Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2254

van Christie Morreale (PS) d.d. 17 januari 2019

aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken

Geweld tegen vrouwen - Bestrijding - Slachtoffers van vrouwenmoord - Moord door de partner - Statistieken - Verzameling van gegevens - Verbetering - Maatregelen - Opleiding van politieagenten

geweld
misdaad tegen de personen
seksueel geweld
positie van de vrouw
vrouw
doodslag
verwantschap
gehuwde persoon
officiŽle statistiek

Chronologie

17/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 21/2/2019 )
4/3/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1793

Vraag nr. 6-2254 d.d. 17 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Frans)

Geweldpleging tegen vrouwen kan heel diverse vormen aannemen, gaande van verbale intimidatie en andere vormen van psychische mishandeling tot dagelijks fysiek of seksueel geweld. Aan het einde van zo'n spiraal van geweld bevindt zich de meest extreme vorm ervan: vrouwenmoord, het opzettelijk doden van een vrouw.

De voorlopige resultaten van een studie die werd uitgevoerd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de London School of Hygiene and Tropical Medicine tonen aan dat meer dan 35% van alle vrouwenmoorden door een intieme partner worden gepleegd. In dezelfde studie wordt geschat dat maar om en bij de 5% van de moorden op een man door een intieme partner worden gepleegd. Van alle moorden op mannen en vrouwen zouden er ongeveer 15% door een intieme partner worden gepleegd.

Sedert het begin van de maand februari 2018 zijn, alleen al in de omgeving van Luik, drie vrouwen door hun partner vermoord.

Helaas stellen we vast dat het zeer moeilijk is om in BelgiŽ correcte gegevens over vrouwenmoord te verzamelen, met name omdat bij het verzamelen van medische gegevens of politiegegevens die betrekking hebben op moordzaken, niet de nodige informatie wordt geregistreerd, of niet vermeld wordt wat de relatie was tussen dader en slachtoffer, noch het motief van de moord, laat staan of die om seksitische redenen werd gepleegd. Om dit fenomeen beter te bestrijden, willen de mensen in het veld meer weten over de aard en de prevalentie van vrouwenmoord. Het verzamelen en de analyse van de sterftegegevens moet verbeterd worden en ze moeten per geslacht opgedeeld worden. In geval van moord moet de relatie tussen slachtoffer en dader goed gedocumenteerd worden. Die gegevens kunnen aangevuld worden met inlichtingen vanuit andere bronnen.

Ik wil u hierover vragen stellen, die binnen de bevoegdheid van de Senaat vallen, aangezien het om een federale materie gaat die gevolgen heeft voor de deelstaten op het gebied van gelijkheid van kansen, preventiebeleid, vrouwenrechten en de bestrijding van geweld tegen vrouwen, enz.

1) Op welke manier worden deze gegevens verzameld, met name bij de politie?

2) Overweegt u om nieuwe informatie op te nemen, met name over de relatie tussen het slachtoffer en de dader, ook om te kunnen inschatten of het om een vrouwenmoord gaat?

3) Krijgen politieagenten een specifieke opleiding voor dit soort van geweld?

4) Hoe denkt u het verzamelen van gegevens over dit onderwerp in het algemeen te verbeteren om een doeltreffend preventiebeleid uit te bouwen?

Antwoord ontvangen op 4 maart 2019 :

1) Op basis van de politiële criminaliteitsstatistieken is het mogelijk te rapporteren over het aantal geregistreerde feiten inzake intrafamiliaal geweld binnen het koppel, zoals geregistreerd in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG). Dit is een politiedatabank waarin feiten geregistreerd worden op basis van processen-verbaal die voortvloeien uit de opdrachten van de gerechtelijke en bestuurlijke politie. Zij laat toe om tellingen uit te voeren op verschillende statistische variabelen, zoals het aantal geregistreerde feiten, de modus operandi, de voorwerpen gehanteerd bij het misdrijf, de gebruikte vervoermiddelen, de bestemmingen-plaats,...

De onderstaande gegevens worden gepresenteerd voor de periode 2015-2017 en het eerste semester van 2018 op nationaal niveau en zijn afkomstig van de databankafsluiting van 26 oktober 2018.

De eerste tabel bevat het aantal door de politiediensten geregistreerde feiten inzake intrafamiliaal geweld (IFG) binnen het koppel voor de vier vormen van geweld (fysiek, seksueel, psychisch en economisch geweld), zoals geregistreerd in de ANG op basis van de processen-verbaal.

Tabel 1: aantal geregistreerde feiten inzake intrafamiliaal geweld binnen het koppel

 

2015

2016

2017

SEM 1 2018

IFG: fysiek, binnen het koppel

20 457

20 874

20 693

10 181

IFG: seksueel, binnen het koppel

106

141

149

60

IFG: psychisch, binnen het koppel

16 166

15 925

15 727

7 422

IFG: economisch, binnen het koppel

1 427

1 407

1 418

663

(Bron: federale politie)

De tweede tabel toont het aantal door de politie geregistreerde feiten inzake moord en doodslag (binnen het kader van intrafamiliaal geweld – fysiek binnen het koppel) met opsplitsing tussen de voltooide feiten en de pogingen, zoals geregistreerd in de ANG voor dezelfde periode.

Tabel 2: aantal door de politie geregistreerde feiten inzake moord en doodslag (binnen het kader van intrafamiliaal geweld – fysiek binnen het koppel)

 

 

2015

2016

2017

SEM 1 2018

Moord

Poging

15

14

14

4

 

Voltooid

14

2

4

2

Totaal:

 

29

16

18

6

Doodslag

Poging

50

64

69

31

 

Voltooid

11

4

10

4

Totaal:

 

61

68

79

35

(Bron: federale politie)

Specifiek wat uw vraag betreft inzake moord op vrouwen (gepleegd door de partner) dien ik het geachte lid te informeren dat de ANG niet de nodige gegevens bevat om een antwoord op deze vraag te formuleren. Het is niet mogelijk om betrouwbare informatie te verstrekken over het geslacht van het slachtoffer.

De invoering van deze gegevens zal echter wel mogelijk zijn zodra de aanpassingen aan de centrale databank (ANG) en haar alimentatiefluxen zullen aangebracht zijn. Deze aanpassingen zijn echter afhankelijk van de vele andere ontwikkelingsprioriteiten die aan de politie worden opgelegd, onder andere in het kader van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie naar de terroristische aanslagen.

2) Met betrekking tot de vraag naar de registratie van de relatie tussen de dader en het slachtoffer dien ik het geachte lid te informeren dat de relatie dader-slachtoffer in het proces-verbaal reeds gevat moet worden, zoals voorgeschreven door de omzendbrief nr. col 3/2006 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep betreffende de definitie van het intrafamiliaal geweld en de extrafamiliale kindermishandeling, de identificatie en de registratie van de dossiers door de politiediensten en de parketten.

3) De politieagenten krijgen tal van opleidingen die specifiek gericht zijn op dit soort geweld. Ik denk in de eerste plaats aan de opleidingen rond intrafamiliaal geweld.[1]

Deze opleidingen worden aangeboden door de verschillende politiescholen en zijn voornamelijk afgestemd op de wensen, vaststellingen en behoeften van de Lokale Politie voor de politiezones. Vanuit hun opdrachten komen zij vaak als eerste met de problematiek in aanraking.

Daarnaast moet benadrukt worden dat de strijd tegen elk soort discriminatie een fundamenteel streven is van de politiediensten. Op initiatief van de cel Diversiteit van de Federale Politie wordt bijzondere aandacht besteed aan de opleiding van de politieagenten inzake kennis en toepassing van de antidiscriminatiewetten. Dit gebeurt al van bij de basisopleiding van de politieagenten, in het bijzonder in cluster 8, die gewijd is aan slachtofferonthaal, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar slachtoffers van geweld tegen vrouwen en echtelijk geweld.

4) Het is een grote uitdaging om nuttige gegevens te verzamelen voor het bestrijden van dit fenomeen. Dit vergt veel tijd en budget. Wat het fenomeen vrouwenmoord betreft, spreekt het voor zich dat de politiestatistieken op zich niet volstaan om een reëel beeld van de situatie te schetsen. Het is zeker nodig dat wij de ANG moderniseren door de geslachtgegevens van het slachtoffer en van de dader erin op te nemen. Dit moet worden gepland in het kader van het beleid inzake gender mainstreaming. Maar er moeten eveneens andere informatiebronnen worden geïdentificeerd.

Hiertoe wil mijn administratie overgaan tot een interne studie om de soorten gegevens en de nuttige bronnen die men zou moeten verzamelen om te beschikken over een betrouwbaar beeld van het fenomeen, te identificeren. Op basis hiervan kunnen de risicoprofielen waarvan hier sprake correct worden geëvalueerd. Het is belangrijk dat de diensten die belast zijn met preventie en veiligheid beschikken over relevante gegevens waarmee de risicoprofielen dringend kunnen worden geïdentificeerd, om de te nemen maatregelen beter te bepalen. Het klopt dat wij de gegevens uitgaande van ziekenhuizen, centra voor slachtofferhulp, steekproeven enz. moeten kruisen. Mijn diensten zijn van plan om dit jaar de relevante bronnen te identificeren in samenwerking met de maatschappelijke organisaties en de academische wereld. Het uiteindelijke doel is aanbevelingen te formuleren met het oog op een efficiënte vergelijking en een samenvoeging van gegevens over het fenomeen waarvan sprake. Op grond van die aanbevelingen zien wij welke acties op korte termijn kunnen worden ondernomen en welke meer tijd vragen.

[1] Het gaat om de volgende opleidingen: ‘Intrafamiliaal geweld’, ‘Intrafamiliaal geweld en pesten, ‘Intrafamiliaal geweld – reactie en redactie, ‘Tussenkomen bij echtelijk en intrafamilaal geweld’, ‘Intrafamiliaal geweld – praktische aspecten’, ‘Intrafamiliaal geweld – burgerlijke aspecten’, ‘ Intrafamiliaal geweld – politionele aspecten’, ‘Intrafamiliaal geweld – juridische aspecten’, ‘Intrafamiliaal geweld – sociale aspecten’, ‘Intrafamiliaal geweld: stalking en politioneel reageren’, ‘Echtelijk geweld – psychologische mechanismen’, ‘Partnergeweld ‘, ‘Eergerelateerd geweld, vrouwelijke genitale verminkingen, gedwongen huwelijken’, ‘Sporenbeveiliging – slachtofferzorg – intrafamiliaal geweld’, ‘Intrafamiliaal geweld – daders’.