Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2258

van Christie Morreale (PS) d.d. 17 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Ziekenhuizen - Kraamafdeling - Mogelijkheid voor vaders om te blijven na de geboorte van een kind

moederschap
verwantschap
ziekenhuis
ziekenhuisopname

Chronologie

17/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 21/2/2019 )
4/3/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1815

Vraag nr. 6-2258 d.d. 17 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Frans)

Vanuit de bekommernis tot een betere verdeling van de ouderlijke taken te komen, wordt er vandaag nagedacht om vaders of comoeders toe te staan om bij de moeder en het kind te blijven in de kraamafdeling. In de meeste gevallen is de vader overdag welkom, maar ' s nachts wordt hij vaak naar huis gestuurd, wat niet bevorderlijk is voor een goede verdeling van de ouderlijke taken. Vroedvrouw Francine Caumel-Dauphin drukt het in haar nieuwe werk 'Mieux accoucher, c'est possible – Pour en finir avec " Accouche et tais-toi!' ' als volgt uit: het uitsluiten van een van de scheppers van dit wezentje heeft een negatieve invloed op het zich bewust worden van diens educatieve rol. Die analyse wordt gedeeld door Mathieu Azcue, vroedvrouw en doctorandus in de sociologie.

Er zijn uiteraard medische redenen voor het verschil in behandeling. Maar het komt erop neer dat de emoties van beide ouders aan de kant worden geschoven, alsof de bevalling enkel een medisch gebeuren is en geen emotionele omwenteling.

In een document van maart 2014 over het vroegtijdig verlaten van de kraamafdeling maakte de Haute autorité de santé française (HAS) bekend dat ze toestaat dat er meer rekening wordt gehouden met het gezinsaspect van de geboorte: de scheiding met de ouders wordt beperkt, de vader zou vlugger aanwezig zijn en door de inkorting van het verblijf in de kraamafdeling zou er vaker een beroep op hem worden gedaan (deelname aan de huishoudelijke taken en de zorg voor de pasgeborenen). Maar in realiteit wordt dat zo geprezen gezinsaspect vaak vergeten in de kraamafdeling zelf. Bijgevolg hebben verschillende Franse ziekenhuizen de stap gezet en stellen ze een zetel ter beschikking, zodat de vaders kunnen blijven. In de meeste kraamafdelingen is er echter – officieel – nergens in voorzien voor de begeleiders.

Deze vragen behoren tot de bevoegdheid van de Senaat aangezien ze een federale materie betreffen die een invloed heeft op de bevoegdheden van de deelstaten op het vlak van gelijke kansen, vrouwenrechten, enzovoort.

Moeten we niet alle kraamafdelingen aansporen, met het oog op het scheppen van een band tussen vader en kind van bij de geboorte, om telkens een verblijf voor te stellen waarbij de twee leden van het paar kunnen blijven, en niet enkel de moeder die bevallen is? Denkt u niet dat die mogelijkheid zou kunnen bijdragen tot een beter evenwicht tussen de ouders? Bieden de Belgische ziekenhuizen die dienst aan?

Antwoord ontvangen op 4 maart 2019 :

Deze vraag valt niet onder mijn bevoegdheid, maar onder die van mijn collega Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Asiel en Migratie.

Van mijn kant heb ik net een campagne gelanceerd met de titel "Ouderschapsverlof zoekt vaders", om vaders aan te moedigen om ouderschapsverlof te nemen om zo een betere verdeling van de huishoudelijke en zorgtaken tussen ouders mogelijk te maken, waarbij de nadruk wordt gelegd op het evenwicht tussen werk en privéleven (www.ouderschapsverlofzoektvaders.be).