Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-888

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 17 maart 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Kunstdiefstal - Cijfers - Preventief verzamelen identificatiegegevens - Campagne - Samenwerking met de deelstaten - Publieke databank gestolen kunst

gegevensbank
diefstal
kunstvoorwerp
handel in kunstvoorwerpen
cultuurgoed
zwarte handel
gewesten en gemeenschappen van BelgiŽ
officiŽle statistiek
cultureel erfgoed
kerkfabriek
bewustmaking van de burgers
museum

Chronologie

17/3/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 21/4/2016 )
28/4/2016 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-889

Vraag nr. 6-888 d.d. 17 maart 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ruim twee derde van de in Nederland gestolen kunst en antiek kan nauwelijks worden opgespoord, doordat slachtoffers vaak niet beschikken over exacte gegevens of foto's van de gestolen objecten. Dat zegt Martin Finkelnberg, hoofd van het landelijke politieteam Kunst- en Antiekcriminaliteit, die een database van gestolen kunst beheert. Jaarlijks neemt het team zo'n zevenhonderd gestolen objecten op in zijn digitale kaartenbak. Ruim tweeduizend gestolen goederen worden niet geregistreerd in de database omdat slachtoffers foto's, serienummers, specifieke beschadigingen en andere kenmerken van hun kostbaarheden ontberen. Soms wordt kunst of antiek gevonden bij een vermeende crimineel, maar kan de eigenaar niet meer worden achterhaald. De rechter bepaalt dan of het wordt bewaard, geveild of vernietigd. Het publiek moet alerter zijn, zegt Finkelnberg. Ook rechercheurs zouden kunstregistratie moeten opnemen in hun routine, net zoals dat nu wel bij gestolen auto's gebeurt. Jammer genoeg vallen ook stukken die deel uitmaken van het openbare kunstpatrimonium ten prooi aan diefstallen. Het Centrum voor religieuze kunst en cultuur werkt aldus nauw samen met de Kunstcel van de federale politie.

Bevoegdheid Senaat : de Gemeenschappen zijn bevoegd voor de kunsten, in het bijzonder wat de bescherming van ons cultureel erfgoed betreft. Zo kunnen bijvoorbeeld de kerkfabrieken een beroep doen op Vlaamse subsidies om hun patrimonium te beveiligen tegen diefstal. Vlaanderen werkte mee aan het opzetten van een website (http://www.faronet.be) waar kerkdiefstallen (cf. http://www.religieuserfgoed.be) centraal worden geregistreerd en dit in samenwerking met de Kunstcel van de federale politie.

Ik heb dan ook volgende vragen voor de geachte minister :

1) Is hij bereid om samen met de deelstaten een voorlichtingscampagne op te zetten om burgers, musea en andere openbare instellingen aan te moedigen tot het preventief noteren van alle identificerende elementen van kunst en antieke voorwerpen, opdat deze bij een eventuele diefstal kunnen worden doorgegeven aan de databank gestolen kunst en / of private databanken zoals The Art Loss Register (http://www.artloss.com) ? Zo ja, kan hij dit toelichten ? Zo neen, waarom niet ?

2) Hoeveel objecten worden jaarlijks opgenomen in de databank gestolen kunst en dit voor de laatste drie jaar ? Hoeveel diefstallen betreffen respectievelijk particulieren, openbare musea en kerken ?

3) Is het aantal kunstdiefstallen bij particulieren de laatste drie jaar toegenomen of afgenomen en dit op jaarbasis ?

4) In hoeverre wordt werk gemaakt van een publieke databank van gestolen kunst zoals bepleit door de Kunstcel, alsook door een eerder door de Senaat unaniem goedgekeurd voorstel van resolutie (cf. voorstel van resolutie ter oprichting van een nationale publiek toegankelijke databank voor gestolen kunst en antiek van de heer Tommelein en mevrouw Taelman, stuk Senaat nr. 5-29/5 - 2010/2011) ? Kan hij toelichten wat de inhoud ervan zal zijn en binnen welke termijn ? Kan hij aangeven wanneer deze databank er daadwerkelijk zal zijn? Zo neen, waarom niet en wat zijn de hindernissen?

5) Hoeveel daders zijn de laatste drie jaar veroordeeld voor kunstdiefstal ? Kunnen deze resultaten worden toegelicht? Is verdere inzet op handhaving noodzakelijk ? En zo ja, welke acties zijn op til ?

Antwoord ontvangen op 28 april 2016 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

1) In 2013 besliste de federale politie tot optimalisatie, dewelke een maximale deconcentratie voorziet ten voordele van de arrondissementen. Deze deconcentratie van het operationele werk werd beslist op voorstel van een werkgroep samengesteld uit magistraten, experten en politiemensen. Het doel is de onderzoekers dichter te brengen bij de plaatsen waar de feiten worden gepleegd.

De vroegere directie ter Bestrijding van de criminaliteit tegen goederen (DJB) huisvestte onder meer het programma « ART » dat zich specialiseerde in de aanpak van de illegale handel in kunst en antiek. Door de optimalisatie en het feit dat de illegale handel in kunst en antiek niet als fenomeen aan bod komt in de Kadernota Integrale Veiligheid, noch in het ontwerp van Nationaal Veiligheidsplan 2016-2019, heeft de federale politie beslist om de capaciteit van deze cel onder te brengen in andere fenomenen.

Tot op vandaag ondersteunt de cel ART van FGP / DJSOC diefstalpreventie-initiatieven georganiseerd door de kunstsector zoals musea en openbare instellingen. Dit gebeurt door onder andere het verzorgen van presentaties en het bijwonen van (expert)vergaderingen.

De verantwoordelijkheid inzake de bescherming en het behoud van het cultureel patrimonium valt onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen en de Gewesten. Het is op dat niveau dat dergelijke initiatieven dienen genomen. De federale politie kan natuurlijk deelnemen aan de georganiseerde initiatieven binnen de beschikbare capaciteit.

2) & 3) De weergegeven cijfers zijn enkel indicaties en niet de objectieve weergave van het totaal aantal diefstallen. Het is dus momenteel moeilijk een volledig en correct beeld te geven van het fenomeen.

Door de goede samenwerking met onze externe partners kunnen volgende indicatieve cijfers gegeven worden :

– in musea : twintig diefstallen per jaar ;

– in kerken : vierendertig diefstallen per jaar ;

– bij particulieren : tussen de tachtig à honderd twintig diefstallen per jaar.

Aangezien de cijfers slechts een indicatie zijn, kunnen we geen trends weergeven.

4) Zoals aangegeven in antwoord 1) valt het nemen van dergelijke initiatieven onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen en de Gewesten.

5) Deze vraag valt onder de bevoegdheid van mijn collega, de minister van Justitie.