Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2253

van Christie Morreale (PS) d.d. 17 januari 2019

aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken

Seksueel geweld - Slachtoffers - Begeleiding - Verbetering - Politiescholen - Bijscholing - Stand van zaken

seksueel geweld
seksueel misdrijf
slachtoffer
slachtofferhulp
politie
permanente educatie

Chronologie

17/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 21/2/2019 )
4/3/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1776

Vraag nr. 6-2253 d.d. 17 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Frans)

In 2014 verbond de Belgische regering zich ertoe, na het colloquium over seksueel geweld: “STOP verkrachting”, dat op 8 maart 2013 in de Senaat werd gorganiseerd, om een aantal nieuwe acties te ondernemen, samen met de belangrijkste spelers op het gebied van de begeleiding van slachtoffers van seksueel geweld.

Al deze vragen vallen onder de bevoegdheid van de Senaat in de mate dat ze betrekking hebben op een federale materie die van invloed is op de bevoegdheden van de deelstaten op het gebied van gelijke kansen, vrouwenrechten, enz.

Met het oog op een betere begeleiding van slachtoffers van seksueel geweld en op basis van de aanbevelingen van het Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen wenste u de opvang van slachtoffers van verkrachting door de politie te verbeteren. Met dat doel voor ogen en om de procedures op het gebied van verkrachting te stroomlijnen werd aan een groep deskundigen van de gerechtelijke politie gevraagd om een draaiboek op te stellen voor het verzamelen van bewijzen en de identificatie van daders, enerzijds, en het houden van verhoren, anderzijds. Is dat draaiboek intussen ter beschikking van alle politiezones van het land?

Tegelijkertijd moesten er bijscholingen georganiseerd worden, waaronder een opleiding “zedendelicten”, die zou openstaan voor alle politiescholen. Werd die opleiding al opgestart? Komt daarin de problematiek van verkrachting aan bod? Wordt daarin voldoende aandacht besteed aan de adequate begeleiding van de slachtoffers?

Die verschillende maatregelen moesten tegemoetkomen aan lacunes in de slachtofferbegeleiding door de politie, vooral wat betreft de opleiding van politieagenten die in contact komen met slachtoffers van verkrachting. Kunt u een stand van zaken geven over de verschillende tekortkomingen die werden vastgesteld, nu er vier jaar verstreken zijn sinds de aangegane verbintenissen?

Antwoord ontvangen op 4 maart 2019 :

Ivm de vraag rond het draaiboek zeden kan ik het volgende meegeven:

In de loop van 2016 zijn er vijf studiedagen rond zeden georganiseerd (ongeveer 900 à 1000 deelnemers). Alle deelnemers hebben een USB stick ontvangen met daarop het draaiboek. Verder zijn deze sticks verstuurd naar alle korpschefs van de lokale politie en aan alle federale directeurs met de vraag tot verspreiding aan hun medewerkers. De inhoud van het draaiboek is ook op PORTAL geplaatst. Dit is voor alle medewerkers van de geïntegreerde politie raadpleegbaar.

Er werd een specifieke opleiding ontwikkeld rond deze belangrijke problematiek. Het gaat om de opleiding ‘Onthaal van slachtoffers van seksueel geweld’, die de laatste twee jaar georganiseerd werd. De problematiek van verkrachting en de bewustmaking van de nood aan efficiënte en aangepaste slachtofferzorg kwamen daar vanzelfsprekend aan bod.

De verschillende politiescholen hebben zich echter niet beperkt tot deze opleiding om de problematiek te bespreken. Zo moet gewezen worden op alle opleidingen inzake slachtofferzorg die georganiseerd werden. Hoewel deze niet uitsluitend of specifiek gericht zijn op het onthaal van slachtoffers van seksueel misbruik, dragen ze zeker bij tot de ontwikkeling van competenties en vaardigheden die essentieel zijn in dit verband.

Bovendien wil ik eraan herinneren dat er in cluster 8 van het programma van de basisopleiding van de inspecteurs van politie, dat over slachtofferonthaal gaat, bijzondere aandacht wordt besteed aan slachtoffers van seksueel misbruik.

Tot slot komt de problematiek ook aan bod in de gespecialiseerde opleidingen gerechtelijke politie (zie onder)[1], die de Nationale Politieacademie (ANPA) organiseert.

Ook sedert 25 oktober 2017 zijn in België drie pilootprojecten zorgcentra seksueel geweld opgestart.

Een Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG) is een dienst waar elk slachtoffer van seksueel geweld terecht kan, op gelijk welk uur, op gelijk welke dag. Let wel: voorlopig zijn deze diensten enkel beschikbaar in het UZ Gent, het UMC Sint Pieter in Brussel en het UMC Luik omdat het om een pilootproject gaat.

Op het ZSG kan een slachtoffer de volgende zorg krijgen:

– Medische zorg: zowel verzorging van verwondingen en letsels als onderzoeken en behandeling van allerlei fysieke, seksuele of reproductieve gevolgen;

– Psychische zorg: de eerste psychische zorgen alsook verdere begeleiding bij de ZSG-psycholoog;

– Een forensisch onderzoek: het vaststellen van letsels, onderzoeken van sporen van de pleger, verzamelen van bewijsmateriaal voor een eventuele aanklacht en rechtszaak;

– Klacht neerleggen bij de politie indien gewenst, met behulp van speciaal opgeleide zedeninspecteurs;

– Opvolging nadien: zowel medische opvolging voor eventuele medicatie of voor letsels, als psychische opvolging bij het verwerkingsproces van het gebeurde.

Het is bewezen dat slachtoffers die deze allesomvattende zorg krijgen na seksueel geweld een grotere kans hebben op herstel, sneller herstellen en ook minder kans hebben om opnieuw slachtoffer te worden.

In de periode 25 oktober 2017 tot 31 oktober 2018 werden 930 personen aangemeld in de drie zorgcentra samen. 68 % hiervan heeft ook effectief klacht neergelegd bij de politie. Zij werden verhoord door middel van een gefilmd verhoor uitgevoerd door een speciaal daartoe opgeleide zedeninspecteur. De minderjarige slachtoffers werden audiovisueel verhoord door iemand die de TAM (techniek audiovisueel verhoor minderjarigen) opleiding heeft gevolgd.

Het is de bedoeling dat op termijn voldoende centra in België worden opgericht zodat een slachtoffer binnen het uur in een centrum terecht kan. Daar zal - van de slachtoffers die klacht willen neerleggen -  een gefilmd verhoor gebeuren door een speciaal opgeleide zedeninspecteur.

Buiten de drie centra kan van slachtoffers die zwaar getraumatiseerd zijn ook een audiovisueel verhoor worden afgenomen wanneer de parketmagistraat die nodig acht (Ministeriële omzendbrief 16 juli 2001). Alle minderjarige slachtoffers worden momenteel met deze techniek verhoord.

[1] Zedendelicten (EDA 1599); Eerste onderzoek bij volwassen slachtoffers van zedendelicten (EDA 1729); Slachtoffers onthalen seksueel geweld (EDA 4760); Zeden feiten (EDA 4862); Seksueel geweld-Psychosociale aspecten (EDA 5191);  Seksueel geweld-Gerechtelijke werkgroep (EDA 5192); Seksueel geweld-Genitale vrouwelijke verminking (EDA 5193); Seksueel geweld-Politionele aspecten (EDA 5194); Seksueel geweld-Werkgroep Set Seksuele agressie (EDA 5195); Seksueel geweld-Mensenhandel (EDA 5196); Seksueel geweld-Werkgroep seksueel geweld op minderjarigen (EDA 5197); Seksueel geweld-Medische werkgroep (EDA 5198); Seksueel geweld-werkgroep CYBER-GEWELD (EDA 5199); Opfrissing-Reg PLOT (EDA 5504); Seksueel geweld (EDA 5521); Zedeninspecteur (zorgcentrum na seksueel geweld) (EDA 6324); Identificatie van slachtoffers van seksueel misbruik (EDA 6456); Seksueel geweld (EDA 6852).