Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2257

van Christie Morreale (PS) d.d. 17 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Seksueel geweld - Slachtoffers - Ziekenhuizen - Opvang - Afwezigheid - Maatregelen - Seksuele Agressie Set (SAS) - Eventuele verplichting tot uitvoering

seksueel geweld
positie van de vrouw
ziekenhuis
bewijs
slachtoffer

Chronologie

17/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 21/2/2019 )
27/5/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1811

Vraag nr. 6-2257 d.d. 17 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Frans)

In november 2017 hebt u drie centra opgericht voor de opvang van slachtoffers van seksueel geweld: één in het Sint-Pieters Ziekenhuis te Brussel, één in het CHU van Luik en één in het UZ Gent. Het doel van deze centra is een betere, snelle en efficiënte opvang van slachtoffers van seksueel geweld, met alle mogelijke beschikbare hulp op één enkele plaats, met speciaal daartoe opgeleid personeel.

Deze opvangcentra voor slachtoffers van seksueel geweld doen volgens de staatssecretaris een beroep op specialisten op medisch, psychologisch, politioneel en juridisch vlak. De centra zijn permanent geopend (vierentwintig uur op vierentwintig en zeven dagen op zeven). Naast medische, psychologische en administratieve hulp aan de slachtoffers en hun onmiddellijke omgeving, verzamelen en bewaren de centra ook bewijsmateriaal.

De oprichting van deze centra is een goede zaak, maar één aspect lijkt me problematisch.

Al deze vragen vallen onder de bevoegdheid van de Senaat in de mate dat ze betrekking hebben op een federale aangelegenheid, die een invloed heeft op de bevoegdheden van de deelstaten inzake gezondheid, gelijke kansen, vrouwenrechten, enzovoort.

Onlangs maakte de pers melding van een vrouw die in het midden van de nacht was verkracht. Na een klacht op het commissariaat werd ze naar het dichtstbijgelegen ziekenhuis gebracht, te Verviers. Maar het ziekenhuis zou een Seksuele Agressie Set (SAS) geweigerd hebben en dus geweigerd hebben de sporen van de verkrachting te verzamelen. De vrouw werd naar een ander ziekenhuis verwezen, naar Malmedy of Luik.

Deze weigering heeft een verschrikkelijke psychologische impact. Het is aan de overheid om na te gaan wat de reden van de weigering is. Het ziekenhuis argumenteerde dat de opvang te veel tijd in beslag neemt en dat de aanwezige gynaecoloog dan geen bevallingen kan doen of verwikkelingen bij andere patiënten kan behandelen. Dat geldt evenzeer in het ziekenhuis van Hoei en ik veronderstel ook in andere ziekenhuizen in het land. Zou het niet beter zijn om in alle ziekenhuizen van het land de SAS te verplichten?

Vroeger konden de slachtoffers van verkrachting behandeld worden door de wetsdokter van wacht. In de streek van Luik kan die dienst wegens financiële problemen van de forensische centra ’s avonds en tijdens de nacht echter niet meer verzekerd worden. De slachtoffers van verkrachting zijn dus volledig aan hun lot overgelaten. Hoe denkt u deze situatie snel te verhelpen?

Antwoord ontvangen op 27 mei 2019 :

De seksuele agressie set (hierna: SAS) behoort tot de bevoegdheid van mijn collega, de heer Koen Geens, minister van Justitie. Ik verwijs u daarom graag naar hem door in verband met uw vraag met betrekking tot het verplichten van ziekenhuizen tot de afname van de SAS bij slachtoffers van seksueel geweld.

In de zorgcentra na seksueel geweld (ZSG) wordt niet gewerkt met de SAS, maar met een speciaal daartoe uitgewerkt forensisch stappenplan. De afname van sporen via het forensisch stappenplan is minder invasief, gerichter en accurater dan de afname van de SAS. Bovendien wordt het forensisch stappenplan afgenomen door een speciaal hiervoor opgeleide forensisch verpleegkundige en is de periode waarin sporen kunnen gevonden worden, ook langer dan bij een SAS.

De zorg die in een ZSG verleend wordt is veel ruimer dan enkel de afname van sporen. Zo wordt er ook medische, psychologische en politionele zorg verleend en krijgen eveneens de omstaanders van de slachtoffers de nodige zorg aangeboden. Deze holistische aanpak in een ZSG zorgt ervoor dat er een sterker dossier kan opgemaakt worden wanneer het slachtoffer klacht wenst in te dienen, het slachtoffer zich meer op zijn gemak voelt, de kans op revictimisatie kleiner en op herstel groter wordt, het slachtoffer sneller herstelt, enz.

Momenteel zijn er drie ZSG in België, namelijk in Luik, Gent en Brussel.

Naar aanleiding van de positieve evaluatie van het pilootproject en de duidelijke nood eraan op het terrein, ben ik bezig met de bestaande ZSG te vergroten en uit te breiden, zodat slachtoffers van op het hele Belgische grondgebied terecht kunnen bij een ZSG waar ze alle zorg kunnen krijgen die ze nodig hebben, op één plek, vierentwintig uur op vierentwintig en zeven dagen op zeven.

Ik maakte een structurele financiering van 4,5 miljoen euro vrij, die wordt aangevuld met een subsidie van de Nationale Loterij van 1,5 miljoen euro, waardoor een totaalbudget van 6 miljoen euro ter beschikking is. Dat is voldoende om de bestaande centra structureel te financieren en uit te breiden, én alvast drie nieuwe centra te openen : in Antwerpen, Leuven en Charleroi. De uitbreiding tot zes zorgcentra na seksueel geweld is echter niet het eindpunt. De komende jaren dient verder te worden gewerkt op dit elan, zodat elk slachtoffer van seksueel geweld op de best mogelijke hulp en ondersteuning kan rekenen.