Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-274

van Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) d.d. 4 december 2014

aan de minister van Justitie

Geweld jegens holebi's - Aangiftebereidheid - Cijfers

seksuele minderheid
geweld
officiële statistiek
lichamelijk geweld
gerechtelijke vervolging
straffeloosheid

Chronologie

4/12/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2015 )
27/5/2015 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-273

Vraag nr. 6-274 d.d. 4 december 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Deze vraag betreft gelijke kansen en is dus conform artikel 79 van het Reglement een bevoegdheid van de Senaat. Het betreft tevens een transversale aangelegenheid - gemeenschappen.

Uit divers onderzoek waaronder dat van John Vincke, socioloog aan Universiteit Gent, blijkt dat er sprake is van een toename van homofoob geweld.

Het Interfederaal Gelijkekansencentrum publiceerde voor 2012 de cijfers over discriminatie op grond van seksuele geaardheid. In 2012 registreerde het centrum 1315 dossiers van mogelijke discriminatie, waarvan 82 of 6,2% met betrekking tot seksuele geaardheid. Dit cijfer is vergelijkbaar met de 89 dossiers die in 2011 geregistreerd werden. Het centrum stelde echter wel een duidelijk merkbare stijging van de dossiers over, soms extreem, homofoob geweld vast.

Om een duidelijker beeld te krijgen op een mogelijke toename van de aangiftes van gewelddadige agressie ten aanzien van holebi's zijn er sinds 2008 richtlijnen voor de parketten om agressiedaden tegen holebi's aan te pakken.

Uit onderzoek dat werd uitgevoerd in opdracht van de toenmalige minister van Justitie, bleek dat één op drie holebi's zich minstens één keer per maand onveilig voelt omwille van zijn of haar geaardheid. Bijna zes op tien homo's kreeg al te maken met verbaal geweld. Twintig procent van de ondervraagden werd al bedreigd, tien procent was het slachtoffer van fysieke agressie.

1) Kan de minister aangeven, en dit op jaarbasis voor de laatste drie jaar, hoeveel personen werden vervolgd wegens homofobe feiten? Kunnen deze cijfers uitvoerig worden toegelicht?

2) Kan hij aangeven, en dit op jaarbasis voor de laatste drie jaar, hoeveel aangiftes werden gedaan van verbaal of fysiek geweld jegens holebi's? Kunnen deze cijfers worden opgesplitst per stad of regio om een duidelijk beeld te krijgen van waar de meeste feiten zich voordoen?

3) Bevestigen de laatste cijfers waarover de minister beschikt, de toename van het aantal aangiftes? Zo ja, is er sprake van een werkelijke toename van het aantal feiten of is de aangiftebereidheid toegenomen? Kunnen de recentste cijfers hierover worden vrijgegeven en uitvoerig worden toegelicht?

4) Kan hij op jaarbasis voor de laatste drie jaar aangeven hoeveel daders van verbaal en fysiek homofoob geweld respectievelijk werden beboet en/of tot een gevangenisstraf veroordeeld? Wat leidt hij uit deze cijfers af? Is hij van plan nieuwe maatregelen te nemen?

5) Kan hij aangeven welke maatregelen er zullen worden getroffen om de aangiftebereidheid voor geweld jegens holebi's te verhogen? Kan dit inhoudelijk worden toegelicht? Wat is het tijdspad?

Antwoord ontvangen op 27 mei 2015 :

1) In bijlage wordt er een overzicht gegeven van het aantal zaken van homofobie die vanaf 2011 tot en met het eerste semester van 2014 zijn ingestroomd bij de correctionele parketten. Het informaticasysteem REA/TPI voorziet de mogelijkheid om het onderscheid te registreren tussen een voornaamste tenlastelegging en secundaire tenlasteleggingen. De in de in bijlage bijgevoegde tabellen en grafieken opgenomen misdrijven, betreffen misdrijven die werden vastgesteld op grond van de voornaamste of secundaire tenlasteleggingscode homofobie. Er wordt opgemerkt dat hierbij de strafzaak als rekeneenheid wordt gebruikt, waarbij eenzelfde zaak een of meer beklaagden kan tellen.

2) en 3) De federale politie maakte een analyse aan de hand van de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG). Uit die analyse blijkt dat de feiten van homofobie, zoals gepubliceerd op de website www.polfed.be, uitsluitend slaan op de misdrijven die in het kader van de antidiscriminatiewet van 2007 zijn geregistreerd. De « gewone » misdrijven (zoals verbaal en fysiek geweld) die wegens homofobie worden gepleegd, vallen niet onder die categorie. Voor die misdrijven maakt de homofobe aard geen wezenlijk deel uit van de nomenclatuur die wordt gebruikt om de processen-verbaal in de ANG te kwalificeren. Voor die informatie is er dus geen verplicht veld voorzien, wat maakt dat de vermelding van de homofobe aard facultatief is. Er kan derhalve geen uitspraak worden gedaan over de betekenis van de cijfers inzake homofobe feiten.

De gegevens zijn aldus geen indicatie voor de daadwerkelijke criminaliteit inzake misdrijven van homofobie. De kwantitatieve gegevens in de tabellen en grafieken van deze analyse geven immers enkel de dossiers weer die bij de parketten aanhangig zijn gemaakt. Niettemin stellen de analisten in deze context vast dat de zaken van homofobe aard weinig talrijk zijn. Het geringe aantal dossiers dat onder de context ‘homofobie’ is geregistreerd, leidt dan ook tot de volgende bemerkingen.

Ten eerste kan uit het aantal in de parketten geopende dossiers geen beeld worden opgemaakt van het criminologische verschijnsel homofobie. Het is immers waarschijnlijk dat homoseksuele personen klacht neerleggen bij de politie zonder stil te staan bij de homofobe aard van het geweld, waarvan zij het slachtoffer zijn of dat de slachtoffers beslissen om geen klacht neer te leggen bij de politie.

Het gegeven dat de politie vóór de invoering van de specifieke tenlasteleggingscode niet altijd de homofobe aard van het misdrijf vermeldde in het aanvankelijke proces-verbaal, kan trouwens ook een verklaring zijn voor het lage aantal homofobie-dossiers in het verleden. De invoering van een specifieke tenlasteleggingscode voor homofobie komt hieraan tegemoet. Dat is de verdienste van circulaire COL 13/2013. Voortaan selecteert de politie immers stelselmatig een tenlasteleggingscode, waardoor de tenlastelegginscode « homofobie » mogelijk meer zal worden gebruikt.

Tenslotte kan het ook zijn dat de contextcode « homofobie » vóór de invoering van de specifieke tenlasteleggingscode weinig werd gebruikt, omdat de vermelding « homofobie » niet was opgenomen in het informaticasysteem REA/TPI. Voorts is het mogelijk dat de magistraat van het correctioneel parket het administratief personeel niet vroeg om de context « homofobie » aan het dossier toe te voegen.

4) De dienst voor het Strafrechtelijk Beleid beschikt niet over de veroordelingscijfers voor dit soort van misdrijven, omdat de gegevensbank nog niet voldoende is ontwikkeld.

5) In de beleidsverklaring van 17 november 2014, wordt melding gemaakt van actieve medewerking aan het beleid tegen discriminatie en racisme, onder meer door de voortzetting van een nultolerantie-beleid tegen alle vormen van geweld, waaronder gender gerelateerd geweld, seksueel geweld, homofobie en transfobie.

In het interfederaal actieplan tegen het homofoob en transfoob geweld van 31 januari 2013, worden er verschillende maatregelen vermeld ter bevordering van de melding en registratie van homofobe haatmisdrijven, zowel bij de politie als bij het Interfederaal Gelijkekansencentrum en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, twee interfederale organen die gemachtigd zijn om van dergelijke klachten kennis te nemen. Hiernaast werd er eveneens besloten tot de opmaak van een nieuw interfederaal actieplan tegen homofobe en transfobe discriminatie, waaraan Justitie meewerkt.

Bijlagen :

Aantal wegens homofobe feiten vervolgde personen, uitgedrukt per jaar.

Tabel 1 : Aantal homofobe feiten ingestroomd bij de correctionele parketten van België tussen 1 januari 2011 en 30 juni 2014. Gegevens weergegeven per rechtsgebied en per jaar van instroom op grond van de tenlasteleggingscode of de geregistreerde contextcode (aantal en percentage per lijn).

 

56E – Homofobie

Context homofobie

Totaal

2013

1e semester 2014

2011

2012

2013

1e semester 2014

a

%

a

%

a

%

a

%

a

%

a

%

a

%

ANTWERPEN

ANTWERPEN

2

16,67

7

58,33

.

.

1

8,33

1

8,33

1

8,33

12

100,00

TURNHOUT

.

.

1

100,00

.

.

.

.

.

.

.

.

1

100,00

HASSELT

.

.

1

25,00

3

75,00

.

.

.

.

.

.

4

100,00

TONGEREN

.

.

1

25,00

.

.

1

25,00

2

50,00

.

.

4

100,00

MECHELEN

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

BRUSSEL

BRUSSEL

.

.

2

50,00

.

.

1

25,00

1

25,00

.

.

4

100,00

LEUVEN

.

.

1

25,00

1

25,00

2

50,00

.

.

.

.

4

100,00

NIJVEL

2

33,33

3

50,00

1

16,67

.

.

.

.

.

.

6

100,00

GENT

GENT

1

16,67

4

66,67

.

.

.

.

1

16,67

.

.

6

100,00

DENDERMONDE

.

.

1

14,29

.

.

4

57,14

2

28,57

.

.

7

100,00

OUDENAARDE

.

.

1

50,00

.

.

.

.

1

50,00

.

.

2

100,00

BRUGGE

1

25,00

1

25,00

.

.

.

.

2

50,00

.

.

4

100,00

KORTRIJK

.

.

1

100,00

.

.

.

.

.

.

.

.

1

100,00

VEURNE

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

IEPER

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

LUIK

LUIK

3

12,00

4

16,00

3

12,00

6

24,00

8

32,00

1

4,00

25

100,00

HOEI

.

.

3

100,00

.

.

.

.

.

.

.

.

3

100,00

VERVIERS

1

25,00

.

.

1

25,00

2

50,00

.

.

.

.

4

100,00

NAMEN

2

66,67

1

33,33

.

.

.

.

.

.

.

.

3

100,00

DINANT

.

.

1

100,00

.

.

.

.

.

.

.

.

1

100,00

AARLEN

.

.

1

25,00

.

.

1

25,00

2

50,00

.

.

4

100,00

NEUFCHÂTEAU

.

.

2

50,00

.

.

1

25,00

.

.

1

25,00

4

100,00

MARCHE-EN-FAMENNE

.

.

1

100,00

.

.

.

.

.

.

.

.

1

100,00

BERGEN

CHARLEROI

4

57,14

2

28,57

.

.

.

.

1

14,29

.

.

7

100,00

BERGEN

2

33,33

4

66,67

.

.

.

.

.

.

.

.

6

100,00

DOORNIK

.

.

5

100,00

.

.

.

.

.

.

.

.

5

100,00

Totaal

18

15,25

48

40,68

9

7,63

19

16,10

21

17,80

3

2,54

118

100,00

Bron: Gegevensbank van het College van procureurs-generaal – statistisch analisten Extractiedatum: 10 juli 2014.

Grafiek 1: Evolutie van het aantal zaken van homofobie ingestroomd in de correctionele parketten in België tussen 1 januari 2011 en 30 juni 2014.


Bron: Gegevensbank van het College van procureurs-generaal – statistisch analisten Extractiedatum: 10 juli 2014.