Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-674

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 18 juni 2015

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Federale politie - Cel " Kunst en Antiek " - Toekomst - Overleg met de sector - Versterkte inzet - Verhouding met de buurlanden

politie
diefstal
kunstvoorwerp
museum
zwarte handel
cultureel erfgoed

Chronologie

18/6/2015 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 23/7/2015 )
28/10/2015 Rappel
10/3/2016 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-675

Vraag nr. 6-674 d.d. 18 juni 2015 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Ons land zet relatief weinig middelen in wat betreft de bestrijding van diefstal van kunst en antiek en de bescherming van ons cultureel patrimonium in handen van particulieren, religieuze instellingen en de overheid. Desondanks beschikken we over een kleine, doch efficiŽnte cel die deze criminaliteit viseert. Het betreft de cel " Kunst en Antiek " bij de federale politie.

Deze cel staat in voor :

- het beheer, de analyse en exploitatie van relevante documentatie die betrekking heeft op diefstal en illegale kunsthandel op nationaal en internationaal vlak ;

- de technische en documentaire ondersteuning voor gerechtelijke opdrachten (dieven en helers van kunstvoorwerpen, objecten, fenomenen) ;

- het beheer van nationale en internationale dossiers met betrekking tot kunstdiefstallen en illegale kunsthandel, bijzondere politietechnieken ; en

- de coŲrdinatie van internationale rogatoire missies en het nationaal contactpunt voor binnen- en buitenlandse politiediensten wat betreft kunst en antiek.

Deze cel speelt een cruciale rol in het vrijwaren van ons kunstpatrimonium. Getuige het opzetten van een interactieve databank met de religieuze instellingen in samenwerking met het Art Research Team van de federale politie.

Andere landen hebben een zeer uitgebreide cel kunsten die sterk bemand is en die specifiek inzet op het vrijwaren van het culturele erfgoed. Ik verwijs naar onder meer Frankrijk (cf. http://www.police-nationale.interieur.gouv.fr/Organisation/Direction-Centrale-de-la-Police-Judiciaire/Lutte-contre-la-criminalite-organisee/Office-central-de-lutte-contre-le-trafic-de-biens-culturels), Duitsland, Nederland en ItaliŽ. U vindt op volgende link een duidelijk overzicht van alle nationale gespecialiseerde eenheden : http://www.unesco.org/new/fr/culture/themes/illicit-trafficking-of-cultural-property/partnerships/specialized-police-forces/.

Deze vraag betreft een transversale aangelegenheid wat de Gemeenschappen betreft (cultuur en in het bijzonder het vrijwaren van het cultureel roerend erfgoed, diefstal uit musea).

Graag had ik u volgende vragen voorgelegd :

1) Kunt u aangeven hoeveel mensen er momenteel werkzaam zijn in de cel " Kunst en Antiek " van de federale politie ? Acht u dit voldoende in vergelijking met de aantallen bij onze buurlanden ?

2) Naar verluidt wordt overwogen om de cel "Kunst en Antiek" bij de federale politie op te heffen ? Vanwaar komt dit gerucht ? Klopt deze informatie ? En zo ja, kunt u aangeven hoe wij ons cultureel patrimonium kunnen vrijwaren als er geen centrale cel is bij de federale politie ? En kunt u zeer gedetailleerd aangeven welke dienst en met welke manschappen men deze rol zal vervullen die cruciaal is om het cultureel erfgoed te vrijwaren van diefstal ?

3) Hebt u omtrent de mogelijke opheffing van de cel " Kunst en Antiek " overlegd met alle stakeholders, namelijk de kunstensector, de antiquairs, de musea en de respectieve ministers van Cultuur bij de Gemeenschappen ? Zo neen, waarom niet ? Zo ja, kunt u toelichten wat hun standpunt was ?

4) Kunt u aan de hande van cijfers toelichten hoe de inzet van de politiediensten in ons land zich verhouden tot de inzet van onze buurlanden wat betreft kunstdiefstal en het vrijwaren van ons cultureel patrimonium?

Antwoord ontvangen op 10 maart 2016 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

1) Bij de huidige federale gerechtelijke politie, directie « Zware en georganiseerde criminaliteit » (DJSOC), is er een cel Kunst & Antiek (ART) actief. Deze cel heeft twee medewerkers (een operationeel lid en een Calog-medewerker) en volgt zowel op nationaal als internationaal niveau dit fenomeen op. Daarvoor onderhoudt de cel contacten met de diverse partners betrokken bij het beheer van « kunst en cultuurgoederen ».

De behandeling van concrete onderzoeksdossiers wordt door de gedeconcentreerde gerechtelijke eenheden afgehandeld in opdracht van de gerechtelijke overheden.

Het takenpakket dat eigen is aan een centrale dienst binnen DGJ en dat wordt uitgevoerd door de cel, kan worden uitgevoerd door de actuele bezetting. Een vergelijking met buurlanden is nagenoeg niet mogelijk ; daarvoor dienen de takenpakketten per land te worden geïnventariseerd en in detail te worden vergeleken.

2) In het kader van de optimalisatie van de federale politie wordt een aanpassing van de personeelsformatie doorgevoerd en wordt een stuk van de capaciteit op centraal niveau afgebouwd. De OT3 legt deze nieuwe personeelsformatie vast. Het koninklijk besluit van 27 oktober 2015 tot vaststelling van de personeelsformatie van de federale politie, werd op 30 oktober 2015 gepubliceerd, en trad in werking op 26 oktober 2015.

De centrale directie van de Bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit zal overeenkomstig het koninklijk besluit 292 personeelsleden tellen, waarvan 40 voor de programmawerking, zoals voorzien in artikel 95 van de wet op de geïntegreerde politie.

Gelet op de huidige capaciteit is het bestaan van een centrale cel ART niet meer mogelijk. De taken die voordien werden opgenomen door het centrale niveau, zullen daar dus niet meer worden aangeboden.

In de meeste arrondissementele directies van de federale gerechtelijke politie (FGP’s) zijn er echter één of soms meerdere referentierechercheurs voor kunstcriminaliteit. Zij zullen dus verder worden ingeschakeld op het ogenblik dat er een gerechtelijk onderzoek opgestart wordt inzake kunstcriminaliteit binnen hun arrondissement. Zoals het voorstel er nu voorligt, zal het gedeconcentreerde niveau zich zodanig moeten organiseren dat de expertise over de arrondissementen heen zal worden gedeeld en dat de coördinatie voor dossiers die de arrondissementen overstijgen verzekerd blijft. Ook vragen van buitenlandse collega’s in het kader van internationale politiesamenwerking zullen bij voorrang door deze referentierechercheurs binnen de gerechtelijke directies worden behandeld.

3) De federale politie is zelf verantwoordelijk voor het optimaal organiseren van haar diensten; het is dus niet de taak van de minister om hierover overleg te organiseren met de stakeholders.

De federale politie heeft geen overleg met de partners gepleegd. De uitvoering van het koninklijk besluit inzake de personeelsformatie zal uiteraard met communicatie naar de betrokkenen gepaard gaan.

4) Een vergelijking is niet mogelijk. Bovendien heeft het geen zin de aantallen van diverse buitenlandse diensten te vergelijken: om een gedegen vergelijking te maken dient men na te gaan welke specifieke taken deze buitenlandse diensten uitvoeren.