geld.", aldus berichtgeving in een Nederlandse krant. (http://www.nrc.nl/next/2016/01/19/zieltjes-winnen-voor-de-islam-in-het-asielzoekersc-157813)

Al-Ighaatha betekent “De Redding” en is de naam van een nieuwe islamitische hulporganisatie. Die werd een half jaar geleden in Nederland opgericht. De stichting bezocht luidens hun eigen berichtgeving al asielzoekers in Brussel, in Haarlem (in september), en in Zutphen (oktober).

Deze zogenaamde hulporganisatie is meer dan zomaar een liefdadigheidsstichting. Behalve het bijstaan van vluchtelingen, heeft de stichting nog een ander doel. Zo verspreidt ze online een video waarin het martelaarschap wordt verheerlijkt. In de video wordt gezongen over "paradijselijke vrouwen" die met een "martelaar" willen trouwen en niet met een "thuisblijver".

De Nederlandse politie maakt zich ernstige zorgen over de stichting en overweegt een strafrechtelijk onderzoek te starten, stellen bronnen van NRC.

Een deel van de door hen opgehaalde hulp gaat naar terrorismegevangenen. Ook voor families van gevangenen wordt gecollecteerd. Over de reden waarom Al-Ighaatha geld voor gevangenen inzamelt, schrijft de stichting op Facebook dat het gaat om "dierbare" broeders die "zonder enige vorm van duidelijk bewijs" zijn opgepakt door "de vijanden van Allaah".

Naast financiële steun verleent Al-Ighaatha gevangenen morele steun. Dit kan door brieven te schrijven. Op straat probeert Al-Ighaatha de islam uit te dragen door moslims "te herinneren aan de geboden en verboden van Allaah". “Straat Dawah” heet dit project, waarvoor de stichting samenwerkt met Ahlus-Sunnah Publicaties. Dit is een groep moslims die op haar website de gewelddadige jihad aanprijst.

In uw antwoord op mijn vraag of bepaalde personen of zogenaamde hulporganisaties gelden overmaken aan veroordeelde terroristen en gevangenen gaf u aan weet te hebben van individuen en groepen die geld inzamelen voor individuen die in de gevangenis zitten en voor terrorisme zijn veroordeeld. Er is tot nader orde geen sprake van grote bedragen die op deze manier overgaan. In voorkomend geval wordt een onderzoek aangevat. Hieromtrent worden geen afzonderlijke cijfers bijgehouden.

Wat betreft het transversaal karakter van deze vraag : er wordt in het Vlaams regeerakkoord aandacht besteed aan het voorkomen van radicalisering. Er is sprake van het oprichten van een cel met experten uit de diverse beleidsdomeinen om radicalisering te voorkomen, te detecteren en te remediëren, met één centraal aanspreekpunt en in samenwerking met andere overheden. De Coördinatie van deze cel ligt bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. Vooral wat betreft de proactieve aanpak en de handhaving vervult de federale overheid een sleutelrol. In de toekomst zal ook een federale ambtenaar van de FOD Binnenlandse Zaken deel uitmaken van deze cel. Het betreft aldus een transversale Gewestaangelegenheid. Ik verwijs tevens naar het recente actieplan van de Vlaamse regering ter preventie van radicaliseringsprocessen die kunnen leiden tot extremisme en terrorisme.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende aanvullende vragen:

1) Kunt u aangeven welke groepen in concreto giften en fondsen overmaken aan veroordeelde terroristen en/of hun familieleden? Kunt u bevestigen dat het om veeleer salafistische en/of extremistische groeperingen gaat en kunt u hen bij naam noemen? Zijn er ook moskeeën die giften doen? Zo ja, dewelke?

2) Kunt u aangeven of de mensen en de organisaties die deze giften doen ook concreet en systematisch worden doorgelicht wat strafrechtelijke antecedenten, tekenen van radicalisering en/of het verheerlijken van terrorisme betreft? Worden in het bijzonder hun financieringsbronnen en donateurs systematisch doorgelicht? Worden hun namen doorgegeven aan de veiligheidsdiensten, gezien hun manifeste sympathie voor de terroristen?

3) Kunt u meedelen of deze fondsen preventief worden bevroren? Het risico bestaat immers dat ingezamelde middelen voor terroristen en hun familie afgewenteld worden voor andere criminele of zelfs terroristische doeleinden. Zo neen, waarom niet en kunt u toelichten of dit niet aangewezen is?

Antwoord ontvangen op 6 april 2017 :

Er zijn verschillende personen en groepen bekend die in België en in andere Europese Lidstaten, actief islamitische gevangenen ondersteunen. Dit is evenwel niet steeds beperkt tot personen die zijn opgesloten wegens terrorisme.

Meer bepaald kan verwezen worden naar Sanabil en feitelijke verenigingen die gelinkt kunnen worden aan de entourage van het voormalige Sharia4Belgium (Free Abu Imran).

Ook in andere Europese landen zijn dergelijke organisatie actief. Zo kan verwezen worden naar Cage Prisoners in het Verenigd Koninkrijk, Behind Bars en Al Ighaatha in Nederland, Ansarul-Aseer (intussen verboden) in Duitsland en Sanabil (intussen verboden) in Frankrijk.

Deze organisaties steunen gevangenen via kleine giften en via het ter beschikking stellen van morele steun en literatuur. Aangezien de steunbedragen bijzonder laag zijn (soms slechts 10 euro) en gericht zijn op het geven van gemak aan specifieke gevangenen is het bijzonder moeilijk om hier tegen op te treden.

In het kader van het plan Radicalisme werd een werkgroep « gevangenissen » opgericht, waar het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen, de federale politie (DJSOC/TERRO) en de VSSE deel van uitmaken. Deze problematiek komt daar ook aan bod.

Ten aanzien van gedetineerden met een terrorisme-achtergrond (veroordeeld voor of verdacht van) wordt nauwlettend toegezien op de invloeden die van en naar deze gedetineerden uitgaan.

Tussen de verschillende Europese politie- en inlichtingendiensten wordt hierover actief informatie uitgewisseld.

Daar waar strafbaar gedrag wordt vastgesteld wordt dit systematisch gemeld aan het bevoegde parket.

Het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen werkt actueel een interne procedure uit teneinde de transacties die worden uitgevoerd via de gevangenisrekeningen nog beter te controleren en, in voorkomend geval, melding te kunnen verrichten bij de Cel voor financiële informatieverwerking indien verdachte verrichtingen in het kader van witwassen of financiering van terrorisme worden vastgesteld, conform de verplichtingen van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme.

Het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen heeft sinds kort toegang tot de gemeenschappelijke gegevensbank Foreign Terrorist Fighters, opgericht met het koninklijk besluit van 21 juli 2016 betreffende de gemeenschappelijke gegevensbank Foreign Terrorist Fighters en tot uitvoering van sommige bepalingen van de afdeling 1bis « het informatiebeheer » van hoofdstuk IV van de wet op het politieambt, waardoor het, specifiek wat betreft de FTF, opzoekingen kan uitvoeren in de databank en zelf informatie kan toevoegen aan de databank, onder andere over eventuele financiering. Dit zal de opvolging van betrokkenen nog verbeteren.

Ter zake kan ook verwezen worden naar de inspanningen in het kader van het project Belfi waarbij, op gezag van het parket-generaal van Brussel, op multidisciplinaire wijze fraude met sociale uitkeringen bij Foreign Terrorist Fighters wordt opgespoord. In het kader van het Kanaalplan, werd in september 2016 beslist om het toepassingsgebied van het project Belfi uit te breiden naar de personen die voor feiten van drugs, wapens, valse documenten en terrorisme werden opgesloten.

Op 7 september 2015 hebben de ministers van Justitie en Financiën een omzendbrief inzake de tenuitvoerlegging van de artikelen 3 en 5 van het koninklijk besluit van 28 december 2006 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme, uitgevaardigd. Hierin wordt de praktische procedure om over te gaan tot de administratieve bevriezing van tegoeden in het kader van terrorismefinanciering bepaald.

Deze procedure werd tijdens deze legislatuur voor de eerste keer toegepast. Tussen mei 2016 en januari 2017 werden de economische tegoeden van 36 personen administratief bevroren in het kader van de strijd tegen de financiering van het terrorisme.

Daarnaast kunnen ook de gerechtelijke overheden in het kader van strafonderzoeken activa in beslag nemen en bankverrichtingen, conform artikel 46quater, § 2, van het Wetboek van strafvordering, blokkeren.

Er dient tot slot te worden opgemerkt dat er uiteraard ook hulporganisaties voor moslimgevangenen bestaan. Deze vanuit humanitair oogpunt opererende informele groepen vormen op geen enkele wijze een probleem. Ook moskeeën spelen soms – met name in de ramadan-periode – een rol in het ondersteunen van moslimgevangenen. Tot op heden werden daarbij nooit problemen opgemerkt.