Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-823

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 4 februari 2016

aan de minister van Justitie

Vluchtelingenopvang - Radicalisering - Steun - Ronselpraktijken - Voorbeeld van de stichting Al-Ighaatha - Gevangenen - Samenwerking met de Nederlandse overheid

vluchtelingenhulp
extremisme
islam
terrorisme
moslim
religieus conservatisme
integratie van migranten
Nederland
politiek asiel

Chronologie

4/2/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 10/3/2016 )
21/9/2016 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-822
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-824

Vraag nr. 6-823 d.d. 4 februari 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Moslims van de stichting Al-Ighaatha zoeken islamitische vluchtelingen op in asielzoekerscentra. Maar tegelijkertijd sympathiseren zij met jihadisten en het martelaarschap.

« Beste broeders en zusters, zoals velen van jullie weten gaan wij vandaag naar een vluchtelingenkamp in Brussel. » Het is september 2015 als een man met een lange zwarte baard de eerste actie van Al-Ighaatha aankondigt in een video op Facebook. « We gaan daar vandaag verschillende dingen uitdelen aan de behoeftigen, zoals verzorgingsproducten, kleding voor vrouwen, dekens, snoep voor kinderen en ook geld. », aldus berichtgeving in een Nederlandse krant (cf. http://www.nrc.nl/next/2016/01/19/zieltjes-winnen-voor-de-islam-in-het-asielzoekersc-1578137).

Al-Ighaatha betekent « De Redding » en is de naam van een nieuwe islamitische hulporganisatie. Die werkt sinds een half jaar geleden vanuit Nederland. De stichting bezocht al asielzoekers in Brussel, eind september 2015 in Haarlem, en in oktober 2015 in Zutphen. Al-Ighaatha geeft niet alleen kleren en dekens, maar ook morele steun. Zo verspreiden zij een oproep om een zestienjarige vluchteling te bezoeken die hier geen familie heeft. Deze zogenaamde hulporganisatie is meer dan zomaar een liefdadigheidsstichting. Behalve het bijstaan van vluchtelingen, heeft de stichting nog een ander doel. Zo verspreidt het online een video waarin het martelaarschap wordt verheerlijkt. In de video wordt gezongen over « paradijselijke vrouwen » die met een « martelaar » willen trouwen en niet met een « thuisblijver ».

De Nederlandse politie maakt zich ernstige zorgen over de stichting en overweegt een strafrechtelijk onderzoek te starten, stellen bronnen van NRC. Wat de situatie urgent maakt, is dat Al-Ighaatha zich bezighoudt met vluchtelingenhulp. Nederlandse minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) wees eerder op het risico dat asielzoekers worden geronseld in opvangcentra. Asielzoekers zijn vaak gefrustreerd over hun lange verblijf in opvangcentra en dit maakt hen vatbaar voor radicalisering.

Een deel van de door hen opgehaalde hulp gaat bovendien naar terrorismegevangenen. Ook voor families van gevangenen wordt gecollecteerd. Over de reden waarom Al-Ighaatha geld voor gevangenen inzamelt, schrijft de stichting op Facebook dat het gaat om « dierbare » broeders die « zonder enige vorm van duidelijk bewijs » zijn opgepakt door « de vijanden van Allaah ».

Naast financiële steun verleent Al-Ighaatha gevangenen morele steun. Dit kan door brieven te schrijven. Op straat probeert Al-Ighaatha de islam uit te dragen door moslims « te herinneren aan de geboden en verboden van Allaah ». « Straat Dawah » heet dit project, waarvoor de stichting samenwerkt met Ahlus-Sunnah Publicaties. Dit is een groep moslims die op haar website de gewelddadige jihad aanprijst.

Wat betreft transversaal karakter van deze vraag : in het Vlaams regeerakkoord wordt er aandacht besteed aan het voorkomen van radicalisering en is er sprake van « het oprichten van een cel met experten uit de diverse beleidsdomeinen om radicalisering te voorkomen, te detecteren en te remediëren, met één centraal aanspreekpunt en in samenwerking met andere overheden. De coördinatie van deze cel ligt bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. Vooral wat betreft de proactieve aanpak en de handhaving vervult de federale overheid een sleutelrol. In de toekomst zal ook federale ambtenaar van de federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken deel uitmaken van deze cel ». Het betreft aldus een transversale gewestaangelegenheid. Ik verwijs tevens naar het recente actieplan van de Vlaamse regering ter preventie van radicaliseringsprocessen die kunnen leiden tot extremisme en terrorisme.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1) Hebben uw diensten weet van activiteiten en / of bezoek vanwege de Nederlandse organisatie Al-Ighaatha in opvangcentra van vluchtelingen in ondermeer Brussel ? Zo ja, hoeveel maal vonden deze plaats, waar en hoe wordt hiertegen gereageerd ?

2) De organisatie Al-Ighaatha richt zich in het bijzonder tot minderjarigen om hen « morele » en « financiële » steun te bieden. Hebben uw diensten hier weet van en hoe wordt er opgetreden tegen deze stichting die het martelaarschap en het terrorisme verheerlijkt ? Kan u dit specifiek toelichten naar preventie, screening en handhaving toe ?

3) Staat u in rechtreeks contact met uw Nederlandse collega's wat betreft de stichting Al-Ighaatha en hun aanverwante verenigingen en werd er tegen hen ook in ons land een strafrechtelijk onderzoek opgestart ? Zo ja, kan u toelichten ? Zo neen, waarom niet ?

4) Heeft u weet van andere organisaties die asielzoekers actief benaderen en ronselen in de opvangcentra en de gevangenissen ? Kan u dit toelichten met cijfers en meedelen welke maatregelen die de respectieve overheden treffen om deze ronselpraktijken te voorkomen ? Werd dit probleem reeds geagendeerd in het Overlegcomité ?

5) Heeft u weet van zogenaamde hulporganisaties uit binnen- en buitenland die gevangenen die veroordeeld werden wegens terrorisme financieel en moreel ondersteunen ? Kan u dit fenomeen met cijfers toelichten en meedelen hoe hiertegen wordt opgetreden ?

Antwoord ontvangen op 21 september 2016 :

1), 2) & 3) De Nederlandse organisatie Al-Ighaatha is zowel gekend bij de Veiligheid van de Staat (VSSE) alsook binnen het Gevangeniswezen (DG EPI). De activiteiten van deze organisatie hebben evenwel nooit op concrete wijze de aandacht van de VSSE getrokken. Er zijn heden geen elementen die wijzen op activiteiten van Al-Ighaatha in België.

De organisatie maakt momenteel niet het voorwerp uit van een internationale samenwerking. Er bestaat evenwel de gewoonte tussen inlichtingendiensten om elkaar op de hoogte te brengen en houden indien er nieuwe relevante gebeurtenissen zich voordoen.

Er zijn ter zake ook geen gerechtelijke dossiers lopende.

4) & 5) De VSSE beschikt niet over informatie die zou kunnen wijzen op uitgesproken rekruteringspogingen ten opzichte van asielzoekers vanwege radicale of terroristische organisaties. Daarentegen zijn er wel geïsoleerde meldingen van toenaderingspogingen tot vluchtelingen door mogelijk radicale figuren die pro-jihadi standpunten uiten in bepaalde opvangcentra, maar zonder dat er hier concrete cijfers uit kunnen worden gedestilleerd.

De VSSE beschikt over informatie met betrekking tot één Franse organisatie die bijstand verleent in de vorm van morele (via brieven) of financiële (door het organiseren van collectes) steun aan een beperkt aantal gedetineerden in België die in de cel zitten voor feiten van terrorisme.

Het Actieplan Radicalisme en het Actieplan Aanpak radicalisering in gevangenissen vormen de basis voor de samenwerking tussen alle betrokken overheidsinstanties. Naast informatie-uitwisseling kunnen hierbinnen ook tegenmaatregelen genomen worden.